Gods woord en Jezus zijn teruggekeerd in het land van Mao

Het aantal christenen in China groeit razendsnel. De autoriteiten onderdrukken het geloof niet langer. Maar ze proberen de kerken wel onder de duim te houden.

Een luidkeels „amen” echoot door de zaal die tot in alle hoeken is bezet met jonge kerels met verweerde gezichten, vermoeide vrouwen in gewatteerde pyjama’s met baby’s in hun armen. „Amen” roepen de verzamelde Chinese arbeidsmigranten nog een keer met alle kracht van hun longen, als lekenprediker Li verzekerd heeft dat Jezus van hen houdt. „Jesu ai ni”, schreeuwt hij aan het slot van een kerkdienst met veel muziek, dans en moralistische toneelstukjes

Overdonderd door het spektakel persen zakenman Allen Wu (37) en de gepensioneerde leraar kunstgeschiedenis Zheng Datong (70) zich met suizende oren naar de uitgang van het wijkcentrum in een van de armste wijken van Wenzhou. Ook voor deze twee welgestelde Chinese protestanten is de dienst in een zogeheten huiskerk voor arbeidsmigranten een bijzondere ervaring.

„Het leek wel een tv-show in plaats van een kerkdienst, maar de boodschap was zo helder als Gods woord’’, zegt Wu tevreden. Net als andere christelijke ondernemers in het rijke Wenzhou (600 kilometer ten zuiden van Shanghai) steunt hij honderden rondreizende evangelisten zoals lekenpreker Li en zijn gezelschap.

De gepensioneerde leraar Zheng Datong is ontroerd. „Opnieuw zie ik dat God aan het terugkeren is in China. Er zijn nu 70 miljoen christenen in ons land. Wat een verschil met dertig, veertig jaar geleden toen Mao Zedong christenen opsloot en kerken liet vernietigen’’, zegt Zheng. Tijdens de Culturele Revolutie en in de jaren ’80 is hij tot drie keer toe veroordeeld tot lange gevangenisstraffen wegens zijn geloof.

Zelf gaan zij altijd naar een van de officieel geregistreerde kerken in de stad, die het Chinese Jeruzalem wordt genoemd vanwege het grote aantal christelijke inwoners (een miljoen van de 8 miljoen) en het aantal kerken (1200).

Leraar Zheng heeft genoten van lekenpreker Li, die de technieken van Amerikaanse tv-dominees combineert met Chinees volkstheater. Als de acteurs het verschil tussen goed en kwaad hebben uitgebeeld in Snip- en Snapachtige acts en danseressen in Tibetaanse kledij een dromerige voorstelling van de hemel hebben gegeven, legt Li aan zijn gehoor kort en bondig uit waar het in het christendom uiteindelijk om gaat.

Gelovigen komen in de hemel, ongelovigen in de hel; gelovigen zijn gelukkig, niet-materialistisch en sociaal, ongelovigen gaan ten onder aan geldzucht, drank, drugs, misdaad, echtscheiding en ander malheur. „Jezus Christus is gekomen om jullie en de rest van de wereld te redden. Wat willen jullie? Naar de hemel of naar de hel’’, roept hij, waarop een voorspelbaar antwoord komt.

Na afloop zegt leraar Zheng Datong dat „het niet lang meer zal duren of ook in China zal volledige vrijheid van religie heersen’’. Of dat gebeurt of niet, feit is dat tegelijk met de grote sociale en economische veranderingen het aantal christenen snel stijgt.

De Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen, een van de denktanks van de staat, zegt dat tussen 2000 en 2010 het aantal christenen is gestegen van 10 naar 70 miljoen. Dat is bijna even veel als het ledental van de Chinese Communistische Partij. Organisaties van Chinese christenen buiten China (in Hongkong en de VS) denken dat het aantal zelfs al is gestegen tot meer dan 125 miljoen.

Chinese intellectuelen, de nieuwe middenklasse, ondernemers en stedelingen bezoeken doorgaans de diensten van de officiële kerken in steden als Shanghai, Peking en Chengdu. Arbeidsmigranten, boeren en vooral bejaarde vrouwen gaan eerder naar de huiskerken in hun buurten, die weliswaar niet zijn goedgekeurd, maar wel in toenemende mate worden getolereerd door de staat.

Kerken, moskeeën en (Tibetaans) boeddhistische tempels moeten zich wel houden aan de richtlijnen van de staat. Benoemingen van dominees, priesters en imams worden nauwgezet gecontroleerd, net als de seminaries.

„Wat van Caesar is, blijft van Caesar", legt Zheng Datong uit. „Dat is de grens die Jezus ook in acht nam en wij dus ook moeten respecteren, hoewel ik hoop dat met meer religieuze vrijheid ook de politieke vrijheden toenemen. Maar de tijd dat we ons geloof geheim moesten houden, is voorgoed voorbij. God zij gedankt.”

In zijn algemeenheid is dat waar. Sinds de dood van Mao Zedong zijn Chinese leiders toleranter geworden ten opzichte van alle religies. De huidige president Hu Jintao denkt dat christenen een constructieve rol kunnen spelen in een „harmonieuze samenleving” en meer dan andere religies kunnen bijdragen aan de economische en wetenschappelijke ontwikkeling van China.

In Wenzhou, met verhoudingsgewijs het grootste aantal miljonairs in China, liggen in de boekwinkels stapels bijbels.

Een stroming in de Chinese katholieke kerk accepteert de bemoeizucht van de staat echter niet. Zij erkennen alleen maar de autoriteit van de paus. Op hun beurt wantrouwen de Chinese autoriteiten de paus en zijn loyale volgers. Zij worden met enige regelmaat gearresteerd en veroordeeld.

Op het parkeerterrein staan nieuwe BMW’s en Mercedessen, de meest geliefde automerken in China. Binnen, op een van de achterste banken, zitten mevrouw Tan en haar man. Allebei zijn zij lid van de CCP en werken bij de overheid. Na de zondagmiddagdienst vertellen zij dat zij uit nieuwsgierigheid een katholieke kerkdienst wilden meemaken. Hoe de protestanten ter kerke gaan, weten zij al. „Ik voel mij zeer aangetrokken door de hulpvaardigheid van christenen, en het sociale en menselijke karakter van het christendom. Ons land is zo materialistisch en corrupt geworden, alles staat in het teken van geld. In het leven kan het toch niet alleen maar om geld gaan, er moet een connectie met de ziel zijn”, zegt mevrouw Tan. Maar zij twijfelt: „Waarom? Het is niet wetenschappelijk bewezen dat God echt bestaat. Is het allemaal waar wat er in de Bijbel staat? Het is zo'n onwetenschappelijk boek.”