Externe druk op Hongarije is geboden

Te veel vertrouwen voor een politicus kan ook een probleem zijn. Een overmaat aan loyaliteit kan echte democratische meningsvorming ondergraven en dus uitmonden in dictatuur.

In Hongarije kan dit aan de orde komen.

Sinds april wordt het land geregeerd door premier Viktor Orban en het conservatieve blok Fidesz dat beschikt over een meerderheid van maar liefst tweederde in het parlement. De socialisten, die er eerder een bende van hadden gemaakt, bezetten slechts 15 procent van de zetels. Dat is amper meer dan de xenofobe beweging Jobbik.

Orban (47), die eind jaren tachtig als twintiger een rol speelde in het verzet tegen het ‘goulash-communisme’ van partijleider Janos Kadar, gebruikt deze meerderheid om Hongarije naar zijn hand te zetten. Daarbij kiest hij opmerkelijk veel methodes die uit het communistische handboek van machtsmisbruik komen.

De nieuwe perswet in Hongarije is een schoolvoorbeeld. Sinds zaterdag worden de media, van staatstelevisie en kranten tot weblogs, bewaakt door een staatsorgaan. Als journalisten niet evenwichtig berichten of zoiets stichtelijks maar vaags als de „menselijke waardigheid” schaden, worden ze fors beboet. Drie omroepjournalisten zijn al op non-actief gesteld: wegens kritiek op de nieuwe mediawet.

Deze persbreidel is onderdeel van een veel bredere „revolutie” voor „nationale eenheid”, zoals Orban zijn programma noemt. Kern is dat de staat weer meer macht krijgt. Niet zoveel almacht als onder Kadar. Maar Orban is op weg. De president van de centrale bank is gedisciplineerd via een loonsverlaging. Het Constitutionele Hof is aangelijnd. De particuliere pensioenen zijn genationaliseerd. De kiesdistricten zijn zo gewijzigd dat Fidesz bijna alle burgemeesters levert. Zelfs kritische theaterdirecteuren moeten ophoepelen.

De meerderheid van de Hongaren ziet er geen gevaar in. Orban beroert met zijn ideologische mengsel van anticommunisme, antikapitalisme en soms zelfs anti-Amerikanisme een snaar.

Maar tegelijkertijd zal Viktor Orban ook oog moeten hebben voor het buitenland. Hongarije is lid van de Raad van Europa en is nu roulerend voorzitter van de Europese Unie. Externe druk is dus mogelijk. En die is nu geboden.

Zo zal het Europese Hof van de Mensenrechten snel zaken op zijn bord krijgen. Voordat het zover is, kan de EU in navolging van de Duitse regering duidelijk maken dat Europa naast lusten ook lasten met zich meebrengt.

De christen-democraten in de EVP ten slotte hebben de kans hun zusterpartij Fidesz tot de orde te roepen. Want een Europa dat scherpe oordelen heeft over de buitenwereld moet ook zichzelf de maat durven nemen.