Euro in Estland

De Esten hebben niet heel erg lang kunnen genieten van hun eigen nationale munt. Slechts achttien jaar heeft Estland, dat zich in 1991 uit de in elkaar zijgende Sovjet-Unie terugtrok en eindelijk staatkundig soeverein werd, zijn identiteit in de kroon kunnen uiten. Met uitzondering van het interbellum, toen Estland ook twee decennia onafhankelijk was, was tot 1991 de roebel de valuta-eenheid in de kleinste van de drie Baltische republieken. Sinds zaterdag is de euro er koning.

De meeste Esten in het 1,3 miljoen inwoners tellende land zijn blij met de euro. Natuurlijk zijn er klachten van nostalgische en rekenkundige aard. De kroon stond symbool voor herwonnen zelfvertrouwen. Bovendien heeft de regering verboden dat de nieuwe bedragen in euro’s worden afgerond. Hetgeen ertoe leidt dat obers met muntgeld moeten rommelen om een kopje koffie van 40 kronen, dat nu 2,56 euro kost, af te rekenen.

Maar omdat Estland de afgelopen jaren door een scrupuleus beleid heeft voldaan aan alle criteria (inflatie, begrotingstekort en rente) en geen ‘opt out’ heeft laten aantekenen, had het geen andere keus. De introductie is overigens van harte begeleid. In Estland is de euro, net als de lidmaatschappen van de NAVO en de EU in 2004, vooral een politieke zaak. De euro staat voor de integratie in het Westen, de roebel voor onderwerping aan het Oosten. Die gevoelens leven in Estland sterk. Net als in Rusland trouwens.

Hoe lang de vreugde duurt, is wel de vraag. De euro verkeert immers in een wispelturige fase van zijn nog korte leven. Het ziet er niet naar uit dat de rust snel weerkeert.

En dat heeft niet alleen te maken met het onvermogen in de eurozone om politieke besluiten te nemen. Het lot van de euro wordt nu door zoveel variabelen bepaald dat er niet meer één gremium aan de knoppen kan zitten. De wapenbeheersingsonderhandelingen uit de Koude Oorlog, toen Estland werd bezet door de Sovjet-Unie, waren daarmee vergeleken kinderspel.

De Estse euro zal daarop amper invloed hebben. Estland heeft de kleinste economie in de eurozone, bijna twee keer kleiner dan het in inwoneraantal ruim twee keer zo kleine Luxemburg.

Omgekeerd kan Estland wel worden beïnvloed. De ervaring heeft geleerd dat de invoering van de euro een oververhitting van de economie kan veroorzaken. De lage rente kan bijvoorbeeld leiden tot onbeheersbare onroerendgoedprijzen. En dat soort ballonnen plegen vroeg of laat te knappen. Met alle gevolgen van dien voor de bancaire sector en de staatshuishouding.

Estland staat machteloos tegen zo’n onverhoopte boemerang. De regering in Tallinn weet wat haar te doen staat: de fouten van Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje zien te voorkomen.