Een monoloog met tranen

Ward op den Brouw over de huilbui van wielrenner Mark Cavendish.

De huilende wielrenner, dat was tot voor de Tour de France van dit jaar Gerrie Knetemann. Op 27 april 1985, bij de microfoon van Mart Smeets, na zijn overwinning in de Amstel Goldrace, elf jaar nadat hij die voor het eerst gewonnen had en twee jaar nadat hij in volle vaart op een auto was geknald en voor zijn leven werd gevreesd.

Drieënhalve week na die Goldrace werd op het Britse eiland Man Mark Cavendish geboren, intussen al weer een paar jaar de beste sprinter ter wereld. Zijn huilbui in de Tour 2010 was van een ander kaliber. We kenden hem al als een jongen die het hart op de tong droeg, maar zoals na zijn eerste ritzege hadden we hem niet eerder gezien.

Zo mooi als hij de Tour van 2009 had beëindigd, met een superieure krachtsexplosie op de Champs-Elysées, zo stroef verliepen zijn eerste dagen in de Tour van 2010. De Manx Missile kon de hooggespannen verwachtingen niet inlossen. Alessandro Petacchi won de eerste sprint; twee kilometer voor de finish in Brussel was Cavendish in een bocht onderuit gegaan. De eerstvolgende massasprint, drie dagen later in Reims, won Petacchi opnieuw. Cavendish, twaalfde, smeet bij de bus van het team dat opnieuw om hem was gebouwd zijn fiets tegen de grond. Een dag later, donderdag 8 juli in Montargis, lukte het wel. Eindelijk.

Er was een last van zijn schouders gevallen. De Franse tv-presentator hoefde zijn microfoon maar onder de neus van Cavendish te steken en daar brak de stoere Brit. Wat volgde was een monoloog met tranen. Hoe immens de druk om te winnen was geweest, hoe hij op een wolk had geleefd na zijn reeks overwinningen in 2009 en hoe hij daar van af was gedonderd. Dat hij veel geleerd had en niet altijd de aardigste jongen was geweest. Vrij vertaald: ik was eigenlijk een arrogante klootzak.

Cavendish had van collega’s kritiek gehad, over zijn roekeloze manier van sprinten. Die had de Australische Duitser Heinrich Haussler in de Ronde van Zwitserland nog zijn deelname aan de Tour gekost. Hij had ook niet netjes gereageerd na zijn tweede zege van het jaar, eind april in de Ronde van Romandië. Met een obsceen gebaar ging hij over de finish, bedoeld voor de mensen die hem al hadden afgeschreven. Voor straf haalde zijn ploeg hem uit de wedstrijd.

Volgens het Franse wielertijdschrift Vélo zat er meer achter die huilbui in Montargis. Cavendish had een aaneenschakeling van moeilijke momenten gekend: jongere broer veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens drugshandel, beste vriend na een ongeluk met de racefiets wekenlang in coma, en, eind 2009, een einde aan langdurige relatie met vriendin.

„Misschien geef ik mensen soms een reden om slechte dingen over me te zeggen”, zei hij na zijn huilbui, „maar het is ook niet gemakkelijk. Ik ben pas 25. Het is vaak groter nieuws als ik niet win dan wanneer ik wel win.”

De ontlading van Cavendish liet weer eens zien aan welke druk topsporters bloot staan. Na zijn bevrijdende ritzege was de de oude Cavendish terug in de Ronde van Frankrijk. Nog vier keer was hij de snelste, vanzelfsprekend ook op de Champs-Elysées.

In oktober was Cavendish te gast in het tv-programma Holland Sport. Een sympathieke jongen, die van Wilfried de Jong voluit mocht praten over zijn passie voor de Fiat 500. Ook over zijn huilbui. Hij vertelde hoe je als sprinter aan het einde van een wedstrijd al je emoties uitschakelt en alleen bezig bent met winnen. En dat de emoties eruit komen zodra je over de streep bent, waar je wordt opgewacht door camera’s en microfoons; brutaal soms en een beetje respectloos, maar tegelijkertijd een van de vele aspecten die de wielersport bijzonder maken.