Bombarderen met een joystick

De VS willen graag jonge cadetten rekruteren als ‘piloten met een joystick’.

Maar het besturen van de onbemande vliegtuigjes is niet zonder risico’s.

Robotvliegtuigen heten ze, onbemande toestellen, roepnaam drones. Pilootloos draaien ze hun rondjes boven Afghanistan, Pakistan en Irak. Bijna dagelijks lanceren ze raketten op opstandelingen – of op burgers die in de weg lopen. Zo kwamen er afgelopen zaterdag nog zeker vijftien mensen om het leven door aanvallen met drones in het noordwesten van Pakistan, vlakbij de grens met Afghanistan. Volgens schattingen hebben de Amerikaanse onbemande vliegtuigen sinds 2008 ongeveer duizend doden in Pakistan gekost.

Bestuurd worden de onbemande drones wel degelijk, door vliegers die continenten verderop achter een joystick en een beel dscherm zitten. En doordat die drones een spectaculaire groeimarkt vormen, is aan die ‘piloten’ een groot gebrek. Reden waarom de Amerikaanse Air Force Academy in Colorado Springs dit najaar de opleiding voor drone-piloot heeft opengesteld voor jonge cadetten. Die zijn niet zo duur als de huidige robotpiloten, volleerde gevechtsvliegers, die nu achter de knoppen zitten – en, niet onbelangrijk, ze kunnen beter gamen. Het is dan wel geen Top Gun, maar wel een beetje de game World of Warcraft.

Elke conflict heeft zijn kenmerkende wapen. ‘Vietnam’ in de jaren zestig betekende de doorbraak van de helikopter, de ‘Falklands’ van 1982 lanceerden de Exocet-raket en wie ‘Desert Storm, 1991’ zegt, zegt Stealth-fighter. En de War on Terror die sinds 2001 woedt, heeft dus ook een dominerend wapensysteem voortgebracht: de drone, die luistert naar namen als Reaper en Predator.

CIA-directeur Leon Panetta noemde de vliegende robots al hét wapen in de strijd tegen het terrorisme. Peter Singer, militair analist van het Amerikaanse veiligheidsdenktank Brookings Institution, spreekt van een ware ‘robotrevolutie’.

Over het militaire nut van de Reapers en de Predators, zo groot als een sportvliegtuig, valt te discussiëren. Zo zouden de burgerslachtoffers die bij de aanvallen onbedoeld vallen de politieke steun voor de VS in Afghanistan en Pakistan schaden. Maar de technische karakteristieken van de drones zijn ronduit baanbrekend.

Het besluit om een raket te lanceren is bijvoorbeeld in handen van een drone-piloot, die zich in een container bevindt op de vliegbasis Creech, in de Amerikaanse woestijnstaat Nevada. De drones die in CIA-dienst vliegen worden bestuurd vanuit een high-tech kelder in het hoofdkwartier in Langley.

Dat is dus twee continenten verderop.

De Reapers en Predators zélf staan wél in de regio opgesteld, zoals op vliegbases bij Kandahar en Bagram. Hoewel de Pakistaanse regering daar geen ruchtbaarheid aan geeft, is het een publiek geheim dat drones ook zijn gestationeerd op een militair vliegveld in de zuidelijke provincie Baloechistan.

Satellieten onderhouden de verbinding die de piloot live laat meekijken met de batterij sensoren onder de neus van de vliegende robots. Op een goed moment ziet hij op zijn beeldschermen voor zich bijvoorbeeld mannen met Kalasjnikovs in linie door de bergpassen richting Afghanistan lopen. Hij controleert bij een hoofdkwartier in Afghanistan of er bevriende strijders in die buurt zijn. Zo niet: permissie om te vuren.

De piloot kan na zijn dienst van zes uur de joystick aan een collega doorgeven en gewoon naar huis gaan. Daarin schuilt één van de grote voordelen van het gebruik van de drones. Een Predator of een Reaper kan naar schatting – het precieze getal is militair geheim – anderhalve dag in de lucht blijven.

Bij bemande vliegtuigen vormen piloten wél een beperkende factor. Een robot is nooit moe, hoeft geen plas te doen en als hij wordt neergeschoten, hoeven collega’s geen riskante reddingsactie op touw te zetten.

De factor ‘piloot’ is dus in het drone-systeem zoveel mogelijk uitgeschakeld. Maar dat de factor ‘drone’ ook grote invloed heeft op deze ‘piloot met de joystick’, daar hadden de ontwerpers nauwelijks aan gedacht. Op het ene moment kunnen piloten in Nevada op het televisiescherm Talibaanstrijders tot in ieder bloederig detail zien sneuvelen. En even later, na de aflossing, leggen ze bij wijze van spreken thuis hun kinderen in bed en krijgen van hun echtgenote de wind van voren omdat dat kastje nog steeds scheef hangt.

Dat is een nogal schril contrast met hun collega’s die zijn gestationeerd op bases in de regio. Wanneer Nederlandse F-16-vliegers ‘thuis’ op de vliegbasis Kandahar uit het raam kijken, kunnen ze de rookpluimen van de ontplofte autobommen zien opstijgen.

Amerikaanse legerbladen publiceerden al stukken over de huwelijksstress die de snelle overbrugging tussen een gevechtsmissie en het kalme thuisfront oplevert. De vraag „hoe was het op je werk schat?” kan volgens het tijdschrift Stars and Stripes al een hoop heibel veroorzaken. „Je gezin heeft geen security clearance”, zei de overste David Kent tegen het blad, „en dat betekent een doodsaaie conversatie bij het avondeten.”

Dat is niet de enige druk op de drone-piloten. Hoewel het gros zich betrokken voelt bij de gevechtsacties, denken sommige van hun vliegende collega’s daar anders over. Die maken grappen over de vijftienduizend kilometer tussen de actie en de buschauffeurstoel waarin de piloten zes uur zitten. Ook het Pentagon heeft problemen met deze ‘Chair Force’, maar dan op een andere manier. De drone-piloten hebben zonder uitzondering een jarenlange, psychologisch en fysiek straffe en miljoenen kostende opleiding gevolgd, waarbij ze van basale vliegtraining gaandeweg de verantwoordelijkheid kregen om kisten van honderden miljoenen dollars over de aardbol te vliegen.

De eisen die aan een drone-piloot worden gesteld zijn op minstens één punt volstrekt anders dan die van zijn vliegende collega. De comfortabel ingerichte containers hoeven geen uitwijkmanoeuvres voor luchtdoelraketten of vijandelijke jachtvliegtuigen uit te halen, waarbij de vliegers niet zelden het bewustzijn verliezen. Met andere woorden: de Reaper-vliegers zijn te zwaar gekwalificeerd en te duur. En dat terwijl er een groot tekort dreigt voor de snel uitbreidende luchtmacht van onbemande toestellen, die de komende jaren nog met honderden Reapers en Predators zal uitbreiden.

Om dit probleem in één klap op te lossen, heeft het Pentagon al eens een proefballon opgelaten: aangezien het besturen van drones veel weg heeft van een videogame, zouden misschien tieners kunnen worden opgeleid. Hun hersens en interesse maakt ze daarvoor bij uitstek geschikt.

Dat stuitte op grote morele bezwaren, aangezien minderjarigen dan over leven of dood moesten beslissen. Het waren gevechtstroepen in Irak en Afghanistan die de proefballon doorprikten. Die wilden voor vuursteun, bijvoorbeeld om uit een hinderlaag te ontsnappen, niet afhankelijk zijn van kinderen, maar van échte gevechtsvliegers. Maar daarmee was het probleem niet van tafel. En vandaar dat de Air Force Academy de opleiding is gestart voor undergraduates, cadetten die zich kunnen specialiseren in het besturen van drones.

De zoektocht naar nieuwe gegadigden voor de drone-academie gaat intussen door. Ronselaars van het Air Education and Training Command hebben al een toepasselijke methode om tieners te interesseren: ze hebben de videogame America’s Army ontwikkeld waarop scholieren gratis Reapertje kunnen spelen.