Biechtvader van misbruikslachtoffers

Lang voordat in België het deksel van de doofpot ging, stelde Rik Devillé misbruik in de kerk aan de kaak.

Een indrukwekkende stapel dossiers was het gevolg.

Tot het voorjaar van 2010 dachten de meeste Belgen dat hun land geen last zou krijgen van een aanhoudende stroom onthullingen over seksueel misbruik in de Katholieke Kerk – zoals in Ierland, de VS, Nederland. Zij hadden hun schandalen al gehad. Na de arrestatie van kinderverkrachter Marc Dutroux waren er weliswaar berichten geweest over misbruik in de kerk, maar daar zou het wel bij blijven.

Rik Devillé (66), tot afgelopen zomer priester in het Vlaamse dorp Buizingen, hoorde het zijn landgenoten zeggen op televisie. Maar hij wist beter. Al vanaf 1992 hadden honderden slachtoffers van seksueel misbruik zich bij hem gemeld. Devillé had een kritisch boek geschreven over de kerk, De laatste dictatuur, en daarna waren mensen hem gaan opbellen met verhalen. Hij richtte een werkgroep op, Mensenrechten in de Kerk, en ging langs bij de Belgische bisschoppen om ze over die verhalen te vertellen.

Vaak kwam hij niet verder dan de stoep. Bij de Belgische kardinaal Godfried Danneels kwam Devillé wel binnen, maar hij had nooit het idee dat Danneels hoorde wat hij zei. De kardinaal zou voor de slachtoffers bidden. En waarom kwamen die eigenlijk niet meteen bij hem? Waarom moest dat via Devillé? Devillé, zei Danneels, maakte de kerk kapot.

Rik Devillé verloor de hoop dat er op een dag wél naar de slachtoffers zou worden geluisterd.

Vanaf het voorjaar van 2010 werd alles anders. De bisschop van Brugge, Roger Vangheluwe, bekende dat hij jarenlang zijn neefje had misbruikt. Daarna kwamen zo’n vijfhonderd klachten binnen bij een speciale commissie onder leiding van kinderpsychiater Peter Adriaenssens. Er kwam ook een parlementaire commissie die onderzoek ging doen naar het misbruik in de kerk. Bisschoppen werden in het parlement gehoord. Steeds maar weer viel zijn naam: Rik Devillé – wat hadden de monseigneurs eigenlijk gedaan met de dossiers die hij hun had voorgelegd? Devillé zat op de publieke tribune.

Met voldoening?

„Alle beetjes helpen. En de parlementaire commissie is meer dan een beetje. Het is een serieuze stap vooruit dat bisschoppen en oversten van congregaties voor het eerst ter verantwoording worden geroepen. Maar de commissie is geen echte onderzoekscommissie die mensen onder ede kan horen. Er zijn politiemensen die daardoor hun verhaal nu niet kunnen doen. Het is ook moeilijk om voldoening te voelen als je ziet dat de bisschoppen blijven ontkennen dat ze van de verhalen wisten. Dan zie je dat ze het zich niet genoeg ter harte nemen. Voor de slachtoffers is dat heel erg. Ik merk dat het voor mensen belangrijk is in hun verwerking als je met hen meeleeft.”

Kort voor de zomer deed de politie een inval bij de bisschoppen en de commissie die de klachten verzamelde. Alle dossiers werden in beslag genomen. De klachtencommissie stopte ermee, maar publiceerde nog wel een indrukwekkend verslag met verhalen van getuigen. Rik Devillé voerde met een paar anderen actie op de stoep van de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal in Brussel. De groep eiste een parlementair onderzoek. Er was veel pers.

Was de parlementaire commissie er gekomen zonder uw inspanningen?

„Dat zou ik ook graag weten. Op de trappen van de kathedraal was het voor ons toen erop of eronder.”

Had u de afgelopen jaren wel eens twijfels – of u door moest gaan?

„Nee. Ik was wel eens ontmoedigd. Toen er geen enkele vooruitgang was. We werden in het hoekje geduwd van ‘ongeloofwaardig’. Ik kreeg brieven van de kardinaal en de bisschoppen van Brugge en Hasselt of ik ermee wilde ophouden.”

Was er ook weleens een bisschop die u verraste door zijn reactie?

„Die van Gent. Bisschop Luysterman. Hij wilde naar ons luisteren en soms deed hij ook echt iets voor slachtoffers.”

Hebben de verhalen en de reacties daarop van de kerk uw geloof aangetast?

„Voor mij heeft dat niks met elkaar te maken. Je kunt een heel levendige geloofsgemeenschap opzetten zonder het instituut van Rome. Je wordt door dat instituut juist afgeleid van de essentie. Omdat het meer met machtsstructuren bezig is dan met het opkomen voor je naasten, wat in het evangelie de belangrijkste boodschap is.”

En daarom doet u dit werk?

„Ik weet het niet. Ik doe het omdat er elke keer weer iemand is die mij opbelt. En dan doe ik het eigenlijk om er zo rap mogelijk weer vanaf te zijn. De zaak moet worden aangepakt omdat het anders niet ophoudt voor die mensen. Ik heb altijd in mijn achterhoofd: morgen kan ik ermee klaar zijn. Dat is alleen maar een gevoel. Ik weet dat het niet zo is. Maar dit is geen missie voor mij. Ik doe veel liever andere dingen.”

Door de moeite die u doet voor slachtoffers bent u een bekende Vlaming geworden. Vindt u die aandacht wel leuk?

„Als het betekent dat er erkenning is, als het gelinkt is aan het doel, dan wel. Want die erkenning is belangrijk.”

Heeft u in al die jaren ook fouten gemaakt?

„Dat zal zeker zo zijn. Ik heb tot nu toe 425 dossiers. Ik geloof de mensen wel die er verstand van hebben en zeggen dat daarvan zo’n 5 procent vals moet zijn. Maar op één verhaal na ben ik die niet tegengekomen. Ik zie nu wel redelijk goed hoe mensen hun verhaal vertellen en hoe echt dat is. Als ik twijfels heb, zeg ik: u moet meer stappen nemen om het concreter te maken. Niet zoiets als: er is iets met die en die priester.”

Hoe ziet u de toekomst?

„Ik wacht nu af waar de parlementaire commissie mee komt. Ik hoop dat ze zich gaan omvormen tot een echte onderzoekscommissie. Daar zullen we voor moeten lobbyen. Ik zou de dossiers graag weg willen hebben. Dit is níet mijn hobby. Ik zou graag zien dat de slachtoffers zich gerespecteerd voelen en zeggen dat ze geholpen zijn.”

Petra de Koning is correspondent in Brussel.