Betrapt! Kettingroker in een rookvrij hotel

Goede voornemens? Coen van Zwol is niet van plan te stoppen met roken. Integendeel: ook in hotels rookt hij graag.

Roken is categorisch verboden in Europese hotels. Dat brengt in ons kettingrokers de kwajongen naar boven. Want laten we wel zijn: denken ze nu echt dat we elke keer door lange gangen naar de lift wandelen, naar de begane grond pendelen om daar voor de deur in wind en regen ons sigaretje te roken? En dat twintig, dertig keer per dag? Zulks ligt niet in de lijn der verwachting.

Inmiddels heb ik een klein arsenaal aan trucs opgebouwd. Waar de gezonde burger bij binnenkomst van zijn hotelkamer let op de souplesse van het matras, de dimensies van het bad, de kracht van de douchestraal, de vulling van zijn minibar en de kanalen op zijn televisie, heb ik andere prioriteiten. Kan het raam open? Waar bevinden zich de rookmelders? Wat kan dienen als asbak? Een leeggedronken bierblikje uit de minibar is nuttig, nog beter is een badkamerbeker. Die vul je met water, waarop in de loop van de avond een compacte turflaag van filters, papier en tabak drijft. Nu en dan die beker in het toilet omkeren. Doorspoelen, vers water: voilà.

U kunt zich mijn ontzetting voorstellen toen ik onlangs voor een ontspannen, kinderloos weekeind met mijn eveneens rokende echtgenote incheckte in een Belgisch hotel van de Marriot-keten en ontdekte dat de ramen onwrikbaar dicht zaten. Gelukkig herinnerde ik mij het advies van een ervaren lotgenoot: de douche op snikheet zetten en de rook richting straal blazen. Eureka. Terwijl de badkamer in een Turks stoombad veranderde, bleek die straal veel teer en nicotine te absorberen. Voor de resterende geursporen kocht ik in de plaatselijke Etos een toiletverfrisser, die nu een standaardonderdeel van mijn reiskoffer is.

Ik vermoed dat veel hotels stiekem een tolerantiebeleid voeren: als de roker probeert zijn sporen uit te wissen, maken zij er geen punt van. Zo niet Eden Hotel Amsterdam, mogelijk geleid door een ex-roker, want die zijn het ergste. Ramen kunnen hier open, dus rook je, zoals het hoort, met je hoofd in de wind. Maar deze week waaide er dag in, dag uit een robuuste zuidwester als een muur mijn hotelkamer binnen. Hoe hard ik ook tegen de wind in blies, de rook trok de kamer in, onder de drempel door. En hoewel ik de airco continu op maximaal zette, zoals elke hotelroker doet, werd ik betrapt door de rookpolitie. De klop op de deur. Ik dropte mijn sigaret met een sissend geluid in de beker, wapperde met mijn handen door de lucht. Voor de deur stond een fraaie, maar verbeten kijkende brunette in uniform. „Meneer, u rookt op uw kamer. Ik ruik het op de gang.” Ik kon het slechts schaapachtig beamen: verzet was zinloos. „Dat kost u 150 euro schoonmaakkosten.” Even later belde de receptie op de gespannen toon die men doorgaans tegen gewelddadige criminelen aanslaat. Of ik direct wilde betalen. Nee, zet het maar op mijn rekening. Ook goed, als ik mijn zonde maar erkende.

Zoiets maakt paranoïde. Rook dat meisje het of hebben de Poolse schoonmakers al eerder sporen van mijn misdaad aangetroffen? Ik dacht die toch zorgvuldig te hebben uitgewist, maar nu vallen me de grijze asvegen in het tapijt op. Werd ik laks? Toch is dit ook bevrijdend. Want een hotelkamer kan je maar eenmaal schoonmaken: nu zit ik gewoon lekker te stomen. Raam dicht. Airco uit. Al is dat wel een dure luxe. Mederokers: kent u nog trucs?