Zeventiende lid voor de euroclub

Morgen voert Estland als derde land uit het voormalige Oostblok, de euro in.

De timing is niet helemaal gelukkig. Veel Esten vrezen een dure munt.

Estland 2 cent FOTO: ECB Euro munten geld
Estland 2 cent FOTO: ECB Euro munten geld

Gelikte reclamespots, glimmende folders, fotomodellen – alles wordt uit de kast getrokken om de Esten voor te bereiden op het afscheid van de kroon en de invoering van de euro op 1 januari. Dat mag ook wel, want wie in weerwil van de eurocrisis besluit om de Europese munt in te voeren heeft wat uit te leggen.

Afgezien van een kleine piek eerder dit jaar is de Estse geestdrift voor de euro al maanden tanende. Boekhoudkundig gerommel in Griekenland, miljarden verslindende reddingsacties en noodfondsen, gekibbel tussen eurolanden – het boezemt weinig vertrouwen in. En alsof dat niet al erg genoeg is, groeit de inflatie in Estland. Alles wordt duurder. Door die euro natuurlijk.

„We hebben pech”, zegt econoom Marje Josing van het Eesti Konjuntuurinstituut. „De introductie valt niet alleen samen met de eurocrisis, maar ook met stijgende wereldprijzen van graan, brandstof en andere grondstoffen die we importeren. De euro heeft daaraan geen schuld, maar leg dat maar eens uit.”

De pech is driedubbel: terwijl Tallinn een feest wil bouwen, plaatsen andere Oost-Europese hoofdsteden openlijk vraagtekens bij het nut van de euro. „Het is risicovoller om in de eurozone te zitten dan daarbuiten”, aldus Marek Belka, de baas van de Poolse Centrale Bank. Praag sprak zich vlak voor Kerst uit tegen snelle introductie, ook al zou dat eigenlijk wel kunnen. Analisten verwachten dat Polen en Tsjechië de munt niet eerder dan 2019 in zullen voeren.

Polen was in 2009 (samen met Cyprus) de enige lidstaat van de Europese Unie waar de economie niet kromp. De zloty speelde daarbij een belangrijke rol: de Poolse munt verzwakte tijdelijk sterk en hielp zo de export. Ook de Tsjechen hadden zo’n voordeel, terwijl eurolanden de snel afnemende belastinginkomsten juist moesten opvangen met pijnlijke bezuinigen.

Volgens de Estse econoom Ivar Raig garandeert de euro weliswaar monetaire stabiliteit, maar gaat dit ten koste van economische groei. Hij vindt dan ook dat de Europese munt te vroeg komt voor Estland en dat het beter het Poolse voorbeeld had kunnen volgen. „We hebben nog één economische cyclus nodig, van tussen de vier en acht jaar, en dan zijn we klaar om toe te treden tot de eurozone.”

Maar zijn vakgenoot Marje Josing vindt dat de vergelijking met Polen mank gaat. Het grote Polen, zegt ze, kon de crisis onder meer ook uitzitten dankzij een grote binnenlandse markt. De consumptie bleef op peil. De kleine, open economieën aan de Oostzee hadden die luxe niet. Bovendien vergeet Raig volgens haar dat de Baltische staten de euro eigenlijk al lang hebben – Estland zelfs al sinds 1992.

Na de val van het communisme koppelden Tallinn, Riga en Vilnius hun munten aan de Duitse mark. De koppeling werd gehandhaafd met de komst van de euro. In de Baltische munten zit dus al jaren weinig beweging. Devaluatie, zoals in Polen, is daardoor een hachelijke zaak. „Het zou een sociale ramp zijn”, zegt Josing. „Veel families in Estland hebben al leningen in euro’s afgesloten.”

Zo bezien is de invoering van de euro een wiskundige exercitie. Op 1 januari formaliseren de Esten een keuze die al jaren geleden is gemaakt. Tijdens de recente bankencrisis was de druk om te devalueren groot, maar daarmee zou ook twintig jaar economisch beleid overboord zijn gezet, zou de euro voorlopig onbereikbaar zijn geworden en zouden duizenden gezinnen kopje onder zijn gegaan.

Niet de euro is het probleem, zegt Josing, maar de grote verschillen in begrotingsdiscipline tussen de verschillende eurolanden. Estland heeft wat dat betreft weinig te vrezen. Niet alleen bezuinigde het voor Europese begrippen ongewoon hard om op tijd aan alle eurocriteria te voldoen, het voldoet er beter aan dan de meeste eurolanden zelf.

Estland wordt het zeventiende lid van de eurozone en na Slowakije en Slovenië het derde uit het voormalige Oostblok. Slowakije, dat begin 2009 de Europese munt invoerde, weigerde eerder dit jaar bij te dragen aan het reddingspakket voor het veel rijkere Griekenland. Bratislava riep daarmee een storm van verwijten over zich af. Het zou zich niet solidair gedragen.

Josing verwacht dat Estland straks in zulke situaties wel over de brug komt. Althans, zolang de landen die hulp nodig hebben maar aantonen dat ze serieus werk maken van hervormingen en bezuinigingen. „Het kan niet zo zijn dat wij ons best doen, terwijl anderen er met de pet naar gooien”, zegt ze. Toch een uitzonderingspositie, net als de Slowaken? „Nee hoor, de Duitsers gebruiken precies hetzelfde argument.”