Van taaie rebel tot behoedzaam leider

Tegenstanders schilderen haar af als radicale marxist, maar Dilma Rousseff lijkt behoedzamer. Als president moet ze uit de schaduw van Lula zien te komen.

FILES - TO GO WITH AFP STORY - Brazilian presidential candidate for the ruling Workers Party (PT) Dilma Rousseff, gives her thumbs up after voting at a polling station in Porto Alegre, state of Rio Grande do Sul, Brazil, on October 31, 2010. Roussef, the first female President of Brazil, will have to impose a personal profile to the head of the country. AFP PHOTO/Jefferson BERNARDES
FILES - TO GO WITH AFP STORY - Brazilian presidential candidate for the ruling Workers Party (PT) Dilma Rousseff, gives her thumbs up after voting at a polling station in Porto Alegre, state of Rio Grande do Sul, Brazil, on October 31, 2010. Roussef, the first female President of Brazil, will have to impose a personal profile to the head of the country. AFP PHOTO/Jefferson BERNARDES AFP

„Het ergste van marteling is het wachten, wachten op een pak slaag.” Het zijn woorden van de nieuwe president van Brazilië, Dilma Vana Rousseff (63), van zeven jaar geleden. In een interview sprak zij eenmalig uitgebreid over haar tijd in gevangenschap, de periode die haar leven heeft getekend. Drie jaar lang, van 1970 tot en met 1972, zat de destijds linkse guerrillastrijder vast tijdens de militaire dictatuur (1964-1985).

Morgen wordt Rousseff geïnstalleerd als president van Brazilië, de eerste vrouw na 33 mannen. Ze is de opvolgster van de meest populaire president in de geschiedenis van het land, Luiz Inácio Lula da Silva, bekend bij zijn koosnaam Lula. Rousseff is een sterke vrouw die sommige mannen angst inboezemt. Heel Brazilië kent het verhaal hoe zij 22 dagen lang is gemarteld door de militairen, onder meer met elektroshocks, zonder ook maar iets los te laten.

Zelf werd zij verraden door een van haar kameraden van de linkse guerrillabeweging VAR-Palmares, die zich verzette tegen de militaire machthebbers. Rousseff was een van de leiders van de marxistische groep. Als twintiger was zij onder meer verantwoordelijk voor het plannen van bankovervallen. Hoewel ze ontkent geweld te hebben gebruikt, heeft ze wel toegegeven in het buitenland te zijn getraind in het gebruik van wapens. Of dat in Cuba was, waar andere Braziliaanse militanten hun guerrillascholing ontvingen, heeft ze nooit willen bevestigen.

Het is dit radicale verleden dat tegenstanders van Rousseff en haar partij, de Arbeiderspartij (PT), keer op keer hebben benadrukt in pogingen om haar te beschadigen. De marxistische en niet-religieuze achtergrond van de destijds jonge Rousseff roept bij de katholieke, conservatieve elite in Brazilië nog steeds grote achterdocht op. Hoe radicaal is zij tegenwoordig nog? Zal zij als president de opkomende economie gaan hervormen zodat de overheid en staatsbedrijven een nadrukkelijkere rol krijgen?

In januari 1970 in een bar in Rua Augusta in São Paulo liep zij in handen van het leger. De militaire openbare aanklager noemde haar destijds de ‘Jeanne d’Arc’ van de guerrillabeweging. Haatdragend is Rousseff nooit geweest over het verraad van haar companheiro. „Het is onvergeeflijk dat marteling veel mensen heeft gedwongen hun idealen te verraden”, zo sprak zij in 2003 tegen de krant Folha de São Paulo, vergoelijkend over bevriende dissidenten die waren bezweken onder de pijn.

Haar idealen heeft Rousseff nooit losgelaten. Nog steeds gelooft zij in de gedachte van toen: het heeft zin om te vechten voor een beter Brazilië, voor een land met een rechtvaardiger welvaartsverdeling.

Rousseffs marxistische ideeën van vroeger hebben inmiddels wel plaatsgemaakt voor links pragmatisme. Ze koestert dezelfde idealen, maar heeft nu andere oplossingen. Sinds haar verkiezing geeft Rousseff voortdurend signalen af die wijzen op behoedzaamheid. De overheidsuitgaven moeten onder controle blijven. De inflatie mag niet oplopen. Een goede relatie met het bedrijfsleven is belangrijk. En voor grote infrastructurele projecten, zoals de vernieuwing van de vliegvelden in het land, houdt zij de deur open voor privékapitaal.

Rousseff is met linkse idealen opgegroeid (zie inzet). Het was ook Dilma’s vader, een advocaat en ondernemer, die zijn dochter de liefde voor literatuur bijbracht. Al op haar veertiende had zij Germinal gelezen, een boek van schrijver Émile Zola over de onmenselijke werkomstandigheden van Franse mijnwerkers. Tijdens haar puberteit las zij ook Vernederden en vertrapten van de Rus Fjodor Dostojevski, ook een boek dat haar destijds heeft gevormd.

Na haar vrijlating toog Rousseff naar het zuiden van Brazilië, naar Porto Alegre in deelstaat Rio Grande do Sul, de thuisstad van haar toenmalige geliefde. Daar studeerde zij economie en legde zij het fundament voor haar politieke carrière. Begin jaren tachtig was zij een van de oprichters van de Democratische Arbeiderspartij (PDT, Partido Democrático Trabalhista). In de jaren negentig was zij onder meer secretaris van Energie van Rio Grande do Sul. In 2001 stapt zij over naar de Arbeiderspartij (PT) van Lula.

In de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2002 ontmoette Lula haar voor het eerst, tijdens overleg met energie-experts van de partij. Ze was de enige vrouw, maar stak met kop en schouder boven alle aanwezige mannen uit: het beste ingevoerd, gearticuleerd, op de hoogste van details en bescheiden. Lula had zijn minister van Energie en Mijnbouw gevonden.

Rousseff staat bij haar collega’s bekend als een dossiervreter, enigszins ongeduldig, opvliegend: ze wil nog wel eens naar iemand schreeuwen. Vijf minuten later is alles doorgaans weer goed. In 2005 maakte zij een grote sprong en werd hoofd van het Casa Civil, een superministerie dat alle projecten van de andere ministeries coördineert.

Rousseff verving José Dirceu, destijds een potentiële kroonprins binnen de PT. Zijn naam was echter verbonden aan een omvangrijk omkoopschandaal dat het imago van de partij zwaar had aangetast. Drie jaar later werd zij door Lula aangewezen hem op te volgen. Ze liet haar gezicht prompt behandelen door een plastisch chirurg. De harde, enigszins autoritaire uitstraling won daarmee aan warmte. Vorig jaar schrok de PT echter op, toen er lymfeklierkanker bij haar was geconstateerd. Zij liet zich met succes behandelen, moest een pruik dragen en had dagelijks fotografen in de bosjes voor haar huis liggen.

Hoe graag de Braziliaanse media haar ook beschrijven als een kloon van Lula, zelf laat zij er geen twijfel over bestaan dat haar eigen weg volgt. In een interview deze maand met de Washington Post kwam de goede relatie tussen Brazilië en Iran ter sprake, waarbij verwezen werd naar haar verleden van politieke gevangene. In november had Brazilië zich, op verzoek van Lula, onthouden van stemming bij het aannemen van een VN-resolutie die de mensenrechtensituatie in Iran veroordeelde. Rousseffs reactie was helder: „Ik ben het niet eens met de wijze waarop Brazilië stemde. Het is niet mijn positie.”