Trampolinespringer die maar geen hoogte won

De eurocrisis, het onzekere economisch herstel en de valutaoorlog bepaalden in 2010 de stemming op de Amsterdamse beurs. Die won per saldo weinig.

Het beursjaar 2010 ging helemaal niet over de beurs.

Bedrijfswinsten stegen en de balans van veel bedrijven bleek in orde. De belegger keek vooral een andere kant op. Naar de crisis rond Griekenland bijvoorbeeld oorbeeld, die ervoor zorgde dat de euro onder druk kwam te staan, naar de gekte die uitbrak op de obligatiemarkt en naar de wankele toekomst van de eurozone.

Het jaar 2010 was het jaar dat de aandelenbeurs werd overschaduwd door het haperende economisch herstel, de eurocrisis, centrale banken en de obligatie- en valutahandel.

De traditionele eindejaarsrally van december veranderde niets aan dit beeld. De AEX-index sloot afgelopen week even op het hoogste niveau van het jaar (358,32 punten). Daardoor werd er nog iets goedgemaakt aan het einde van een dramatisch beursjaar. De koersgrafiek van de Amsterdamse beurs sprong in 2010 op en neer als een trampolinespringer. De index van de 25 hoofdfondsen stond het grootste deel van het jaar ‘onder water’: lager dan de slotstand van 2009 (335,33 punten).

Het jaar begon slecht voor de belegger. Na het krachtige herstel in 2009 dook de index de eerste twee maanden naar beneden. In februari werd de weg naar boven ingeslagen, maar aan de stijging kwam in april abrupt een einde toen de Griekse schuldencrisis uitbrak. De angst dat Griekenland niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen ondermijnde het vertrouwen. Dat werd nog erger omdat er al snel twijfels kwamen over de situatie in andere als zwak bekend staande eurolanden als Portugal, Spanje en Ierland, waardoor de rente op de staatsleningen van deze landen enorm opliep.

Het vertrouwen was al fragiel. Het economisch herstel, dat moest volgen op de ernstigste crisis sinds de jaren dertig van de vorige eeuw, bleek afgelopen jaar maar matig door te zetten. Positief nieuws over de wereldeconomie (zoals het herstel in Duitsland) werd steeds afgewisseld met slecht nieuws. Over de Amerikaanse werkgelegenheid, over de vaak tegenvallende economische groei in veel westerse landen en over de onmacht van centrale banken om met de toch ongekende steunmaatregelen de economie blijvend op gang te helpen.

De haperende economie en de eurocrisis zorgde in augustus voor koersdalingen omdat plots de angst opdook voor een dubbele dip: een nieuwe recessie. Deze was nog niet voorbij of een nieuw doembeeld verscheen: de valutaoorlog tussen China en de VS. De Amerikanen storen zich al jaren aan de weigering van Peking om de yuan op te waarderen, waardoor de Chinezen een oneigenlijk concurrentievoordeel hebben op de exportmarkt. De kwestie speelde weer op omdat Washington alles op alles zet om de werkloosheid omlaag te krijgen, iets dat volgens hen wordt gehinderd door de goedkope yuan.

De voortdurende onrust leidde ertoe dat beleggers risico bleven mijden. Uit onderzoek van vermogensbeheerder Schroders blijkt dat beleggers afgelopen jaar veel meer geld stopten in obligaties dan in aandelen. „Dat investeerders in dit deel van de economische cyclus zo risicomijdend blijven, is opvallend”, zegt Gavin Ralston, hoofd producten bij Schroders. Als er al werd geïnvesteerd in aandelenfondsen ging het geld vooral naar de opkomende economieën in Azië en Latijns-Amerika waar de economische groei wel doorzet en de vooruitzichten voor de komende jaren beter zijn.

De index kwam in november weer even ‘boven water’, nadat het Amerikaanse stelsel van centrale banken (Fed) bekend maakte het komende jaar 600 miljard dollar in de economie te pompen. Ook deze ingrijpende maatregel was weer snel uitgewerkt op de aandelenbeurs. De dalende lijn werd weer ingezet, totdat de eindejaarrally begin december begon.

De actie van de centrale bank, waarmee Fed-baas Ben Bernanke juist rust en vertrouwen wilde brengen, lijkt het tegenovergestelde te bereiken. Leiders van opkomende economieën spraken al snel de vrees uit dat de dollars in hun landen voor inflatie zullen zorgen. Bovendien blijkt de afgelopen maanden dat de tienjaarsrente in de VS weer stijgt, ondanks het opkopen van obligaties door de Fed. Dát was niet de bedoeling. Het heeft als negatief effect dat de hypotheekrente waarschijnlijk zal stijgen waardoor de huizenmarkt in de VS, en in het verlengde daarvan de economie, opnieuw een lastig jaar krijgt.

Ondanks de vaak dalende indices en sputterende economie was er voor de belegger in Amsterdam ook wel goed nieuws. Vooral voor beleggers in de kleinere en middelgrote bedrijven. Want in de top-10 van winnaars wat betreft koersstijgingen staat geen enkel bedrijf uit de toonaangevende AEX-index. Fugro, de toeleverancier voor de olie-industrie, is de eerste op plek elf.

Onder de grootste stijgers staan die bedrijven die recent in een overnameproces verwikkeld raakten. De grote uitschieter is Gamma Holding dat het aandeel met 176 procent zag stijgen. Investeringsmaatschappij Gilde kwam er binnen als grootaandeelhouder en kondigde in december aan de textielproducent van de beurs te willen halen. Biotechbedrijf Crucell steeg 70 procent nadat Johnson & Johnson een bod had uitgebracht en de overnamestrijd rond kabelbedrijf Draka leverde een jaarwinst op van 43 procent. Ook een mislukte overname kan voor stevige koerswinsten zorgen, zo bleek bij Punch Graphix. Het grafisch bedrijf zou aanvankelijk in handen komen van NPM Capital, maar die zag toch af van de overname.

Nieuwelingen kwamen er niet bij in Amsterdam. Op andere beurzen gebeurde dat wel, met als bekendste en grootste voorbeelden hernieuwde entree van het Amerikaanse General Motors en de Chinese Agricultural Bank of China. Een Nederlands bedrijf dat wel koos voor een beursgang, chipmaker NXP, liet Amsterdam links liggen en ging naar de technologiebeurs Nasdaq in New York.

Maandag 3 januari: de vooruitblik op het beursjaar 2011