Terreurverdachten en de loop van het recht

In de straten van Stockholm ontplofte eerder deze maand een auto, met de aanslagpleger er nog in. De man zou op weg geweest zijn naar een druk winkelcentrum. Op de Zwitserse en Chileense ambassades in Rome explodeerden vorige week postpakketjes. Gisterochtend ontplofte er een zware bom bij de rechtbank in Athene. De Deense en Zweedse politie arresteerden eergisteren vijf mannen die een aanslag op het kantoor van de krant Jyllands-Posten in Kopenhagen zouden willen plegen.

Naar herkomst en motieven van de daders is het gissen. De bom in Athene zou kunnen passen in een patroon van binnenlandse politieke terreur. De bompakketten in Rome zijn geclaimd door de ‘Informele Anarchistische Federatie’. De zelfmoordaanslag in Zweden wordt toegeschreven aan een lokale jihadist. De verdachten van de voorgenomen aanslag op de Deense krant hadden banden met Somalië, Irak, Tunesië of Libanon. Mogelijk is er een verband met de ‘Mohammed-cartoon’.

Dat de autoriteiten in Europa zeer alert zijn, heeft dus een reden. Zeker als het gaat om landen die actief zijn of recentelijk waren in de strijd tegen de Talibaan. Er wordt bij een melding snel preventief opgetreden. Maar is dat ook steeds rechtmatig? Bij de aanhouding van twaalf Somaliërs op Kerstavond kunnen vraagtekens worden gezet. De AIVD meende dat vier van hen een aanslag voorbereidden, maar de politie „had geen tijd” om hen ertussenuit te halen en arresteerde daarom alle aanwezigen, zo legde NCTb -leidinggevende Erik Akerboom uit.

Als die haast voortvloeit uit harde feiten, kan dat worden gebillijkt. Maar inmiddels zijn alle Somaliërs vrijgelaten en gelden er nog maar drie als verdacht. Hoe dan ook zijn er bij de opmerkingen van Akerboom kanttekeningen te plaatsen. Zijn bewering dat er „veel moeite wordt gedaan om ter plekke te schiften: wie arresteren we wel en wie niet”, lijkt zelfs onjuist. Die moeite werd namelijk niet gedaan, omdat men immers haast had. Maar waarom?

Dat de „loop van het recht” voor de NCTb „duidelijk de tweede prioriteit heeft” (dixit Akerboom), is onwillekeurig wel duidelijk gedemonstreerd. Dit leek vooral een verstoringsactie, waarbij de burgerrechten van toevallig aanwezigen opzij werden geschoven. Justitie heeft tegen het merendeel geen bezwaren. Nooit gehad, vermoedelijk.

En hoe zit het met het viertal? Bestond die dreiging bij nader inzien niet of was die niet zo acuut? Het doet denken aan de valse alarmering voor een aanslag op een Ikea-vestiging in 2009. Toen werden zeven, achteraf onschuldige mannen met geweld opgepakt.

Preventie is prachtig, maar de ‘loop van het recht’ hoort in principe niet op de tweede plaats te komen. Al was het maar omdat van een uitzonderingssituatie niets is gebleken.