Star Trek in de oertijd

Vooral de kennis over de mens nam het afgelopen decennium toe: geen vrije wil, een complex genoom en veel vreemde voorouders.

Eén mensensoort leeft tegenwoordig tot in de verste uithoeken van de wereld. Alsof het nooit anders is geweest. Maar in prehistorisch perspectief is de huidige situatie juist uitzonderlijk. “In de loop van onze geschiedenis hebben er altijd veel verschillende mensensoorten tegelijkertijd geleefd”, zegt Jean-Jacques Hublin, directeur van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig. “Die menselijke soortenrijkdom van toen doet denken aan de vele mensenrassen die je ziet in Star Trek. Intussen zijn er 17 mensensoorten gevonden die in de afgelopen 7 miljoen jaar geleefd hebben. Er zullen er in de komende jaren nog vele bij komen. Onze afstammingslijn wordt een al maar complexere struik.”

Paleoantropoloog Peter Brown (University of New England) bevestigt: “Onze geschiedenis is een verhaal van vele soorten. Sommige hebben succes en andere niet, dat is immers het evolutionaire verhaal van alle zoogdieren.” Brown publiceerde in 2004 over de spectaculaire ontdekking van de verrassend primitieve mensachtige Homo floresiensis. Het is vermoedelijk een Homo erectus die tot 17.000 jaar geleden overleefde op het Indonesische eiland Flores. In de tijd dat hij leefde, leefde ook Homo sapiens, de moderne mens.

De rijkdom aan vroegere mensensoorten is een realiteit waarvan paleoantropologen in het afgelopen decennium doordrongen zijn geraakt. Al valt er over de details in dit vakgebied altijd te twisten. Zo staat de vraag of moderne mensen en Neanderthalers nu werkelijk aparte soorten zijn op grond van recente DNA-analyses weer ter discussie.

Yohannes Haile-Selassie, hoofd fysische antropologie van het natuurhistorisch museum van Cleveland, waarschuwt om het aantal mensensoorten ook in nog vroegere tijden niet te overschatten. “Het is de vraag of we de verschillende fossielen van hominiden die drie tot vier miljoen jaar geleden leefden allemaal moeten zien als verschillende soorten”, zegt hij. “Neem bijvoorbeeld de schedel en tandfragmenten van Kenyantropus. De fossielen zijn zo beschadigd en gefragmenteerd dat het nauwelijks mogelijk is om te bepalen tot welk geslacht ze zouden moeten behoren.” Toch erkent Haile-Selassie: “In de tijd na 2,5 miljoen jaar geleden zien we zeker verschillende soorten hominiden verschijnen.”

De hominiden zijn een familie waartoe wijzelf behoren en al onze voorouders, maar niet de voorouders van de mensapen. Volgens Haile-Selassie bracht het afgelopen decennium nog een ander nieuw inzicht in onze afstammingslijn. “Tien jaar geleden dachten we dat onze vroegste gemeenschappelijke voorouders 4,4 miljard jaar geleden leefden”, zegt hij. “Nu weten we dat onze eigen geschiedenis zeker 6 tot 7 miljoen jaar teruggaat. Dat is te danken aan publicaties over fossielen van heel vroege mensachtigen die leefden tussen 5 en 7 miljoen jaar geleden. Ik doel op Orrorin in 2001, Sahelanthropus in 2002, Ardipithecus ramidus in 2009.”

Bovendien, zegt Haile-Selassie, is ons beeld van hoe die vroegste voorouder eruit zag veranderd. Ardipithecus, die 4,4 miljoen jaar gelden leefde, kon rechtoplopen, maar met zijn lange vingers en tenen waarschijnlijk ook nog aardig in bomen klimmen. Verrassend is dat Ardipithecus in het geheel niet leek op een chimpansee, de aan ons meest verwante mensaap en een voor de handliggend toonbeeld voor onze vroegste voorouder.

“Achteraf gezien was het waarschijnlijk naïef om te denken dat die heel vroege mens eruit zag als een chimpansee”, zegt Paul Dirks (James Cook University), mede-auteur van een recente publicatie over de 1,8 miljoen jaar oude mensachtige Australopithecus sediba. “Net als wijzelf heeft de chimpansee immers miljarden jaren gehad om zich te specialiseren en zich aan te passen aan zijn leefomgeving. En waarschijnlijk is ‘Ardi’ ook geen goed model voor onze vroegste voorouder. Misschien moeten we denken aan een meer algemene primaat.”