Ruimtevaartweetjes

Mary Roach Packing for Mars: The Curious Science of Life in the Void. Uitg. W.W. Norton, 334 blz., € 15

Als een astronaut op ruimtewandeling een zelfmoordpil mee zou nemen, voor het geval dat hij losgekoppeld zou raken van zijn ruimtevaartuig of -station, waar zou hij die pil dan moeten laten? Hij kan hem niet in zijn zak doen, of in een tasje – dan krijgt hij hem nooit in zijn mond. Zo’n pil zou dus in de helm van de astronaut moeten zitten, klaar om in te happen, net als de mueslireep die astronauten een tijdlang bij zich hebben gehad voor momenten van acute trek.

Dat zijn de dingen waar Mary Roach zich zorgen over maakt als het om ruimtevaart gaat. Natuurlijk, de techniek en het doel van de missies zijn ook best interessant. Maar het gaat Roach om de psychologie van de ruimtereizigers en om hun lichamelijke ongemakken. Hebben ze echt nooit ruzie, zoals ze op persconferenties graag doen voorkomen? Hoe zit het met die affaires tussen astronauten waarover je maar zo zelden iets hoort? Hebben astronauten weleens seks in de ruimte, en zo ja, hoe doen ze dat, bij zero gravity? Wat eten ze, hoe poepen ze, hoe smokkelen ze alcohol mee, welke practical jokes halen ze met elkaar uit?

Echt onderwerpen voor Roach, die eerder populair-wetenschappelijke boeken schreef over menselijke lijken (Stiff, 2003), leven na de dood (Spook, 2005) en seks (Bonk, 2008). Het lijkt misschien louter grappig, wat ze doet, maar het is ook indrukwekkend knap. Roach komt overal binnen (NASA, de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA, het Russische Star City), en krijgt meer informatie los dan je dacht dat je wilde weten. Bijvoorbeeld dat Japanse astronauten duizend kraanvogels moeten vouwen als onderdeel van de selectie – om te kijken of ze ook na uren nog secuur werken. Wie dit boek heeft gelezen, heeft genoeg stof om gedurende heel 2011 alle kinderen in zijn omgeving van bizarre ruimtevaartweetjes te voorzien. En alle volwassenen.