Oud en Nieuw biedt uitlaatklep voor vetes en lokale afrekeningen in gesloten dorpen en wijken

Oudejaars-ongeregeldheden vinden meestal plaats in volkswijken in stedelijke gebieden en ”op het platteland in dorpen met een streng christelijk gereformeerde bevolking”. Daar hebben de inwoners namelijk met zichzelf afgesproken dat één keer per jaar ‘alles moet kunnen’.  Althans dat staat in het rapport ‘Hoezo rustig?’ van de Politieacademie, dat hier is te vinden.

Het rapport werd in 2007 geschreven toen het de autoriteiten begon te dagen dat Oud en Nieuw uit de hand begon te lopen. Volgens het rapport komt oudejaarsviering  voort uit een traditie van ‘vuur, alcohol en lawaai’, heeft het oude Germaanse wortels en sluit het aan bij een lokale behoefte aan een jaarlijkse uitlaatklep. Dat ‘streng gereformeerd’ een factor is van een vergelijkbare risico als ‘wonen in een volkswijk’, wordt verklaard uit de homogeniteit en sociale cohesie van deze gemeenschappen. “Buitenstaanders komen er niet tussen”.

De combinatie ‘vuur, alcohol en lawaai’ heeft zijn oorsprong in de zogeheten ‘joelfeesten’, hier uitgebreid toegelicht. Kort samengevat is het een zonnewende annex vruchtbaarheidsfeest waarbij met lawaai en vuur het oude jaar werd uitgeluid en het nieuwe verwelkomd. Het feest begon ooit op 25 december en duurde tot Driekoningen, op 6 januari. De kerstboomverbrandingen zijn een overblijfsel van de nieuwjaarsvuren. “De oude vuren werden destijds gedoofd, en nieuwe vuren werden ontstoken om het oude jaar te vernietigen en de komst van het licht en het nieuwe te onderstrepen. Ook moesten de geesten van de overledenen en de demonen worden verjaagd, die juist rond deze tijd konden opspelen.” Behalve met vuurwerk gebeurde dat ook met klokgelui.

De verklaring voor de rellen in de ‘bible belt’  met oud en nieuw is volgens het rapport eenvoudig. Daar is het de rest van het jaar ook mis. “De ongeregeldheden bij de jaarwisseling wortelen veel meer in alledaagse problemen– overlast, criminaliteit, regelontduiking en alcoholgebruik – dan dat ze daar een uitzondering op vormen.” Deze dorpen kampen relatief vaak met grote drugsproblemen en wel omdat “politiek, bestuur en de lokale gemeenschap de ernst ervan niet onder ogen wensen te zien”. De politie moet de rest van het jaar daar (ook) strenger optreden, luidt het advies. “Bewoners die nu voor problemen zorgen bij de jaarwisseling zijn gewend dat ze op al die andere dagen ‘wegkomen’ met veel regelovertredingen en met onbehoorlijk gedrag.”

Het rapport schetst de sociologie en de geschiedenis van de oudejaarsongeregeldheden. Feitelijk komt het neer op uit de hand gelopen uitgaansgeweld, dat wordt vergemakkelijkt door tradities zoals vuurwerk gooien en rotzooi trappen. Het schept de gelegenheid onderling rekeningen te vereffenen, rivaliteit en vetes met aangrenzende wijken of dorpen uit te leven en de confrontatie met de politie te zoeken uit afkeer van de overheid. Met name in gesloten gemeenschappen is er een doorgeschoten traditie van ‘één keer per jaar moet alles kunnen’ die ook in de lokale politiek wordt gedragen. Het zijn in het algemeen de ‘oude’ Nederlanders en niet de nieuwe (allochtone) groepen die zich dan misdragen.

Interessant is de beschrijving van de viering in de dorpen Poederoijen, Brakel en Bruchem, waar een hardwerkende bevolking een ‘stevige afkeer van overheidsbemoeienissen’ blijkt te koesteren. Een gevoel dat een (jaarlijkse) uitlaatklep krijgt bij oud en nieuw. Veel illegaal vuurwerk, overmatig alcoholgebruik, zware vuren gevoed door benzine, banden en afval verspreid gestookt in het dorp zorgen voor zware milieuschade, vernielingen en zeer hoge opruimkposten. Sinds 2006 voert de gemeente een ‘uitsterfbeleid’ door steeds minder vergunningen voor vreugdevuren te verstrekken.

Het rapport deed verslag van de tradities in Zaltbommel, Leiden, Voorschoten, Schiedam, Den Haag, Veen en Eemdijk. Conclusie was dat het verminderen van oudejaarsgeweld een klus voor de lange termijn is, waarbij de plaatselijke overheid maatwerk moet bieden. Lees hoofdstuk 9 van het rapport voor de aanbevelingen. Kort samengevat is het een mix van repressie, overreding, communicatie, gedegen voorbereiding en preventie. Laat jeugdwerk, brandweer, gemeentediensten en politie zoveel mogelijk samenwerken. En zeg na afloop vooral niet te snel dat ‘de jaarwisseling rustig is verlopen’.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.