Niets deugt!

Als je het zo op straat en in het openbaar vervoer hoort, als je de reacties van lezers in de papieren kranten en die op internet leest, krijg je de overtuiging dat we nog nooit zo’n !##+<<$x%!!! (verwijderd door de redactie) jaar achter de rug hebben gehad. Niets heeft gedeugd, en dat doet het nog niet.

Volgens een paar lijstjes die door suborganisaties van de internationale gemeenschap zijn opgesteld, horen we nog altijd tot de toptien van de welvarende landen. Hier woont een van de best opgeleide volken ter wereld. Als je wilt emigreren, dan naar Nederland. Maar ben je hier eenmaal aangeland, dan merk je dat je om de haverklap wordt uitgescholden, bedreigd, bestolen, afgerost. Er is geen Nederlander die het in de ogen van de andere Nederlanders goed doet, en dat laten we elkaar ook weten. In het afgelopen jaar is het nog erger geworden dan het vorig jaar al was. Het gaat crescendo. Zelfs de koningin doet het nu in haar Kersttoespraak totaal verkeerd.

Over Hare Majesteit gesproken, laten we blij zijn dat we geen republiek met een president hebben. Stel je dit even voor: iedere vier jaar presidentsverkiezingen, in deze tijd. Eerst de vraag wie de kandidaten zullen zijn. Na maanden van vergaderen komen de belangrijkste formaties met hun eigen nationale redder. Dat zijn er vier, ik noem geen namen. Ze gaan het land in, allemaal zwaar bewaakt, houden hun toespraken, worden onderbroken door spreekkoren van de tegenstanders.

Dat komt allemaal in de media, wordt van alle kanten van ongezouten commentaar voorzien. De volgende dag gaat de aanhang van alle kandidaten in kokende woede de straat op. Politie erbij. Een toevallige voorbijganger wordt door hardwerkende burgers per ongeluk in elkaar geslagen. Ambulance. Terwijl de ziekenbroeders het onschuldige slachtoffer proberen op te rapen, worden ze aangevallen door allochtoon tuig. Ook dat komt allemaal weer uitvoerig in de media. De dag van de verkiezingen is aangebroken. De noodtoestand is uitgeroepen. Het lijkt wel een finale van het wereldkampioenschap voetbal, maar dan twee maal zo – ja, wat? Erg? Angstaanjagend? Met nog meer kabaal? Razernij?

In de exit polls is het een nek-aan-nekrace tussen Jan-Kees en Jeroen. Dan blijkt dat sommige stemmachines niet goed werken. Zo’n wonder is dat niet.

De Sprinters van de Nederlandse Spoorwegen staan ook nog niet allemaal weer op de rails. Maar de natie kan niet langer zonder staatshoofd. Hertelling!

Beëdigde hertellers gaan aan de slag maar komen er niet uit. We nemen een voorbeeld aan Amerika. De Hoge Raad hakt de knoop door. Jan-Kees wordt de eerste Nederlandse president.

Dan breekt er een avontuurlijke maar soms ook verschrikkelijke periode aan, waarvan ik u de beschrijving zal besparen. Raadpleeg de geschiedenis van onze stadhouderloze tijdperken. Historische vergelijkingen gaan altijd mank.

Nu leven we in de snel tanende illusie dat we in een tolerant land wonen. In werkelijkheid horen veel Nederlanders (niet ‘de’, niet allemaal, u bijvoorbeeld niet) tot de snelst geïrriteerde, de ontevredenste, de bijterigste soort ter wereld, en dat is niet van vandaag of gisteren. In de jaren vijftig (v.d.v.e.) heette de rubriek ingezonden brieven van Het Parool ‘Maar menéér’. Een uitstekende naam. Daaruit sprak al de nauwelijks bedwongen verontwaardiging van de lezer die zich lelijk op zijn tenen getrapt voelde. Een van degenen die daar regelmatig optrad, noemde zich Beka. Het GVB had nieuwe trams aangeschaft, licht gestroomlijnde motorwagens en bijwagens op zes wielen, voor de lijnen 24 en 25. Na een paar weken schreef Beka: „Heeft de directie van de tram nooit gemerkt dat de zitplaatsen in deze nieuwe rijtuigen veel en veel te nauw zijn? Of zit de directie van de tram nooit in de tram?”

Omstreeks dezelfde tijd begon het me op te vallen, dat in de koppen van De Telegraaf veel mensen werden opgevoerd die woedend, laaiend, hels, kokend, ziedend waren.

Ik heb een stuk of wat van die koppen uitgeknipt en opgeplakt zodat er een nieuwe voorpagina ontstond. Een fantastisch beeld. Het leek alsof alle Nederlanders het in de grootste verbittering met elkaar aan de stok hadden. Ik heb er toen ook nog een hoofdartikeltje bijgeplakt. Meer asfalt, is de kop. Allemaal meer dan een halve eeuw geleden.

Intussen zijn we gewend geraakt aan internet, we hebben de papieren krant niet meer nodig. De krant is per slot van rekening maar een gebrekkig middel om te laten weten dat je je op je tenen getrapt voelt of uit elkaar barst van miskenning en verontwaardiging. En dan moet je nog maar afwachten of de censuur van de redactie het wel met je bewoordingen eens is.

Nu kun je digitaal de hele wereld iedere dag laten weten dat je desnoods de hele schepping aan je laars lapt. Het helpt niet maar het is wel een kleine opluchting.