Nepomnjasjtsji kent geen euforie

Een naam als een niesbui, schreef iemand eens. Je moet wel een Rus zijn om de achternaam van Jan Nepomnjasjtsji behoorlijk uit te kunnen spreken, en het is geen wonder dat hij in de rest van de wereld meestal Nepo wordt genoemd. Vorige week woensdag werd Nepo in de Centrale Schaakclub in Moskou kampioen van Rusland, na een dramatische slotronde.

Sergei Karjakin, de voormalige Oekraïner die nu voor het eerst aan het kampioenschap van Rusland mee mocht doen, stond aan het begin van de ronde bovenaan met een half punt voorsprong op Nepo. Nepo moest dus winnen om een kans te houden, tenminste zo leek het.

Hij kwam tegen Nikita Vitjoegov niet verder dan remise, maar het was geen ramp, want ondertussen was het duidelijk geworden dat Karjakin iets ging doen dat hij nog niet eerder in dat toernooi had gedaan: een partij verliezen. Tegen Vladimir Malachov moest hij urenlang een ellendig eindspel spelen dat net niet hopeloos genoeg was om meteen op te geven.

Hij verloor en een uur later moest hij de tiebreak spelen tegen Nepo, die veel langer had kunnen uitrusten en ook in een beter humeur was.

Triomf van de jeugd! Karjakin en Nepo zijn net als Magnus Carlsen geboren in 1990, een uitstekend schakersjaar.

De tiebreak begon met twee rapidpartijen. Karjakin kreeg beide keren voordeel, maar kwam niet verder dan remise. Toen kwam het beslissende vluggertje, het ‘armageddon’. Karjakin kreeg wit en zes minuten bedenktijd, Nepo had vijf minuten met zwart. Bij remise zou zwart ‘winnen’.

Als Karjakin na 17 zetten een paar seconden had nagedacht, had hij gezien dat hij een volle toren kon winnen. Hij dacht niet na, omdat hij iets anders zag waarmee hij ook wel moest winnen, maar veel minder makkelijk. Tenslotte werd de partij remise; Nepo was kampioen.

Niemand waagde het om tegen de gebroken Karjakin te zeggen dat een tweede plaats toch ook mooi was. Nepo zei: „Euforie ken ik al lang niet meer, maar blij ben ik wel.” Dat klonk wat bejaard, maar ze zijn vroeg rijp tegenwoordig. 2010 was een mooi jaar voor hem, want in maart was hij ook al kampioen van Europa geworden.

Jan Nepomnjasjtsji - Ernesto Inarkiev, EK Rijeka 2010

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. d3 De openingen van Nepo zijn nog niet scherp geslepen. Hij kiest voor een kalme opzet waardoor het niet op openingskennis aankomt, maar op denken met het eigen hoofd. 5...d6 6. c3 g6 7. Pbd2 Lg7 8. 0-0 0-0 9. Te1 b5 10. Lc2 Te8 11. a4 Lb7 12. b4 De eerste keer dat deze stelling voorkwam was in Fuderer - Donner, Hastings 1954/55. Ook toen slaagde zwart er niet in het hoofd boven water te houden. 12...De7 13. Pb3 Tad8 14. De2 Dd7 15. Ld2 Tb8 Het onzekere geschuifel van de zwarte dame en toren laat zien dat zwart geen plan heeft. 16. axb5 axb5 17. c4 Pe7 18. cxb5 Dxb5 19. Pa5 Dd7 20. La4 c6 21. Tac1 Tec8 22. d4 Een typische Spaanse marteling. 22... exd4 23. Pxd4 Pe8 24. Dd3 La8 25. h3 Tb6 26. Pf3 Pc7 27. Pc4 Ta6 28. Lb3 Hij legt aan op het zwakke punt f7 en dreigt zowel 29. Pxd6 als 29. Pce5. 28...Td8 29. Lf4 Pe6 30. Lg3 Er viel veel voor te zeggen om toe te slaan met 30. Pxd6 Pxf4 31. Dxa6 Dxd6 32. Tcd1, want hoewel zwart dan materiaal voor staat is zijn stelling ontwricht. 30...d5 31. Pce5 Db7 32. De2 Hier was het offer dat wit op de volgende zet brengt al mogelijk en ook heel sterk: 32. Pxf7 Kxf7 33. exd5 cxd5 34. Txe6 Kxe6 35. Tc7, waarna zwart de dame moet geven. Natuurlijk zijn er meer varianten, maar alles wint voor wit. 32...Tb6 Nu had zwart de directe doodklap kunnen voorkomen met 32...Db5.

33. Pxf7 Kxf7 34. exd5 cxd5 35. Tc7 De pointe van wits offer. Zwart moet de dame geven, want na 35...Da6 36. Pg5+ wint wit groot materiaal. 35...Td7 36. Txb7 Lxb7 Als je de stukken telt staat zwart nog niet eens erg veel achter, maar wit houdt beslissende koningsaanval. 37. La4 La6 38. Pe5+ Lxe5 39. Dxe5 Ta7 40. Dh8 Pf8 41. Lh4 g5 42. Lxg5 Tg6 43. Dd4 Tb7 44. Df4+ Zwart gaf op.