Loterij is belasting op domheid

De Nederlandse burger wordt onder valse voorwendsels grote bedragen afgetroggeld door de kansspelbedrijven waarop de staat het monopolie heeft.

Den Haag - Straat of stadsgezicht. Een oude sigarenzaak met een uithangbord van de staatsloterij in de wijk transvaal. foto: Evert-Jan Daniels
Den Haag - Straat of stadsgezicht. Een oude sigarenzaak met een uithangbord van de staatsloterij in de wijk transvaal. foto: Evert-Jan Daniels Evert-Jan Daniels/Hollandse Ho>

Emeritus hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Leiden

Al maanden leeft Nederland toe naar de uitslag van de oudejaarstrekking van de Staatsloterij. Op de valreep van 2010 kunnen we allemaal nog multimiljonair worden: we hebben kans op de hoofdprijs van 27,5 miljoen euro én op een jackpot van 27,5 miljoen euro!

Wie wil er nu geen multimiljonair worden? Moeten we daarom de overheid niet dankbaar zijn voor deze kans? Of ligt het niet zo simpel? Draait het Rijk zijn eigen burgers een poot uit? Laat de overheid haar eigen burgers onkundig, en benadeelt ze daardoor ernstig?

Het antwoord lijkt mij eenvoudig. De overheid bedriegt haar burgers en verzaakt daarbij een essentiële taak: voorlichting.

Het ongelukkige is dat de overheid een monopolist is op het gebied van kansspelen. Alle vergunningen voor de exploitatie van kansspelen in Nederland zijn direct én indirect in handen van de Nederlandse staat. Dit heeft twee grote gevolgen: de inrichting van de spelen wordt geheel bepaald door de overheid en alle publiciteit wordt door de overheid gecontroleerd. Deze twee aspecten zijn van doorslaggevend belang, omdat wij uit onderzoek weten dat de aantrekkelijkheid van kansspelen vooral wordt bepaald door een – soms misleidende – structuur van kansen en prijzen.

Een voorbeeld daarvan is de structuur met één zeer grote prijs: de jackpot. De overheid heeft steeds een voorkeur voor jackpots gedemonstreerd, en op die manier haar burgers verleid tot het kopen van veel verliesgevende loten.

Op dit punt is een kleine toelichting nodig over de aard van kansspelen. In exploiteerbare kansspelen wordt door de exploitant steeds een aanbod gedaan dat voor de spelers een negatieve verwachte waarde heeft en voor de aanbieder een positieve. Dit betekent dat de speler erop moet rekenen dat dit soort aanbiedingen op den lange duur gemiddeld verlies zal opleveren, terwijl de aanbieder mag rekenen op winst. Dat is dus wat de overheid ons niet vertelt: de deal is dat de burger die ingaat op de aanbiedingen van loten, krasloten et cetera zomaar geld zal inleveren.

Het is verbluffend om te zien hoe de overheid deze werkelijkheid weet te verhullen in haar publiciteit. Over misleidende reclame voor de Staatsloterij zijn bijvoorbeeld nogal wat kwesties geweest. We herinneren ons allemaal de kwestie van de halve loten waarop de jackpot steevast bleek te vallen, waardoor de staat de jackpot aan zichzelf uitbetaalde. Uiteindelijk moesten de misleidende reclames worden gerectificeerd. Met zulk bedrog wil de overheid toch niet bezig zijn. In reclames van de Staatsloterij en de andere bedrijven worden steeds winnaars getoond, maar nooit verliezers, of gokverslaafden. In de reclame voor Holland Casino’s is het ook altijd feest.

Bovendien wordt steevast een ondoorzichtige combinatie gemaakt met goede doelen. De suggestie wordt gewekt dat de burgers maar moeten investeren in deze dubieuze staatsondernemingen, omdat de staat anders niet kan voldoen aan haar culturele verplichtingen. De Postcode Loterij is hiervan een duidelijk voorbeeld. Prachtige musea en monumenten, alsmede zielige aapjes worden ingezet om ons over een streep te trekken van gegarandeerd financieel verlies, maar het levert een goed gevoel op, en dat is precies de publiciteitstruc waartegen de slecht geïnformeerde burger zich maar moeilijk kan verzetten.

Het logo van de Staatsloterij geeft het dilemma duidelijk weer: een klein visje uitgooien om een grote te vangen – maar er is slechts één grote vis. De andere betekenis is natuurlijk: de kleine vis die door een enorme vis (de overheid?) wordt opgeslokt. Ook wordt ons op de mouw gespeld dat de – sterk verslavende – krasloten nodig zijn om onze afvaardiging naar de Olympische Spelen te financieren. Dit noem ik nu echt misleiding. Nederland is welvarend genoeg om een afvaardiging te financieren, zonder haar burgers gokverslaafd te maken.

Een overheid die haar eigen burgers oplicht door hen onkundig te laten, moet geen exploitant van kansspelen mogen zijn. Die spelen zijn niet exploiteerbaar in combinatie met een eerlijke voorlichting. Het monopolie, dat al zeer lange tijd bestaat, dient te worden opgeheven. De minister van Justitie is daarvoor verantwoordelijk. Het woord is dus aan het kabinet: wil dat de grootste, in financiële termen gesproken, oplichter in Nederland zijn?

Uit de rapportage van het College van toezicht op de kansspelen blijkt welke enorme bedragen de Nederlandse burger worden afgetroggeld. De omzet van de loterijorganisaties en de casinospelen bedroeg in 2009 ruim 2,5 miljard euro. Hiervan werd een miljard euro aan prijzengeld uitgekeerd. Van de resterende 1,57 miljard werd 820 miljoen euro besteed aan kosten. Van de overblijvende 750 miljoen ging de helft naar goede doelen en de helft naar de schatkist (toezichtkansspelen.nl/feiten_cijfers.html).

De conclusie is dus dat de Nederlandse burger een aanzienlijke hoeveelheid geld inlevert, daartoe gebracht door de valse voorwendselen van de gemonopoliseerde staatskansspelbedrijven. Of de opbrengsten aan de staat of aan goede doelen ten goede komen, is niet van belang: dat geld was ons eigen geld, dat wij misschien hadden willen besteden aan door onszelf gekozen doelen.

De problematiek van het monopolie heeft ook een Europese component. De regels voor eerlijke concurrentie in Europa laten zoiets eigenlijk niet toe. Wel moet worden toegegeven dat Nederland indertijd bij de ondertekening een uitzondering heeft bedongen voor kansspelen. Daarbij zijn Nederlanders gereduceerd tot een soort tweederangs-Europeanen, die niet beschikken over alle rechten. Wij worden niet beschermd tegen oneerlijke concurrentie, en daarvoor betalen wij een hoge tol: de enorme jaarlijkse opbrengsten van de kansspelen.

Mij dunkt dat het kabinet een einde zou moeten maken aan dit soort belasting op domheid; want het blijft tamelijk dom om steeds weer mee te doen met weddenschappen die een berekenbare negatieve verwachte waarde hebben.

Premier Rutte, doe er wat aan! U bent nu bezig met nieuw beleid, dus is het nu aan de orde. De verliezers zijn kiezers. U kunt jaarlijks vele miljarden terugsluizen naar hun portemonnee. Het is goed nieuw beleid, als wij verder gevrijwaard blijven van dit soort staatsmisleiding.