Juni

Dichter Andrej Vozjnesjenski (1933) was als dichter het geweten van communistisch Rusland. Zijn gedichten gaan op een originele manier over het moderne leven en absolute vrijheid.

Kazuo Ohno (1906) begon laat, maar werd wereldberoemd als danser. Hij combineerde traditionele Japanse vormen met westerse dans.

Tengku Hasan di Tiro (1925) ijverde voor een vrij Atjeh, maar het grootste deel van zijn leven bracht hij door in de VS en in Zweden.

Sigmar Polke (1941) was een van de grootste Duitse contemporaine schilders. Met zijn Polkedots varieerde hij op de pop art.

Bekim Fehmiu (1936) was een filmicoon van het vooroorlogse Joegoslavië. Hij danste en dronk, maar werd innerlijk verscheurd.

De legendarische, maar omstreden Franse generaal Marcel Bigeard (1916) was na de vervulling van zijn dienstplicht antimilitaristisch. In de Tweede Wereldoorlog werd hij een echte houwdegen.

De Portugese schrijver en Nobelprijswinnaar José Saramago (1922) kwam uit een straatarm daglonersgezin. Die afkomst is bepalend geweest voor zijn oeuvre. Talent voor volgzaamheid had hij niet.

Algirdas Brazauskas (1932) begreep na de val van het communisme dat democratische krachten onstuitbaar waren. Hij werd de eerste gekozen president van het weer onafhankelijke Litouwen.

De Amerikaanse senator Robert Byrd (1917) was de nestor en het staatsrechtelijk geweten van de Amerikaanse Senaat. Hij werd keer op keer herkozen.

Nicolas Hayek (1928) redde de Zwitserse horlogebranche van de ondergang.

Horecaondernemer Sjoerd Kooistra (1951) maakte bij het opbouwen van zijn imperium vele vijanden, onder wie pachters van zijn panden en bierbrouwer Heineken.

Officier van justitie Adelbert Josephus Jitta (1938) gold als voorstander van het sluiten van deals met criminelen om een kroongetuige te kunnen presenteren.