Informatie over DNA lezen we graag als 'voorbestemd' en 'onontkoombaar'

Anna Rodionova doet als enige eindexamen Russisch voor het VWO van het Berlage Lyceum in Amsterdam Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060517
Anna Rodionova doet als enige eindexamen Russisch voor het VWO van het Berlage Lyceum in Amsterdam Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060517

Mensen gaan meer koekjes eten als ze te horen hebben gekregen dat obesitas genetisch bepaald is – ‘want dan kun je er toch niets aan doen’. Mensen vinden (psychiatrische) ziektes ernstiger als verteld is dat er genen aan ten grondslag liggen. Mensen gaan ook meer discrimineren als hun verteld is dat mensen van een ander ras of andersoortige groep ‘andere genen’ zouden hebben. Vrouwen maken wiskunde-examens slechter als ze denken dat mannen ‘wiskundegenen’ hebben.

Kortom: als ergens een gen voor wordt aangewezen, hebben mensen het gevoel dat de uitkomst daarvan vast ligt, onontkoombaar en voorbestemd. Dat er een één op één verband is met een bepaalde aandoening of eigenschap: wie het gen bezit, heeft die (of krijgt die) en wie het gen niet bezit niet. En dat mensen die dat gen hebben op een essentiële manier op elkaar lijken en sterk verschillen van mensen zonder het gen.

Dat komt allemaal doordat informatie over genen en DNA aansluit bij onze psychologische behoefte om een diepe, onderliggende kern in mens, dier en ding te veronderstellen – een stabiele, wezenlijke essentie die hen maakt tot wie en wat ze zijn. Dat betogen de Canadese psychologen Ilan Dar-Nimrod en Steven Heine van de University of British Columbia in een literatuuroverzicht in Psychological Bulletin (13 december online). Genen dienen volgens hen als concrete plaatsvervanger voor zo’n denkbeeldige ‘kern’. ‘Genetisch essentialisme’, zo noemen ze die manier van denken. Ze waarschuwen ertegen, want het leidt tot passiviteit, het afschuiven van verantwoordelijkheden, discriminatie en in potentie zelfs tot eugenetica.

En dat terwijl de mededeling dat iets een erfelijke component heeft, of dat ergens een gen voor is gevonden, over het algemeen zo weinig betekent. Voor bijna alle erfelijke ziekten zijn meerdere genen verantwoordelijk. En of een gen ook echt tot expressie komt, hangt meestal af van andere erfelijke factoren of van wat er in iemands leven gebeurt. Maar mensen lezen graag méér in informatie over DNA.

De manier waarop veel mensen DNA zien, lijkt wel wat op magisch denken, mailt Dar-Nimrod: “Genen worden gezien als bijna bewuste wezens die het gedrag van mensen op de een of andere mythische manier beïnvloeden.” Intussen kunnen mensen zelf blijven denken dat ze juist heel rationeel zijn: “Mensen geloven dat er een fysiologische, materialistische manier is waarop genen werken. Ze proberen die alleen niet te begrijpen.” Ook als steeds meer informatie beschikbaar komt over hoe genen écht werken, zal die nog moeten opboksen tegen de diepmenselijke behoefte om DNA als ‘de essentie van ons wezen’ te zien, denken de psychologen.

Ellen de Bruin