...en introverte politiek

Nederland staat niet als enige met zijn rug van Europa afgekeerd. Half Europa heeft last van zo’n zelfde afwerende houding gehad. Toen het Verdrag van Lissabon na een hink-stap-sprong op 1 december 2009 van kracht werd en de Belgische ex-premier Van Rompuy ‘president’ van de Europese Raad werd, dacht de EU pas op de plaats te kunnen maken. Even geen uitbreiding van het aantal lidstaten, geen nieuwe verdragen met grondwettelijke pretentie of andere ingrijpende stappen: dat was in den brede het gemoed, deels afgedwongen door eurosceptisch populisme.

Eén jaar later is deze angstige terughoudendheid al niet meer vol te houden. De nationale Griekse begrotingscrisis werd een collectieve Europese aangelegenheid. De Ierse staatsschuldencrisis, veroorzaakt door de bankencrisis van 2008, dijde uit tot een brede Europese kwestie. En de vraag is of dat het einde is van de financiële crisis of dat die overslaat naar Spanje, Italië en België.

Het epidemische karakter van deze schuldencrises noopte EU en eurozone in ieder geval wel tot een tussentijdse aanpassing van het Verdrag van Lissabon, noodzakelijk voor de oprichting van een noodfonds waaruit kan worden geput als de redding van een lidstaat onontbeerlijk is.

Omdat de regeringsleiders als de dood zijn voor referenda, hebben ze deze beslissing van begin december een beetje weggemoffeld. Dat lijkt tactisch. Er is onvoldoende draagvlak voor nieuwe aanpassingen in het Europese bouwwerk. Zeker als die erop uitdraaien dat de lakse lidstaten uit de brand moeten worden geholpen door de accurate landen. Ook in Duitsland, decennia lang en zonder morren een van de peetvaders van het Europese project, is niet meer aan de burgers te verkopen dat zij andere overheden overeind moeten houden.

Maar met deze tactiek onthullen de regeringsleiders wel hun zwakte. Juist nu de euro onder druk staat – en daardoor ook de Europese eenwording – is het van belang er niet onnodig omheen te draaien. De gemeenschappelijke munt is niet louter een economisch instrumentarium maar onderdeel van een politiek project. In 2010 durfde geen president of premier dat met zoveel woorden te zeggen. Alleen Van Rompuy wond er geen doekjes om. Hetgeen hem op berispende woorden kwam te staan, omdat de financiële markten negatief op zijn uitlatingen reageerden.

Maar hij heeft wel gelijk. De euro moet eerder door meer dan door minder samenwerking worden gestut. Om te voorkomen dat 2010 een verloren jaar zal worden, moeten EU en eurozone in 2011 niet bang zijn extra politiek fundamenten te leggen onder de economische gemeenschap die Europa is en moet blijven.