Embodiment

nrc.next vroeg negen kenners naar de belangrijkste onopgemerkte ontwikkeling van de afgelopen tien jaar. Psycholoog Roos Vonk over het onbewuste.

De afgelopen jaren stonden er vaak kleine, nice to know- berichtjes in de krant. Bijvoorbeeld: als mensen vooruitlopen, zijn ze creatiever dan als ze zitten, stilstaan of achteruitlopen. En iemand die je in een warme kamer ontmoet, vind je onbewust aardiger dan als je diezelfde persoon in een koude kamer de hand zou schudden.

Onderzoek naar de manier waarop lichamelijke omstandigheden het denken beïnvloeden, embodiment in jargon, heeft de afgelopen jaren dan ook een grote vlucht genomen in de psychologie. „Alle systemen in het lichaam zijn veel meer met elkaar verbonden dan we dachten”, legt Roos Vonk uit, hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Maar in de maatschappij leeft het besef dat je fysieke omstandigheden effect hebben op je denken nog veel minder, vertelt Vonk.

De populariteit van embodiment in psychologische vakliteratuur komt voort uit de enorme aandacht voor het onbewuste, zegt Vonk: „Het belang van het onderbewustzijn van de mens was de laatste vijf jaar in de maatschappij een trend, maar was twíntig jaar geleden al hot in de onderzoekswereld.” De samenleving reageert altijd later op zulke trends, dus de kans is groot dat we ook embodiment nog zullen terugzien, zegt Vonk ook.

Waar het onderzoek naar embodiment goed voor kan zijn? Therapeuten kunnen het gebruiken in hun behandelingen, denkt Vonk. Neem het onderzoek waaruit blijkt dat de stand van je mondhoeken je stemming beïnvloedt; door je ‘lach’-spieren in plaats van je ‘huil’-spieren rond je mond aan te spannen, voel je je ook werkelijk beter. „Dat kan mensen helpen hun eigen stemming te beïnvloeden.”

Ook bedrijven kunnen dit soort onderzoek gebruiken om het onderbewustzijn van hun personeel of klanten aan te spreken. In een restaurant eten mensen gemiddeld langzamer met gedempt licht en zachte muziek – daar kunnen restauranthouders hun voordeel mee doen. Al is er één bezwaar bij dat soort pogingen tot beïnvloeding; het werkt alleen als de groep waarop je de theorie loslaat daar niets van weet. Vonk: „Bij een brainstorm kun je beter niet aan je werknemers vertellen dat vooruitlopen hen creatiever maakt, want dan werkt het gelijk niet meer.”

Annemarie Kas

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en columnist van onder andere Intermediair en Psychologie Magazine.