Een historische dag in Vancouver

Sportredacteuren van NRC Handelsblad kiezen hun sportmomenten van het afgelopen jaar. Vandaag Henk Stouwdam.

Olympic champion Nicolien Sauerbreij of Holland reacts after winning the women's Parallel Giant Slalom snowboarding competition at the Vancouver 2010 Olympics in Vancouver, British Columbia, Friday, Feb. 26, 2010. (AP Photo/Bela Szandelszky)
Olympic champion Nicolien Sauerbreij of Holland reacts after winning the women's Parallel Giant Slalom snowboarding competition at the Vancouver 2010 Olympics in Vancouver, British Columbia, Friday, Feb. 26, 2010. (AP Photo/Bela Szandelszky) AP

Het was geen gewone dag, die vrijdag 26 februari. Het regende onophoudelijk op Cypress Mountain, de berg even buiten Vancouver. En water en sneeuw verdragen elkaar slecht.

Dat was duidelijk te merken aan de voet van de piste waar snowboardster Nicolien Sauerbreij olympisch kampioen werd op de parallelreuzenslalom. Honderden voetstappen hadden de mediaruimte in een modderpoel veranderd. De weinige bezoekers die tot het laatst waren gebleven rilden van de kou. Het was weer om bij de kachel van een glühwein te genieten. Wie haalde het in zijn hoofd onder deze omstandigheden een wedstrijd snowboarden te laten doorgaan?

Ook om een andere reden was deze dag anders: voor het eerst in de geschiedenis won Nederland een gouden medaille bij een sneeuwsport. Ons land telt op de Winterspelen mee bij het schaatsen, maar niet bij skiën of snowboarden. Op die onderdelen heersen de bergbewoners. In de polder moet je gek zijn of een onverbeterlijke optimist om succes na te streven in een sport waarmee wij een culturele achterstand van lichtjaren hebben.

Maar Sauerbreij is alles behalve gek. Integendeel: zij is nuchter, invoelend, goedlachs. Wel zou je haar een rasechte optimist kunnen noemen. Een van de kwaliteiten die haar buitengewone prestatie op 26 februari verklaart. Die dag liep het olympische optreden van Sauerbreij eindelijk een keer goed af.

In 2002 werd zij in Salt Lake City het suffertje van de Nederlandse ploeg, omdat haar board verkeerd was gewaxt. En in 2006, bij de Spelen van Turijn, was ze te lichtzinnig na een voorsprong in de tweede run tegen de Duitse Amelie Kober. Ze dacht op haar gemak de kwartfinales te bereiken, maar werd verslagen met een fractie van een seconde. Sauerbreij en de Olympische Spelen leek geen gelukkige combinatie.

Tot die memorabele dag in Vancouver. Niet eerder heb ik een sportvrouw gezien die zo gefocust haar wedstrijd afwerkte. Door niets en niemand liet ze zich uit haar concentratie brengen. Zelfs niet door de gestaag vallende regen, die ervoor zorgde dat ze op een goed moment geen droog wedstrijdpak meer had. Als in een roes slalomde ze voortdurend naar beneden. Tot en met de finale tegen de Russin Ekaterina Iljukina. Al was het soms close, steeds won Sauerbreij. Tot ze eindelijk verzekerd was van die gedroomde gouden medaille.

Gedroomd in de zin dat ze er wel eens over gedroomd had. Niet in de zin dat ze er serieus rekening mee had gehouden. Sauerbreij had wereldbekerwedstrijden gewonnen, en in 2008 zelfs het eindklassement, dus ze wist dat de olympische titel haalbaar was. Maar dat ze uitgerekend op een piste die haar niet ligt olympisch kampioen werd, verraste ook haar. Sauerbreij was er ondersteboven van, want tijdens de persconferentie na afloop zei ze bijna geen zinnig woord, zo overweldigd was zij door het succes.

„Ik geef wel antwoorden op alle vragen, maar besef nauwelijks wat ik zeg. Het is ook zo bizar wat me is overkomen. Minister-president Balkenende heeft al gebeld en kroonprins Willem-Alexander, iedereen feliciteert me. Het is zó onwezenlijk.”

Wat mij vooral interesseerde was de bijdrage van Tomoharu Hirose, haar Japanse waxman. Een mysterieuze man, met een mysterieuze invloed. Plotseling was hij tot haar gevolg toegetreden. Om na de Spelen even plotseling te verdwijnen.

Toen ik haar tijdens de persconferentie vroeg wat zijn aandeel was geweest bij het behalen van haar olympische titel, werd ik afgesnauwd: „We werken als een team, niet individueel.” Sauerbreij was nou ook weer niet zó gelukkig dat ze haar woede over een verhaal over de Japanse waxman in deze krant was vergeten. Zij voelde zich destijds beledigd dat mijn verslag van haar wereldbekeroverwinning in Kreischberg was opgehangen aan Hirose, die zij op kosten van sportkoepel NOC*NSF kort voor de Olympische Spelen had kunnen aantrekken. Het ging om háár, niet om de waxman.

Sauerbreij en waxmannen, het waren de jaren ervoor broze relaties. En pijnlijk, zoals in Salt Lake City. Die affaire heeft Sauerbreij lang achtervolgd; tot haar grote ergernis. Ze had de aanwezigheid van de Japanner liever stilgehouden. Maar Hirose gaf haar in Vancouver het laatste zetje naar de gouden medaille, daar ben ik van overtuigd. Niemand kan een board onder vochtige omstandigheden beter waxen dan Hirose. Hij leerde dat in Japan, waar de klimatologische omstandigheden vergelijkbaar zijn met die in het westen van Canada.

Sauerbreij moet hebben geweten dat het goed zat, zeker toen het op de wedstrijddag regende. Lekker Hollands weertje met een waxman die zijn vak ook bij de combinatie van sneeuw en vocht verstaat. Wat kon er nog misgaan? Niets toch.