Economische problemen van 2010 zullen ook 2011 gaan beheersen

Reddingsacties, miljardenleningen, bezuinigingen en geflopte stresstests. Het was een woelig jaar voor de eurozone. De echte problemen blijven onopgelost.

Paniek, sussende woorden, rust en weer paniek: dat is het patroon van 2010.

Kredietbeoordelaar Moody’s is somberder over Griekenland. Paniek! De EU en het IMF komen met miljarden over de brug. Rust. Een Ierse bank heeft opnieuw miljarden nodig. Paniek! De Europese Centrale Bank grijpt in door kredieten te verstrekken en obligaties te kopen. Rust. Kanselier Merkel vindt dat beleggers mee moeten betalen aan reddingen. Paniek! President Sarkozy vindt van niet. Rust. Ga zo maar door.

De nieuwsstroom was nauwelijks bij te houden. Griekenland kreeg 110 miljard euro, Ierland 67,5 miljard. De ECB kocht voor 73,5 miljard euro staatsobligaties op en verstrekte leningen aan kwakkelende banken. Op de opiniepagina van de Financial Times, het mondiale aanplakbiljet van de crisis, werd plan na plan gepresenteerd om de euro overeind te houden. Een idee kon binnen een dag worden gepresenteerd, opgehemeld, neergesabeld en doodverklaard.

Ondanks alle gebeurtenissen zullen de problemen van 2010 ook 2011 domineren. Europese landen blijven kampen met hun schulden.

Het is zeker waar, Europese regeringen bezuinigen fors. Achterblijven is geen optie voor landen die schulden hebben opgebouwd door een gebrek aan economische groei (Portugal, Griekenland) of dure reddingsacties van banken achter de rug hebben (Ierland).

Europa heeft te lang genoten van goedkoop en geleend geld en heeft goede tijden niet gebruikt om de rijksbegrotingen op orde te krijgen, luidt het oordeel van economen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in een analyse. „Langdurige bezuinigingen en hervormingen zijn nodig om schuld terug brengen tot een acceptabel niveau”, aldus de OESO-deskundigen.

Regeringen stellen dan ook meerjarige bezuinigingsplannen op. Neem het National Recovery Plan 2011-2014 van Ierland. Het doel is om in 2014 een begrotingstekort te hebben van minder dan 3 procent van bruto binnenlands product. Daarmee zou Ierland weer voldoen aan de Europese regels. Om dit te bereiken moet Ierland snijden. De afgelopen twee jaar is er al 15 miljard euro ‘omgebogen’. Tot 2014 moet er via bezuinigingen en belastingverhogingen nog eens 15 miljard gewonnen worden.

Belangrijk doel van de bezuinigingen is het herwinnen van vertrouwen van de financiële markten. Om snel dit te doen proberen regeringen een groot deel spoedig in te voeren. In het Ierse plan staat dat bezuinigingen en belastingverhogingen volgend jaar al 6 miljard euro moeten opleveren. De regering verwacht de komende vier jaar gemiddeld met 2,75 procent te groeien.

Maar rigoureuze bezuinigingen temperen economische groei. Onlangs stelde het IMF dat het moeilijk wordt voor Ierland om tijdig aan de Europese begrotingsregels te voldoen. Ook Moody’s is niet gerust. De kredietbeoordelaar verlaagde recent de rating van Ierland met vijf stappen tegelijk.

De bezuinigingen hebben in 2010 nog niet geleid tot herstel van vertrouwen. „Er zijn momenteel weinig partijen in de markt voor staatsobligaties van de landen die in de problemen zijn gekomen”, zegt Patrick Dunnewolt van obligatiebelegger Pimco.

Traditioneel waren staatsobligaties geschikt voor beleggers die liever geen grote risico’s lopen, zoals pensioenfondsen. Maar pensioenfondsen hebben het afgelopen jaar de dekkingsgraad zien dalen en hebben weinig behoefte aan staatsobligaties die nu ineens risicovol blijken te zijn. Pimco, de grootste belegger in staatspapier ter wereld, is ook niet bijzonder optimistisch over het economisch herstel in probleemlanden. „Er zullen landen zijn die hun schulden moeten herstructureren”, zegt Dunnewolt. Dat betekent dat zij hun verplichtingen niet kunnen nakomen en aan de houders van hun obligaties moeten vragen een deel van hun vorderingen af te waarderen. Het is volgens Pimco realistisch dat Griekenland binnen één tot drie jaar in gebreke blijft.

Dit gebrek aan vertrouwen moet regeringsleiders in Athene, Madrid, Dublin en Lissabon kopzorgen opleveren. Volgend jaar moeten landen in de eurozone voor 921 miljard euro aan obligaties uitgeven, 80 miljard euro minder dan dit jaar als gevolg van bezuinigingen die de staatsschuld terugdringen. Maar inmiddels betalen landen fors meer voor hun leningen. Zo staat de rente op Griekse obligaties met een looptijd van tien jaar op 12 procent. Ter vergelijking Duitsland, steevast gezien als het meest stabiele en betrouwbare euroland, betaalt momenteel 2,95 procent.

Probleemlanden dreigen volgend jaar in een vicieuze cirkel terecht te komen. De Italiaanse bank Unicredit verwacht dat eurolanden volgend jaar 15 miljard euro meer rente gaan betalen op nieuwe obligaties dan dit jaar. Hierdoor zal de staatsschuld dus verder groeien. Als gevolg moeten overheden verder bezuinigen, wat de groei weer remt en het vertrouwen verder doet afnemen.

Tot nu toe zijn regeringsleiders bereid geweest landen te steunen die niet meer op eigen kracht uit deze cirkel kwamen. De Europese belastingbetaler draait deels op voor de rekening. Parlementen hebben de reddingen geaccepteerd, maar de bereidheid neemt af. Het zal volgend jaar de vraag zijn of politici in stabiele landen reddingsacties voor zwakke landen nog kunnen en willen verkopen.

Als een land in crisis raakt en geen steun krijgt dreigt het herstructureren van schulden. De houders van de obligaties, vooral Europese banken, pensioenfondsen en investeerders, zullen dan de waarde van hun beleggingen zien verdampen.

Wat precies de gevolgen zijn voor Europese banken is onduidelijk. In juli is er onder 91 Europese banken een stresstest uitgevoerd die de weerbaarheid tegen economisch onheil moest testen. Slechts 7 banken kwamen niet door de proef. De stresstest bleek een „relaxtest”, stelde Hans Hoogervorst, scheidend voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten onlangs. Veel te gemakkelijk, in zijn ogen. Zelfs twee Ierse probleembanken doorstonden de proef. Eén is vorige week genationaliseerd.

Het gevolg van stresstest is dat niemand precies weet hoe groot het besmettingsgevaar bij Europese banken onderling is. Stel dat Spanje schulden moet herstructureren. Het is misschien nog te overzien wat de directe gevolgen zijn voor Nederlandse banken die Spaanse obligaties bezitten. Maar Duitse banken hebben ook belangen in Spanje. En Nederlandse banken zitten niet alleen in Spaanse, maar ook in Duitse banken. En ga zo maar door.

De roep dat de onduidelijke wirwar van belangen tot problemen kan leiden wordt steeds luider. „Er dreigt een nieuwe Europese bankencrisis”, zegt Dunnewolt van Pimco. Europese banken hebben volgens hem de afgelopen tijd minder extra kapitaal opgehaald vergeleken met hun Amerikaanse branchegenoten. Dat maakt ze kwetsbaar.

Een nieuwe strenge stresstest zou uitkomst bieden, stellen economen. Overheden moeten dan wel kapitaal klaar hebben staan om banken die zakken onmiddellijk te steunen. „Het is waarschijnlijker dat politici bereid zijn nationale banken te steunen dan banken in andere landen”, zegt Dunnewolt. Met andere woorden: minister De Jager van Financiën zal een nieuwe kapitaalinjectie aan ING beter kunnen verkopen dan een miljardenbijdrage voor Portugal.

Toch is alleen een nieuwe stresstest of nieuwe kapitaalsteun aan banken geen panacee. Bij nieuwe bankensteun moeten overheden nieuwe schulden maken, terwijl de problemen juist veroorzaakt worden door te hoge schulden. Dunnewolt: „Het blijft doorschuiven van problemen.”