Opinie

De lezer moet weten waar een opiniestuk vandaan komt

De ombudsman

Bij opiniestukken staat niet altijd vermeld waar iemand werkt, en dat hoeft ook niet. Maar wel als het  stuk aan dat werk raakt.

De kant-en-klare boerenkool kwam hard aan. Rosanne Hertzberger schreef begin deze maand een prikkelend opiniestuk over de geneugten van kant-en-klaarmaaltijden. Zij had niet altijd zin om na een lange dag een half uur in de keuken te staan, bekende ze, en dan kwam het goed uit. Bovendien: „producten uit de voedselfabriek worden niet alleen steeds veiliger, de kwaliteit wordt ook steeds beter”.

Volgde een lofzang op voedseltechnologie. Wat bezielt die grote groep Nederlanders die alleen maar puur natuur wil?, vroeg ze zich af. „In verder alle aspecten van ons bestaan willen we dat technologie ons leven makkelijker maakt, maar als de tijd die het koken in beslag neemt door zo’n hightech poedertje wordt verkort, vinden we dat niet gemakkelijk maar gemakzuchtig.”

Bij het stuk stond dat ze columnist was van nrc.next, en ‘promovendus in de moleculaire microbiologie’.

Het tegendraadse stuk oogstte waarderende reacties. Een columnist in de Volkskrant sprak van een ‘moedig verhaal’, dat inging tegen de dominante ideologie van natuurlijk voedsel. Op sites als foodlog.nl ontsponnen zich heftige debatten over het stuk en over de deugden van gekookt versus voorgekookt eten.

Mooi voor de krant, zou je denken. Een goed geschreven, serieus en controversieel stuk is nooit weg voor een opiniebijlage. En Hertzberger had duidelijk een snaar geraakt.

Maar er kwamen ook kritische reacties. Hertzberger zat blijkbaar „in de zak van de voedselindustrie”, schreef ‘Herman’ op de site Welingelichte Kringen. En een briefschrijver vroeg de krant naar haar werkkring. Werkte de auteur zelf niet voor de voedselindustrie?

En nu wordt het lastig.

Want inderdaad, navraag leert dat Hertzberger voor haar promotie verbonden is aan een wetenschappelijk instituut dat onderzoek doet voor de voedselindustrie: Nizo Food Research. Ze werkt aan de Universiteit van Amsterdam, die een contract met het Nizo heeft gesloten voor haar promotieonderzoek. Dat gaat over probiotica (dat heeft te maken met links- of rechtsdraaiende yoghurt, begrijp ik). Het is een vorm van contractonderzoek tussen universiteit en industrie die veel vaker voorkomt, met name in de bètavakken.

Maakte Hertzberger dus reclame voor de voedselindustrie met haar stuk? Voor kant-en-klaar maaltijden, ja, maar de strekking van het stuk ging ook in tegen het ‘natuurlijke’ imago dat de industrie zelf graag hoog houdt. Hertzberger bekende dat ze genoot van voedsel dat was versterkt met kunstmatige additieven, terwijl de industrie er juist alles aan doet om producten zo ‘natuurlijk’ mogelijk te laten lijken.

Toch had er bij het stuk moeten staan waar zij werkt, of in elk geval op welk onderzoeksterrein. Hertzberger schrijft als columnist regelmatig voor de krant, de lezer kent haar naam, en bij die stukken hoeft heus niet altijd waar zij werkt of wat haar wetenschappelijke achtergrond is. Maar nu net wél als het gaat om een onderwerp dat raakt aan haar vakgebied of specialisme. De lezer heeft er recht op te weten wie een auteur is, en waar die zijn autoriteit op baseert.

Dat geldt in het bijzonder voor opiniestukken over specialistische, technische onderwerpen: over sportprestaties en politiek kan iedereen wat roepen, maar dat is anders bij wetenschappelijk beladen zaken als voedselbewerking, kernenergie, het milieu, wapentechnologie enzovoorts.

De chef Opinie heeft begrijpelijke argumenten om die vermelding juist niet altijd te willen. Als bij zo’n stuk de werkkring van de auteur moet worden vermeld, zegt hij, dan wek je de indruk dat het stuk ook is geschreven namens dat bedrijf of instituut. En voor je het weet gaat de afdeling voorlichting van het bedrijf zich er dan mee bemoeien. Klaar ben je.

Bovendien, zegt hij, kan de auteur er dan last mee krijgen: wat maak je me nu? Zeker voor auteurs op een onzekere contractplaats kan het riskant zijn om de naam van hun werkgever aan een gepeperd stuk te verbinden.

Allemaal waar, maar toch. Je kunt er altijd voor alle duidelijkheid bij zetten dat de auteur het stuk op persoonlijke titel heeft geschreven. En er had – in dit geval – ook iets kunnen staan als ‘de auteur doet onderzoek naar probiotica voor de voedselindustrie’, zonder per se het instituut te noemen. Als de lezer maar weet in welke branche de auteur van zo’n specialistisch pleidooi werkzaam is.

Hertzberger heeft overigens inmiddels met haar werkgever gesproken, en die vindt het best, zolang maar duidelijk is dat ze in het stuk alleen namens zichzelf spreekt.

En ten slotte: bij een opiniestuk staat toch in elk geval de naam van de auteur vermeld, dus wie hou je anno 2011 voor de gek? Een tijdje noest googelen en je komt er vaak wel achter waar iemand werkt.

Uiteraard is dat soms koren op de molen van complotdenkers: aha, de auteur is verbonden aan de Vereniging van oneven getallen, dus die zal nooit iets goeds beweren over even getallen! En zo niet bewust, dan zal de auteur toch (de dokters Freud en Marx helpen hier graag een handje) onbewust de belangen van zijn baas dienen. Wie betaalt, bepaalt immers?

Ja, vaak wel – en vaak ook niet. Maar tegen dat cynische wereldbeeld is toch geen kruid gewassen. En om zulke verdachtmakingen over de achtergrond van een auteur voor te zijn, kan je ook maar beter meteen openheid van zaken geven.

Het is de taak van een redactie om de lezer te laten weten wie de auteur van een opiniestuk is, en om de onafhankelijkheid van een auteur te peilen, zeker als die schrijft over een onderwerp uit zijn eigen vakgebied.

Hertzberger schreef haar betoog buiten haar werkgever om. Die had er alleen wel bij moeten staan, met de kanttekening dat het artikel op persoonlijke titel was geschreven.

Net als dit stukje.