De democratisering van alles

Hoe zou de wereld overkomen op iemand die de jaren nul heeft gemist, iemand aan wie het hectische afgelopen decennium voorbij is gegaan, het decennium dat begon met de iPod en eindigde met de iPad? Of, zo je wilt, de jaren tussen 9/11 en de terreurarrestaties in Europa, tussen het uiteenspatten van de internetbubble en de eurocrisis, tussen Wikipedia en Wikileaks.

Om daar achter te komen wacht ik aan de poort van de Scheveningse gevangenis op Frans Beverkop, die na tien jaar opsluiting eindelijk vrijkomt.

„Zo ouwe, dat is lang geleden”, zeg ik.

Frans Beverkop knippert met z’n ogen. „Sjezus! Heb je een peuk voor me?”

Als we over de Scheveningseweg naar het centrum lopen, lijkt de schok beduidend minder groot dan die van Franz Biberkopf, de held uit de roman Berlin Alexanderplatz (1929) van Alfred Döblin. Deze Biberkopf bracht een groot deel van de jaren twintig achter de tralies door. Na zijn vrijlating werd hij zowat van zijn sokken gereden door al die auto’s die door de straten van Berlijn ronkten. Hij drukte z’n handen tegen z’n oren tegen het lawaai.

Niets van dat alles bij mijn Beverkop. Die treft een buitenwereld die niet fundamenteel is veranderd. Hooguit toont hij zich verrast door het vreemde geld, de euro, waarmee ik sigaretten voor hem koop. En hij is verbaasd dat ineens iedereen met een mobiele telefoon aan z’n oor loopt, en elke auto een navigatieschermpje op z’n voorruit heeft geplakt.

De jaren nul hebben vooral impact gehad op de onzichtbare wereld, op het virtuele domein, op mentaliteiten, opvattingen, machtsverhoudingen en identiteiten. Frans Beverkop zal de veranderingen pas merken als hij een tijdje meedraait.

Om hem op weg te helpen, heb ik een inhaalcursus voor hem in petto, bij de CoffeeCompany aan het Noordeinde. Dat is een van die toko’s die Italiaanse ambachtelijkheid als commerciële formule hebben omarmd – en waar je dus een ‘latte’ bestelt bij een ‘barista’ – maar dat soort modieuze nieuwigheidjes is niet het belangrijkste.

Het gaat me vooral om de bedrijvigheid. Uitgestrooid in de ruimte zitten eenlingen achter laptops of voorovergebogen over platte telefoons. Natuurlijk, Frans Beverkop heeft de komst van zowel de mobiele telefoon als het internet nog net meegemaakt. Hij had zelfs al een hotmailaccount, en als crimineel was hij een van de eerste bezitters van een gsm-telefoon.

Hij heeft echter niet kunnen voorzien hoe de mobiele telefoon en het internet met elkaar zouden versmelten tot de apparaten waar de koffiedrinkers zich hier mee omringen en waarmee ze nooit meer off line zijn.

Nog minder kon Beverkop de maatschappelijke en sociale gevolgen van internet voorspellen. Informatie en kennis zijn wereldwijd beschikbaar en deelbaar geworden, leg ik hem uit. Identiteiten en gemeenschappen zijn veranderd in profielen en netwerken.

Ik klap mijn laptop open en laat het hem zien: MSN, Hyves, Facebook. Dit decennium hebben we geleerd om behalve in de fysieke wereld ook in de virtuele te bestaan, los van ruimte en tijdszones. Dat leverde de voor Beverkop onbegrijpelijke situatie op dat je Facebookvrienden meer van je dagelijks leven weten dan je buren en je familieleden.

„De democratisering van het sociale verkeer”, leg ik uit. „Voortaan bepalen we zelf wel met wie we omgaan. We praten liever via een apparaat met onze vrienden dan met al die medemensen in de fysieke ruimte om wier nabijheid we niet gevraagd hebben, in treinen en trams.”

Met internet opende zich een nieuwe vrije ruimte voor het individu. Naast een virtueel netwerk kreeg die ineens een virtuele stem, had een podium om over alles mee te praten of, verscholen achter anonimiteit, mee te schelden.

„Weet je nog, Beverkop”, vraag ik, „waar jij terecht kon als je boos was op een bedrijf of op de overheid?”

„Een ingezonden brief naar de krant. Of als ik geluk had werd mijn zaak nagespeeld bij Ook dat nog.”

„Juist. En moet je nu eens lezen…”

Er was ook nogal wat om op te foeteren of angst voor te koesteren, de afgelopen tien jaar. Het islamitisch terrorisme bereikte het Westen. Volksheld Pim Fortuyn, die zou afrekenen met de oude politieke elite, werd bruut vermoord. De bouwwereld pleegde op grote schaal fraude. Een moslimsterrorist doodde Van Gogh. Europa en de euro hadden alles duurder en ingewikkelder gemaakt. De banken stortten ons in een waanzinnige crisis. De aarde warmde op. Prestigeprojecten als de Betuwelijn en de Noord-Zuidlijn flopten. De files groeiden.

Gelijktijdig met de transparantie van internet ontstond er wantrouwen tegen gevestigde autoriteiten. Een voor een vielen ze van hun voetstuk: de regenteske politici, de bankiers en hun bonuscultuur, de journalisten met hun dodebomenblaadjes, de publieke omroep… In het onderwijs kwamen het Studiehuis en de Tweede Fase, die vaardigheden en samenwerken boven autoritaire kennis stelden. Wikipedia verving de encyclopedie, Marktplaats de tweedehandsspullenwinkels. Voortaan doen we alles zelf wel, was de mentaliteit.

Recentelijk is ook de rechterlijke macht onder vuur komen liggen, na de wraking van de rechters in het proces tegen Geert Wilders. En al langer roept de stem des volks op tot hogere straffen en burgerinspraak in de vorm van een juryrechtbank.

Zelfs het geschreven woord, merkt Beverkop, heeft z’n autoriteit verloren. In de virtuele wereld spelt iedereen zoals het hem goeddunkt, in een zelfgemaakt allegaartje van afkortingen, emoticons en kreten zonder regels.

Het eerste decennium van het derde millennium stond in het teken van de democratisering van alles. Het was het decennium van de ‘you’ in YouTube en de ‘my’ in MySpace. Broadcast yourself luidde het adagium, en het bleek ineens mogelijk om vanuit je tienerkamer een wereldberoemde zanger of zangeres te worden.

Zo leid ik Frans Beverkop in vogelvlucht langs de zegeningen van de nieuwe wereld, en terwijl ik dat doe realiseer ik me ineens dat ik hem ook een andere tendens moet uitleggen. Namelijk dat al die nieuwe media en netwerken nooit een vervanging zijn geworden voor de traditionele media.

Neem die YouTube-sterretjes. Die werden pas echt beroemd toen de televisie er lucht van kreeg. Kijk naar Esmée Denters, die inmiddels volledig is ingelijfd in het gestaalde kader van labels, albums, tournees en TMF Awards. Kijk naar Nico Dijkshoorn, die als P. Kouwes begon, ondergronds als het ware, in de marge van GeenStijl, en pas na tv-bekendheid doorbrak. De nieuwe media zijn eerder een talentenpoule dan een eigen autonoom kanaal dat televisie vervangt.

Met de democratisering van het nieuws is het net zo. Burgerjournalistiek betekent toch vooral dat burgers de bouwstenen aanleveren aan de ‘oude’ media. Hun zelfgedraaide filmpjes krijgen pas waarde als de traditionele televisie ze vertoont. Hun tweets zijn pas nieuws als ze geciteerd worden in de oude media. WikiLeaks kon slechts spectaculaire proporties aannemen door een deal met de grote kranten, waarvan we nog steeds afhankelijk zijn voor duiding en ontsluiting van het ruwe materiaal. En de burger, die kan slechts meehelpen met zoeken naar de speld in de hooiberg, en z’n bevindingen mailen naar de krant.

Wel zie je dat de ‘oude’ media en instituties de principes en de vormen van de digitale democratisering zijn gaan overnemen. Zie Idols, Popstars en Big Brother, commerciële kijkcijferknallers die draaien rond de amateur, rond de gewone man of vrouw. Zie ook meubelgigant IKEA, die in 2007 begint met de campagne: ‘Design your own life’. De ‘you’ van YouTube is van een ondergrondse, rebelse strijder veranderd in iemand die ingelijfd is in de mainstream van massa-entertainment en commercie. Zie ook GeenStijl, het ooit zo gevreesde shocklog, dat nu als PowNed een keurig plaatsje heeft in Hilversum.

Zie ook Geert Wilders. Waar de opkomst van de vox populi met Pim Fortuyn nog rebels, heroïsch en schokkend was, heeft Wilders zich geëvolueerd tot iemand die onderdeel is van het politieke establishment, die netjes het spel van onderhandelen speelt in de achterkamertjes van de macht.

„Dus eigenlijk heb ik niets gemist”, zegt Frans Beverkop.

„Je hebt van alles gemist. Maar op een gekke manier kom je precies op het juiste moment vrij, en is het alsof je nooit bent weggeweest.”

In de eb- en vloedbewegingen van revolutionairen en machthebbers zijn de wijzers één keer rondgegaan. Misschien is het vanaf 2011 weer tijd voor een contrarevolutie, eentje tégen de stem des volks, tegen de amateur, vóór de autoriteiten, vóór het fysieke contact.

Zoals de nieuwe media de oude niet hebben vervangen, zo hebben de social networks het fysieke contact niet vervangen. Virtuele werelden met weinig banden met de fysieke, zoals Second Life, waren geen lang leven beschoren. Behalve om nieuwtjes en foto’s uit te wisselen gebruiken de meeste mensen de digitale wereld namelijk ook nog gewoon om afspraken met elkaar te maken, in de tastbare wereld.

„Oud en Nieuw, is dat nog gewoon bier zuipen?”

„Jazeker, ouwe Beverkop. Ping me maar als je in de stad bent. Laten we drinken, op onze vrijheid.”

Christiaan Weijts is schrijver en columnist van nrc.next. Zijn meest recente boek, De Etaleur, verscheen in 2009 bij de Arbeiderspers.