China investeert in buitenland voor rijkdom en welvaart

Chinezen investeren meer in het buitenland, zij het met de nodige argwaan en overheidsbemoeienis. „In China moet je goede relaties hebben met de staat.”

Voor ondernemer Wang Huang is het duidelijk dat „het Westen” China nog altijd niet begrijpt. „Vroeger zagen jullie alleen maar de koelies met vlechten, daarna het Rode Gevaar en nu vrezen jullie dat we de hele wereld opkopen. Waarom?”, vraagt de eigenaar van een auto-onderdelenfabriek in Shanghai, in de pauze van de Tweede Overzeese Investeringsbeurs in Peking.

Honderden Chinese private ondernemers en topmanagers van staatsbedrijven ontmoeten vertegenwoordigers van Afrikaanse, Midden-Oosterse, maar ook Amerikaanse en Russische overheden. Europa is ondervertegenwoordigd. De buitenlandse gasten hebben 700 investeringsprojecten, de Chinezen hebben geld.

De projecten, variërend van pijpleidingen in Irak tot groene hightechbedrijven in Israël, weerspiegelen de trends in Chinese buitenlandse investeringen. Meneer Wang van Shanghai Automotive is vooral geïnteresseerd in een bedrijf uit Detroit dat over geavanceerde remtechnologie beschikt en door de crisis op omvallen staat.

De westerse media mogen dan met zorg spreken over de Chinese opmars, bij ondernemers zijn de kapitaalkrachtige Chinezen zeer welkom. Dit jaar, zo zal het ministerie van Handel in Peking volgende week bekendmaken, wordt de grens van 60 miljard dollar aan Chinese buitenlandse investeringen gepasseerd. Vijf jaar geleden was dat nog 12 miljard dollar. De meeste investeringen gaan naar mijnen, olie- en gasvelden en infrastructuur in andere Aziatische landen, het Midden-Oosten, Afrika en Latijns-Amerika.

De Chinese investeringen in de Verenigde Staten en de EU stegen ook, al blijven de investeringen van 406 miljoen dollar in Europa bescheiden. „Investeren in de VS en EU is moeilijk, er zijn veel barrières. Maar die investeringen geven uiteindelijk wel een goed rendement en veel zekerheid”, zegt He Zhenwei, directeur van de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie, tegen zijn publiek op de investeringsbeurs.

Chinese firma’s worden steeds actiever buiten de landsgrenzen, hoewel de omvang van hun investeringen op wereldschaal nog gering is, net 6 procent van het mondiale totaal. De aarzeling om buitenlandse markten op te zoeken is om culturele en bedrijfstechnische redenen groot.

Wang Huang: „De eerste en tweede generatie ondernemers zijn eenvoudige mannen die hun bedrijven vanuit het niets hebben opgebouwd. Zij denken: waarom zou ik naar het buitenland gaan als ik in China net zo’n goed rendement kan krijgen? Hun opvolgers die in het buitenland hebben gestudeerd en Engels spreken zullen de sprong wel willen maken. Voor hen is het een rationele, bedrijfseconomische stap.”

De Chinese „go global”-politiek werd in 2000 door het politbureau goedgekeurd. De Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie, het economische orgaan van de staat, moedigt sindsdien Chinese bedrijven aan om in het buitenland te investeren. De Chinese economie moet blijven groeien, ook als over een jaar of dertig, veertig in China zelf de grenzen worden bereikt, zoals door steeds meer economen wordt voorspeld.

De Chinese staatsbedrijven met hun enorme reserves zijn daar succesvol in, maar privébedrijven worstelen in het buitenland. Van grote overnames van topbedrijven is nog geen sprake, op Volvo na. Chinese investeerders kiezen liever voor joint ventures met buitenlandse bedrijven. Er bestaan geen concrete bewijzen voor het vermoeden dat de Chinese staat op de achtergrond meespeelt of dat er non-commerciële motieven in het spel zijn. Dat neemt niet weg dat de top van de staatsbedrijven door de politieke autoriteiten wordt benoemd en gecontroleerd.

Alle bedrijven moeten toestemming vragen van de Hervormingscommissie als zij meer dan een miljoen dollar investeren in het buitenland. Wang: „In China moet je altijd goede relaties hebben met de staat. Dat is geen probleem want wij willen hetzelfde: rijkdom en welvaart in China.”