April

Piet van Outersterp (1927) was in de jaren 1980-1992 de eerste functionaris die toezag op de naleving van de regels op de effectenbeurs.

De Zuid-Afrikaanse nationalist Eugène Terre’Blanche (1941) ageerde een leven lang tegen gelijke rechten voor zwarten. Maar hij was nooit een representant van alle blanke Zuid-Afrikanen.

Essayist Rudy Kousbroek (1929) was een rationalist die zich bleef verwonderen. Hij hield van polemiek. Zijn vele artikelen voor deze krant, over katten, Indië, roodharige meisjes en ongeloof, kenmerkten zich door helderheid en humor.

De Russische ambassadeur Anatoli Dobrynin (1920) was gezicht van Moskou in de VS tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog. Mede aan hem is te danken dat de Cuba-crisis niet uit de hand liep.

Kunstenaar en modeontwerper Malcolm McLaren (1946) zorgde in 1976 voor een revolutie in muziek en mode. Hij was manager van The Sex Pistols. Zonder hem was punk een tijdelijke trend gebleven.

Zangeres Teddy Scholten (1926) werd bekend door ‘Een beetje’, het liedje waarmee ze in 1959 het Eurovisie Songfestival won.

De methodistische bisschop Abel Muzorewa (1925) was een van de gematigde figuren in politiek Zimbabwe. Politieke rivalen maakten gebruik van hem. Zo baande hij de weg voor dictator Mugabe.

De Poolse president Lech Kaczynski (1949) ijverde voor rechtvaardigheid voor oorlogsveteranen en slachtoffers van het communisme. Patriot én dwarsligger.

Anna Walentynowicz (1929) was kraanwerker in de haven van Gdansk. Haar ontslag wegens vakbondsactiviteiten in augustus 1980, markeerde het begin van vakbond Solidariteit.

Piet Meerburg (1919) bracht met My Fair Lady de musical naar Nederland. Hij was oprichter van Filmmuseum en Kriterion.

Guru (Keith Elam) (1966) was een van de invloedrijkste rappers van de afgelopen decennia. Hij was een pionier van de fusie tussen jazz en hiphop.

Juan Antonio Samaranch (1920) was 21 jaar voorzitter van het IOC, een periode waarin hij de Olympisch Spelen groot en commercieel aantrekkelijk maakte.

In de extreem-rechtse Chileense kolonie Dignidad van ex-nazi Paul Schäfer (1921) werden volgelingen mishandeld, kinderen misbruikt en mogelijk dissidenten gemarteld.

De Britse schrijver Alan Sillitoe (1928) was echte verteller met authentiek verhaal. Hij maakte, tot zijn eigen verdriet, voor altijd deel uit van Angry Young Men.

Ljiljana Buttler (1944) zong om te overleven. Met haar donkere, melancholieke geluid werd ze moeder van de gypsy soul.

Striphandelaar Kees Kousemaker (1942) promootte het beeldverhaal. Hij stimuleerde menig striptekenaar door te gaan.