AIVD neemt geen risico meer

Heeft de opsporingsdienst een fout gemaakt en vorige week ten onrechte twaalf Somaliërs opgepakt? „Na zo’n operatie verwacht de buitenwereld uitleg.”

Het was een spectaculaire operatie, de arrestatie van twaalf Somaliërs op Kerstavond. Ingetrapte deuren, ramen aan diggelen, gaten in de plafonds. Een ravage. Heel wat aan de hand, zou je zeggen. Maar vijf van de gearresteerde Somaliërs werden zondag al vrijgelaten. Op maandag en dinsdag kwamen nog eens zes mannen vrij. Gistermiddag mocht de allerlaatste Somaliër naar huis.

Hij wordt nog wel verdacht van het voorbereiden van een terroristische aanslag, net als twee mannen die eerder waren vrijgelaten. Het politieonderzoek loopt nog, uiteindelijk beslist het OM of de mannen worden vervolgd. Tot die tijd mogen ze gaan en staan waar ze willen. Zelfs naar het buitenland: zij hebben geen reisverbod.

De vrijlating van de Somaliërs roept veel vragen op. Heeft de AIVD zich gebaseerd op onjuiste informatie op internet, zoals de Somaliërs suggereren? Of heeft de opsporingsdienst een inschattingsfout gemaakt en ten onrechte zo hard opgetreden?

Volgens veiligheidsdeskundige Rob de Wijk, directeur van het Haagse Centrum voor Strategische Studies, past de grootscheepse politieactie helemaal bij de populistische tijdgeest – zero tolerance, aanpakken! „De veiligheidsdiensten nemen totaal geen risico meer. De ‘concrete aanwijzingen’ worden vager, en de acties concreter. Er heerst een zenuwachtige sfeer rond terrorisme. De autoriteiten kunnen het zich niet permitteren om niet in te grijpen.”

Juridisch stonden de diensten in hun recht, zegt Beatrice de Graaf, terrorismeonderzoeker aan de Universiteit van Leiden. „Maar het allerzwaarste geschut is ingezet. Dit kan allerlei onvoorziene effecten hebben, blijkt uit onderzoek, zoals radicalisering of cynisme. Als blijkt dat onschuldige mensen zijn gearresteerd, moeten de diensten duidelijker communiceren: ‘We zaten ernaast’.” Excuses maken ligt juridisch lastig, zegt De Graaf, wel is compensatie en rehabilitatie van groot belang.

„Wat míj inmiddels mateloos intrigeert is de vraag over welke informatie de autoriteiten beschikten om tot zo’n grootschalig optreden over te gaan”, zegt terrorismedeskundige Dick Leurdijk, verbonden aan Instituut Clingendael. „Dat moet behoorlijke overtuigend zijn geweest. Maar kennelijk was het toch geen harde zaak.”

Voorlopig blijft het gissen naar de toedracht van de arrestaties. De autoriteiten weigeren te zeggen wat precies de aanleiding was om in te grijpen. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, Erik Akerboom, zei alleen dat het om een „heel concrete en acute dreiging” ging. Oftewel: de AIVD ging ervan uit dat mogelijk op zeer korte termijn een terroristische aanslag zou worden gepleegd in Nederland en dat de Somaliërs daarbij betrokken waren. Over een doelwit was niets bekend. De suggestie in De Telegraaf dat de Somaliërs in Gilze-Rijen een Apache-helikopter uit de lucht wilden schieten, wordt als onzin afgedaan.

Leurdijk noemt het „onbevredigend” dat autoriteiten niet precies kunnen vertellen hoe de zaak in elkaar steekt. „Na zo’n operatie verwacht de buitenwereld uitleg. Ik neem aan dat ook de Somaliërs willen weten welke afweging is gemaakt bij hun arrestatie.” De Wijk is het niet met hem eens. „Het is niet voor niets een geheime dienst. En tja, soms pakken ze de verkeerde op, een enkele keer is het raak.”