Vuurwerk is niet voor de poes

Mijn kat vroeg me wat ze van de jaarwisseling kon verwachten. „Wordt het buiten weer ouderwets hommeles?”

Zij heeft een leeftijd bereikt waarop zij onze omgeving op de laatste dag van het jaar steeds meer ervaart als een war zone. De gruwelijkste explosieven komen er tot ontploffing, vergezeld van dreunende knallen en helle lichtflitsen. Op haar buik schuifelt ze dan door het huis, beschutting zoekend in een loopgraaf achter de zitbank of een schuilput onder het bed. Haar eten laat ze staan – en dat zegt wat. Zo brengt ze de avond en nacht door, als een opgejaagde soldaat, vrijwel afgesneden van de troepen.

Die troepen, eigenlijk zijn wij dat, maar wat kunnen wij voor haar doen? Thuis blijven en soms wat geruststellend brommen – dat is het enige.

„Misschien valt het dit jaar mee”, mompelde ik tegen beter in, want ik had net in de krant een bericht over illegaal vuurwerk gelezen. Het leek me verstandiger de inhoud van dit bericht voor me te houden. Er stond in dat de politie in bedrijfsbusjes in Den Haag en een woning in Delft voor meer dan duizend kilo illegaal vuurwerk in beslag had genomen. „Volgens de politie was er sprake van een zeer gevaarlijke situatie.” In Veendam waren bij een 17-jarige jongen op straat 39 nitraatbommen gevonden. Thuis hadden hij en een andere jongen in totaal 800 van zulke bommen.

Veendam!

Als dat morgenavond allemaal was ontploft, hadden ze in Veendam heimwee gekregen naar zo’n ouderwetse, overzichtelijke, zich gestaag uitbreidende veenbrand.

„Je moet me toch eens uitleggen waarom jullie zoveel lawaai en uitgerukte ogen en verkoolde gezichten en kapotte ledematen nodig hebben om feest te vieren?” vroeg mijn kat.

Een retorische vraag, want ze weet dat ik het antwoord hierop al jaren schuldig moet blijven. Ik zweeg dus maar weer.

„Komen er nog mensen over de vloer?” vroeg ze.

Ik knikte. „Maar hele rustige.” „Daar hou ik je aan”, zei ze, „maar denk erom: geen champagnegeknal om twaalf uur. Dat gezuip is ook nergens voor nodig.” Om haar een beetje af te leiden, begon ik over een ander onderwerp waarmee zij het afgelopen jaar even de kolommen van deze rubriek haalde: vlooien. Het stukje dat ik daarover schreef, had ze zeer matig op prijs gesteld. „Moet dat nou, de vuile was buiten hangen?” zei ze toen ze ervan hoorde. „En hebben alle katten recht op privacy, behalve die van een Nederlandse columnist? Heb je geen andere onderwerpen?”

Ik verdedigde me door te zeggen dat het voor alle kattenliefhebbers een belangrijk onderwerp is en dat ik er dan ook veel reacties op had gekregen, ook van zeer deskundige dierenartsen die mij probate middelen hadden aangeraden die ik spoedig hoopte aan te wenden en die…

„Hou in godsnaam op”, zei ze, „die paar vlooien op mijn lijf kan ik heus wel zelf de baas. Ik wil niet dat jullie steeds met een of ander scherp spulletje in mijn nek zitten te klieren.”

Ik viel stil. Misschien bent u er ook al achtergekomen: het is uiterst riskant om je aan het einde van het jaar samen met je verwanten aan een terugblik te wagen. Oud zeer wordt weer nieuw zeer, en ook al valt dat dan mooi samen met ‘oud en nieuw’, niemand zit er echt op te wachten.

Mijn kat en ik, maar vooral mijn kat, wensen u een nitraatvrije jaarwisseling.