Vergeet MasterChef

Holland Doc: Kings of pastry Ned. 2, 23.40-1.09 uur.

De rood-wit-blauwe kraag. Daar gaat het om. Het recht om op de koksjas de tricolore te dragen. Zestien Franse banketbakkers werken jaren, letterlijk, om zich voor te bereiden op de finale van Meilleur Ouvrier de France, ofwel MOF. En ‘De Beste Arbeider van Frankrijk’ is een échte eretitel, zoveel wordt wel duidelijk in deze documentaire die begint met Nicolas Sarkozy die een groep juist benoemde MOF’s toespreekt. Laat niemand zeggen dat de intelligentie van het máken minder belangrijk is dan de intelligentie van het denken, waarschuwt hij de toehoorders.

We volgen Jacquay, een Franse patissier die in Chicago een banketbakkersschool heeft met een collega – wel al een MOF. Jacquay wil de titel ook, en is al door de eerste selectie heen: zestien bakkers mogen in Frankrijk hun kunsten tonen. We zien Jacquay aan de voorbereiding. Een koepelvormige bruidstaart met vele lagen. Proeven, hier iets te zoet, daar iets te zacht – in de prullebak, opnieuw. En opnieuw. Werken, werken, werken; deze film is een eerbetoon aan het aloude ‘oefening baart kunst’.

Kijkend verandert het gevoel van fascinatie over deze perfectiedrang in plaatsvervangende vermoeidheid en diepe bewondering voor de volharding. Als die enorme transparante krul van suiker niet wil, dan niet toch? Wel dus. Net zolang tot hij glorieus staat. Ook twee andere kandidaten worden gevolgd, maar de prettig onspectaculair opgezette film richt zich vooral op Jacquay.

De beelden van de finale (die drie dagen duurt) zijn zenuwslopend en ontroerend, terwijl ze niets hebben van het tromgeroffel van de bekende kookshows waarin de omroepen grossieren. De juryleden – allemaal mét kraag – lopen proevend, prikkend en smakkend tussen de finalisten door. Iemand breekt zijn meesterstuk. En de juryvoorzitter huilt als hij voorleest wie zich voortaan MOF mag noemen.