Knoeien met een kerk

Grote monumenten zijn versteende politiek. Zelden is dat zo mooi verwoord als in The Holy Place, aldus Bernard Hulsman.

Konstantin Akinsha en Grigorij Kozlov: The Holy Place. Architecture, Ideology and History in Russia. Yale University Press, 222 blz. Van € 32,- voor €7,95 bij Selexyz Scheltema Amsterdam

Moskva heette het grootste openluchtzwembad ter wereld. Het lag in het centrum van Moskou, bij het Poesjkin Museum, niet ver van de rivier de Moskva. Indrukwekkende cijfers worden er genoemd in The Holy Place: het ronde wateroppervlak was 13.000 m², bijna drie voetbalvelden. Dagelijks konden 35.000 mensen er zwemmen, ook in de winter; het zwembad leek door het dampende water op een immense kookpot.

Het Moskva-zwembad was de perfecte metafoor voor de Sovjet-Unie. Beide waren grandioos vermomde mislukkingen. Zoals de wereldmacht Sovjet-Unie het gevolg was van een gesneefd communistisch experiment, zo was het grootste zwembad ter wereld het resultaat van een poging om het grootste en hoogste gebouw ter wereld te bouwen.

In 1958 werd het bad aangelegd op de fundamenten van het Paleis der Sovjets. De bouw van het Paleis, een bijna 350 meter hoge toren bekroond met een beeld van Lenin van 72 meter, was eind jaren dertig begonnen. Toen het Duitse leger in 1941 de Sovjet-Unie binnenviel, was het stalen skelet gevorderd tot de onderste verdiepingen. Maar het staal was nodig voor de fabricage van wapens en dus werd het skelet afgebroken en omgesmolten. Na de Tweede Wereldoorlog verslofte de bouw en na de dood van Sovjet-leider Stalin in 1953 besloten zijn opvolgers dat de hoogste toren het grootste zwembad ter wereld moest worden. De toren van Babel, noemen Akinsha en Kozlov het Paleis der Sovjets. De toren moest in de plaats komen van de kathedraal van Christus Verlosser die de 19de-eeuwse tsaren hadden laten bouwen. The Holy Place begint dan ook in 1817, toen op 12 oktober tsaar Alexander I op de Spreeuwenheuvels in Moskou de eerste steen legde voor de Verlosserskathedraal. Vijf jaar eerder had de tsaar plechtig beloofd dat hij een kathedraal zou bouwen ter nagedachtenis van de overwinning op Napoleon.

Heel precies beschrijven Akinsha en Kozlov de moeizame bouw van de Verlosserskathedraal. De tsaren maar ook een stoet ministers en invloedrijke intellectuelen en patriarchen bemoeiden zich ermee en allemaal hadden ze hun eigen opvattingen. Zelden is zo goed duidelijk gemaakt dat grote monumenten versteende politiek zijn als in The Holy Place. Eerst werd de romantische architect Karl Magnus Vitberg aan het werk gezet, maar zijn neoclassicistische ontwerp, waarin hij vrijmetselaarssymbolen had gesmokkeld, werd door corruptie en onkunde een bouwkundige ramp.

Tsaar Nicolaas I, de opvolger van Alexander I, pakte het daarom radicaal anders aan. Niet alleen verplaatste hij in 1825 de kathedraal van de Spreeuwenheuvels naar de plek van het latere Moskva-zwembad, ook verving hij de jonge Vitberg door de pragmatische, ervaren architect Konstantin Ton. Toch zou het ruim 50 jaar duren voor de kathedraal was voltooid. Het eindresultaat van alle politieke bemoeienis was dat het grootste gebouw van Rusland een bont eclectisch geheel was geworden, half classicistisch (westers) en half Byzantijns (Russisch). De kathedraal, die met vijf vergulde koepels de skyline van Moskou domineerde, werd het populairste gebouw van de stad – alleen de Russische intelligentsia hadden er een hekel aan en vonden het in meerderheid een gedrocht.

De Verlosserskathedraal was bedoeld voor de eeuwigheid, maar zou er niet veel langer dan een halve eeuw staan. Een jaar of tien na de Oktoberrevolutie in 1917, toen de Russisch- Orthodoxe kerk aan het nieuwe communistische regime was onderworpen, raakte de kerk in onbruik. In 1933 werd de kathedraal ten slotte opgeblazen om plaats te maken voor het Paleis der Sovjets. In hun smakelijke verslag van de grandioze mislukking van het paleis kennen Akinsha en Kozlov een verrassend grote rol toe aan Stalin. In tegenstelling tot Hitler staat Stalin niet bekend als een groot kunst- en architectuurliefhebber, maar het Paleis der Sovjets was toch zijn persoonlijke project.

Berlage

Het was Stalin die na de internationale prijsvraag voor het paleis in 1931, waaraan ook bekende buitenlandse architecten als Berlage en Le Corbusier deelnamen, bepaalde dat het symbool van de grootsheid van de Sovjet-Unie een toren moest worden. En het was Stalins idee om de toren te bekronen met een reusachtig beeld van de geestelijke vader van het Russische communisme. Maar na W.O. II verloor hij zijn belangstelling. Waarom, weten Akinsha en Kozlov niet precies. Ze suggereren dat het gebouw toen een monument van de overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog moest worden. Daar had Lenin niets mee te maken en dus werd het Paleis der Sovjets met zijn enorme Leninbeeld een onzinnig gebouw.

Met het Moskva-zwembad waarop het Paleis der Sovjets uitliep is The Holy Place nog niet ten einde. In soms zelfs smalende bewoordingen vertellen de auteurs hoe na de snelle verdwijning van de Sovjet- Unie in 1991 plannen ontstonden voor de herbouw van de Verlosserskathedraal. Toen president Jeltsin en Moskouse burgemeester zich achter deze plannen opstelden, gesteund door de patriarch van de Russisch-Orthodoxe kerk en enkele Russische Nieuwe Rijken, was de bouw van een kopie van de Verlosserskathedraal zo gepiept. In vijf jaar tijd herrees de kathedraal uit het zwembad.

Ook de in 2000 in gebruik genomen Verlosserskathedraal is versteende politiek en een mooie metafoor voor het huidige Rusland. Want niet van steen is de herrezen kerk, maar van beton en kunststof. En niet van goud zijn de koepels van het symbool voor het wedergeboren christelijke Rusland, maar van met goudverf beschilderd titaniumnitraat.

    • Bernard Hulsman