In Irak lijken 4.000 doden door geweld niet veel

Het aantal doden door geweld in Irak vermindert gestaag. Maar volgens Iraq Body Count is nu een grens bereikt die moeilijk te passeren is.

Afgemeten aan de twee- tot drieduizend doden per maand door geweld tijdens de burgeroorlog in 2006 en 2007 gaat het nu behoorlijk goed in Irak. Het hele afgelopen jaar telde de organisatie Iraq Body Count in totaal 3.976 burgerdoden, het laagste aantal sinds de Amerikaans-Britse invasie die in maart 2003 een einde maakte aan het regime van Saddam Hussein. In totaal heeft geweld in Irak sinds 2003 volgens de Britse groep 108.000 burgerlevens geëist.

Toch is Iraq Body Count in zijn jaarlijkse rapport niet optimistisch. Na een vermindering van het geweld met 63 procent in 2008 ten opzichte van 2007 en 50 procent in 2009 ten opzichte van 2008 geeft de vermindering met 15 procent in 2010 aan dat mogelijk een „niet te verbeteren minimum” is bereikt. Hoe dan ook is bijna vierduizend burgerdoden door geweld véél: in Syrië, met ongeveer evenveel inwoners als Irak, vallen maandelijks ongeveer 15 doden door moord en doodslag.

In dit relatief goede jaar hadden de Irakezen elke dag gemiddeld twee aanslagen te verduren die burgerdoden veroorzaakten (en dan nog eens een onbekend aantal explosies met alleen gewonden of zonder slachtoffers). Ze konden bijna overal in het land, namelijk 13 van de 18 provincies, zo’n dodelijke aanslag tegenkomen. Maar het grootste gevaar liepen ze in de hoofdstad Bagdad en de noordelijke stad Mosul.

Neem de niet-uitputtende veiligheidsstatistiek die het persbureau Reuters elke dag publiceert. Gisteren werden in de wijk Doura in Bagdad twee burgers gewond toen een bom langs een weg ontplofte; werden twee politiemannen gewond toen onbekende mannen een politiepatrouille in het zuiden van de stad beschoten; bleef een sunnitische militieleider in Doura ongedeerd toen een kleefbom onder zijn auto ontplofte en werden bij een soortgelijke aanslag in de wijk Saidiya een man gedood en een gewond. In Salman Pak werd een rechter gewond bij de ontploffing van een bom onder zijn auto. In Mosul ten slotte werd politiecommandant Shamil al-Jabouri gedood toen drie zelfmoordterroristen zich in zijn kantoor opbliezen.

Die laatste aanslag onderstreepte het doorzettingsvermogen van de terreurgroepen, in dit geval Al-Qaeda-in-Irak, dat op internet de aanslag voor zich opeiste. Jabouri, de top-terroristenjager in Mosul, had vijf aanslagen overleefd. Gisteren schoten de bewakers van zijn hoofdkwartier een zelfmoordterrorist dood die probeerde binnen te komen. In de daaropvolgende verwarring wisten twee andere, in politie-uniform geklede zelfmoordterroristen binnen te komen en zich met Jabouri op te blazen.

Iraq Body Count, dat doden en aanslagen telt aan de hand van berichten in de media en ander „verifiëerbaar” documentair bewijs, geeft geen duidelijkheid over de daders. Volgens de autoriteiten gaat het hoofdzakelijk om sunnitische extremisten, in het bijzonder Al-Qaeda-in-Irak, die het gemunt hebben op de shi’itische meerderheid, op politie, rechters en leger en meer recentelijk ook weer op christenen. Sinds de shi’itische geestelijke Muqtada Sadr zomer 2007 een staakt-het-vuren afkondigde is het shi’itisch geweld aanzienlijk verminderd.

De overheid probeert de sunnitische terreur te beteugelen met zwaar tegengeweld. Door WikiLeaks gepubliceerde stukken beschrijven folteringen, willekeurige executies en potentiële oorlogsmisdaden tussen 2004 en januari 2010. Het aantal executies stijgt gestaag. Op dit moment wachten 835 veroordeelden op executie.