Het afscheid waard, dag snelle grote geld

et vier woorden vatte topbelegger Bill Gross van geldfonds Pimco het einde van een tijdperk samen. Stan Druckenmiller is leaving zette Gross in oktober boven zijn vierwekelijkse visie op economie en politiek. Druckewie? Druckenmiller. Al 30 jaar een van de meest succesvolle hedgefondsbeleggers. Het complete spectrum beleggingen valt binnen zijn mandaat. Hij leent extra bedragen om zijn inkomsten op te krikken. Zijn doel: 25 à 30 procent rendement. Elk jaar.

Iedereen in de wereld van het snelle geld kent Druckenmillers meest profijtelijke wapenfeit. Hij leidde op 16 september 1992 als beheerder van het Quantum Fund van George Soros de speculatieve aanval die het Britse pond uit de toenmalige Europese wisselkoersafspraken dwong. Die dag verhoogde minister van Financiën Norman Lamont tweemaal de rente, met een ongekende 5 procentpunt naar 15 procent. Tevergeefs. Het Quantum Fund won 1 miljard dollar.

Chaotische markten zijn de ideale arena voor geldbeheerders als Druckenmiller. Wat zou hij verdiend hebben aan de eurocrisis? Helaas. Hedgefondsen doen niet aan persberichten.

Het speculeren heeft Druckenmiller royaal beloond. Hij is nummer 119 op de lijst van 400 rijkste Amerikanen van zakenblad Forbes, goed voor 2,9 miljard dollar. George Soros staat met 14,2 miljard dollar 14de.

En nu Druckenmiller (1953) na 30 jaar stopt, is het saillant om de verschillen te zien. In 1980 was de financiële wereld bijna van A tot Z gereguleerd.

Leuk was het niet voor beleggers. Tussen ‘72 en ‘82 verdienden aandelenbeleggers he-le-maal niets. De gierende inflatie vernietigde juist vermogens.

En opeens... 1982. Dalende rente. Stijgende aandelen. De liberaliserings- en privatiseringsgolf (Thatcher, Reagan). De Muur viel, internet greep de macht.

Beleggers als Druckenmiller en Soros zijn de oermannen van dat tijdperk. Alles werd handel: bedrijven, grondstoffen, complexe financiële producten. Waarom nog fysiek zweten? Geld met geld verdienen, dat is ‘t.

Even rap als het kwam, is het passé. De kredietcrisis van 2008 markeert het begin van het einde. Overheden moesten ‘hun’ banken redden. De wereld, één markt, was 30 jaar de ideologie. Nu is het feit: de wereld, één schuldenlast.

Dat wil zeggen: in de westerse wereld. Het succes van nieuwe groeilanden zoals Brazilië, China, India en nu Zuid-Afrika, bewijst dat hard werken nog steeds loont. Zij zijn exportkampioenen. Het westerse investeringskapitaal stroomt hun kant op. Zij worden rijk, niet primair als burger, wel als collectief. Wat koopt hun staatskapitaal?

Aandelen van westerse bedrijven. Langlopende contracten met landen in Afrika voor grondstoffen. Obligaties van westerse schuldenlanden.

Niks mis mee. Het is de onverbiddelijke accumulatie van financieel kapitaal, een trend die Karl Marx (Das Kapital) en kasteelheer Bommel (De Bovenbazen) op hun eigen manier beschreven.

Kapitaalmarkten varen wel bij de staatskapitalisten. Zij hielpen de banken redden toen de nood hoog was. Zij leggen zonder twijfel inmiddels al geld op tafel voor nieuwe hedgefondsen à la Soros en Druckenmiller. Het wachten is op een Chinese imitator die de aanval op de yuan inzet.

Tot slot: de reden voor zijn vertrek. De emotionele last viel mij steeds zwaarder, schreef Druckenmiller afgelopen zomer in zijn afscheidsbrief aan zijn klanten. De last van tekortschietende prestaties. De stress van vakanties die werden onderbroken door weer een financiële crisis. Stoppen luchtte op.

MENNO TAMMINGA