Herman Hertzberger: afscheid van Vredenburg

Muziekcentrum Vredenburg wordt deels gesloopt en weer herbouwd. Ook nu heeft Herman Hertzberger de supervisie.

Amsterdam 24-12-2010 Herman Hertzberger met maquette van Vredenburg Foto NRC H'Blad Maurice Boyer
Amsterdam 24-12-2010 Herman Hertzberger met maquette van Vredenburg Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

‘Ja natuurlijk deed het pijn om te zien hoe de grijpers grote happen namen uit het gebouw waar ik naam mee had gemaakt. Met het verdwijnen van Vredenburg, dat in 1975 met een groot feest openging, verdwijnt er ook een tijdsbeeld uit de stad. De stad Utrecht bood de bevolking de keuze uit twee opties voor dit gebied: één waarbij de zaal behouden werd en één waarin hij zou verdwijnen. De Utrechtenaren hebben de eerste gekozen, maar ik ben wel door het oog van de naald gekropen.

„Men is nooit aardig geweest over de buitenkant van dat gebouw, maar de zaal was wel geliefd. Het bittere afscheid heeft wel een zoete rand. De zaal blijft niet alleen behouden binnen een nieuw gebouw, het krijgt gezelschap van een aantal nieuwe zalen – en ik ben als supervisor aangezocht. Ik restaureer de grote zaal en ontwerp er een kleine bij voor kamermuziek. Jo Coenen neemt de popzaal voor zijn rekening, Tijs Asselbergs de jazz-zaal en NL Architects de ‘crossover’ zaal. Ik wilde een jong bureau erbij hebben zodat het niet alleen maar oude knarren waren. Het wordt een verticale stad met roltrappen als snelwegen en een grote kap over het geheel. Op de puinhopen van het oude verrijst in 2013 het nieuwe.

„Ik vind het heel bijzonder dat ik een gebouw dat ik aan het begin van mijn loopbaan met hartstocht heb ontworpen, aan het einde ervan over mag doen – ik ben nu tenslotte 78. Ik ben treuriger over het verdwijnen van de klassieke muziekcultuur dan over het gebouw. Dat de architectuur verdwijnt, acht, dat vind ik niet zo vreselijk erg. De architectuur blijft zich ontwikkelen, bijvoorbeeld in de keuze van materialen. Die grote betonblokken waar ik toen zo dol op was, zijn nu niet eens meer te krijgen.”