Help Halbe

Wim Pijbes, Bastiaan Vinkenburg, Boris van der Ham, Marjan Scharloo en Maarten Asscher schreven pamfletten tegen de ‘kaalslag’ in de kunst. Wat kan staatssecretaris Halbe Zijlstra van hen opsteken?

Begin december kondigde Jeremy Hunt, de Britse minister van cultuur, aan dat hij 93 miljoen euro (80 miljoen pond) beschikbaar stelt om particulieren aan te moedigen geld te geven aan culturele instellingen. De gedachte is dat op die manier het dubbele bedrag vrijkomt voor cultuur, want elk gedoneerd pond van een particulier wordt door de overheid verdubbeld – een zogeheten matchingregeling.

In dezelfde maand werd de nog niet van de grond gekomen Nederlandse matchingregeling, met een budget van 15 miljoen euro, definitief ten grave gedragen. Door het vorige, demissionaire kabinet werd in september al vijf miljoen geschrapt en de nieuwe staatssecretaris van cultuur, Halbe Zijlstra (VVD), zette een streep door de andere vijf miljoen voor matching en de vijf miljoen voor innovatie op dit terrein – bedoeld om culturele instellingen in de gelegenheid te stellen zich te verdiepen in het ambacht van het werven van gulle gevers.

Volgens Hunt wordt 2011 het jaar van de bedrijfsfilantropie. Hunt wil niet alleen praten over fiscale regelingen, maar ook het idee veranderen dat mensen hebben over het doen van giften. Tijdens zijn persconferentie zei hij dat hij de mythe wilde opblazen dat zijn beleid alleen gericht was op bezuinigen. „Niets is minder waar.”

Hunt gaf ook aan een gedifferentieerde aanpak in te willen voeren. Voor de grote instellingen in Londen is de regeling anders dan voor de grote en kleine instellingen buiten de hoofdstad. De kleintjes worden geholpen bij het ontwikkelen en financieren van hun vaardigheden om donoren te vinden en houden.

Zo’n vergelijking met het buitenland gaat altijd mank in de details en de context, maar Hunt slaagt er wel in een positieve sfeer te creëren. Dat is belangrijk. Zijlstra is tot nu toe alleen aan het tegenhouden, wegnemen en afpakken geweest. Het credo waarmee het kabinet zijn handen aftrekt van initiatieven en instellingen is dat ze „op eigen benen moeten staan”. Ben Knapen, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, gebruikte die formulering toen hij bekend maakte dat de regering niet langer de opbrengst van het Glazen Huis zou matchen – de actie waarmee de radio het publiek aanspoort aan een goed doel te schenken. Zijlstra zegt hetzelfde over de kunstsector.

Een ander argument voor de rechtvaardiging van de kortingen op de subsidies is de mantra dat de kunst wordt teruggeven aan het volk – „meer ruimte geven aan de samenleving en het particulier initiatief” is de zinsnede in het regeerakkoord. Dat is kaal, en de vijf pagina’s ‘Uitgangspunten Cultuurbeleid’ van Zijlstra, ook van begin december, gaven maar mondjesmaat verdieping aan die kortaffe richtingwijzer. Al verdienen zijn inspanningen enige consideratie: Zijlstra is nog maar kort aan het bewind op een terrein dat hem wezensvreemd is.

In haar pamflet reageerde Marjan Scharloo, directeur van Teylers Museum, met een verzoek om „visie op cultuur”. Ter illustratie deed ze een oproep aan „alle op cultuur bezuinigende politici – nationaal, regionaal en lokaal – nog vóór 1 januari een substantiële gift” te doen aan een culturele instelling. De cultuursector houdt van een visie die geld in het laatje brengt.

De roep om visie is wat de pamfletten van de afgelopen weken op deze plek in het Cultureel Supplement gemeen hebben. D66-Kamerlid Boris van der Ham en Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes deden ook concrete, constructieve voorstellen, die het waard zijn te worden overwogen. Van der Ham, in de confronterende stijl van de oppositiepoliticus, en Pijbes met oog voor de voordelen die zijn museum kan behalen, doen dat zonder te roepen dat bezuinigen onmogelijk is.

Dat is verstandig, want het parlement steunt de plannen. De tijd voor pamfletten tegen de kaalslag is voorbij. Het is tijd voor concrete, constructieve voorstellen. Het is tijd om energie te steken in ideeën voor beleid. Help Halbe.

Zo ver is een deel van de kunstsector ook wel: vaak genoeg is gezegd dat de bezuiniging ook mogelijkheden biedt, ja, dat het zelfs een wake-up call is om vastgeroeste patronen nieuwe dynamiek te geven. Verruim de successieregels en schenkingsmogelijkheden naar Frans model, schrijft Pijbes bijvoorbeeld. Dat is het onderzoeken waard.

Het verwijt dat er geen visie is, richt zich op het uit balans zijn van de plannen van de staatsecretaris. Als de sector meer geld moet verdienen, steun de sector dan ook bij het ondernemen. Dat is een plausibel verzoek. De verhoging van de btw en het afschaffen van de matching- en innovatieregeling hebben het gevoel van gebrek aan visie versterkt, juist omdat het de kansen op succesvol ondernemen verkleint en ontmoedigt. De Geefwet is nog toekomstmuziek. Zijlstra heeft wel een stevige stok, maar geen lekkere wortel.

Dat prominente ondernemers uit de entertainmentindustrie als Erwin van Lambaart van Joop van den Ende Theaterproducties en Henk van der Meyden roepen nooit meer VVD te zullen stemmen, kan nooit de bedoeling zijn geweest. Dat geestverwanten zo woedend zijn en rechtszaken aankondigen, geeft aan hoe averechts de maatregel is.

Zijlstra en zijn ambtenaren op het ministerie kunnen dan ook leren van de opstelling van Hunt. De cultuurminister van de Conservatieve Partij in Engeland is een ideologische evenknie van de liberale staatssecretaris. Ook Hunt heeft rechts een bijl in handen die hij zet in de subsidies, maar in zijn linkerhand houdt hij een brief met stimulerende plannen. Het gevolg: museumdirecteuren sprekend lovend over hem.

Mecenaat is niet heilig verklaard in Groot-Brittannië. Hunt noemt vertrouwen op filantropie even gevaarlijk als vertrouwen op rijkssubsidie. Maar hij wil wel dat het gemiddelde geefbedrag van 6 pond per persoon in Groot-Brittannië dichter in de buurt komt van de 37 pond per persoon in de Verenigde Staten.

Hunt benadrukt dat geven de donor evenveel verrijkt als de ontvanger. Hij spreekt uit ervaring. De bijdrage die hij op kleine schaal leverde, vertelde hij, maakte hem trotser dan alles wat hij verder in zijn leven had gedaan. Dat is nogal wat om te zeggen voor een politicus. Vanuit dat oogpunt bezien, is de suggestie van Marjan Scharloo aan politici helemaal niet zo gek. Geef – en voel de trots in je opwellen.

In 2009 ging er in Groot-Brittannië 655 miljoen pond van de private sector naar culturele instellingen. Geen klein bedrag, maar wel minder dan 3 procent van de giften uit liefdadigheid. Dat kan dus beter, en dat wil Hunt ook bewerkstelligen.

Hunt moest ook iets ‘teleurstellends’ bekennen. De rijkste Britten geven relatief het minste, de armsten het meest. Niettemin: 95 Britten schonken meer dan een miljoen pond in 2009 aan cultuur. Hunt herinnerde ook aan de schooljongen Matthew Hughes, die in 2007 de publieke opinie mobiliseerde toen hij zijn spaarvarken aansprak om de Tate Gallery te helpen The Blue Rigi, een aquarel van Turner, te behouden. De jongen kwam met zijn actie in het nieuws en werd een symbool van de actie.

Kent Nederland miljoenenschenkers, hebben wij schooljongens die hun zakgeld afstaan?

Belangrijk is dat Hunt gedaan kreeg dat er 50 miljoen pond meer gaat van de loterijen naar sport, media en cultuur (dat zijn de drie sectoren in zijn portefeuille). Daar ligt ook een mogelijkheid voor Zijlstra. De Nederlandse kunst lobbyt al jaren om een grotere hap uit de opbrengsten van de Nederlandse loterijen. Daar kan de staatssecretaris wellicht gewicht in de schaal leggen.

Als hij zijn koopmansgeest aanspreekt en het goede voorbeeld aan de sector geeft door bijvoorbeeld op die manier zelf geld te vinden voor een filantropische strategie à la Hunt dan laat hij zien hoe ondernemen moet, én dan heeft hij de sector in één klap geld en een visie te bieden.

Als dat lukt, begint zelfs Marjan Scharloo niet meer over een persoonlijke gift.