Hele gezinnen hun huis uit, voor studenten

Amsterdamse gezinnen wisten dat ze hun huis uit moesten voor nieuwbouw. Maar de nieuwbouw gaat niet door. En toch moeten ze nu weg.

„Dit was de rotste Kerstmis die ik ooit heb gehad.” Wendy Mostaard, alleenstaande moeder van drie jonge kinderen, zucht diep en laat een brief zien die woningcorporatie Stadgenoot, haar verhuurder, anderhalve week geleden verstuurde. Ze krijgt zes weken de tijd om haar appartement aan de Amsterdamse Platanenweg te verlaten. „Fijn cadeau hè?”

Mostaard is niet de enige. De huurders van 120 woningen in vijf gebouwen aan de Platanenweg en de Olmenweg moeten plaatsmaken voor de studenten die Stadgenoot in de panden wil huisvesten. De woningen stonden lange tijd op de nominatie om gesloopt te worden, omdat de corporatie ambitieuze plannen had om het gebied te vernieuwen. Maar daarvan komt voorlopig niets terecht. De economische crisis heeft ervoor gezorgd dat wat enkele jaren geleden nog een goed idee leek, inmiddels financieel onhaalbaar is.

In afwachting van de sloop besloot Stadgenoot vijf jaar geleden de woningen aan de Platanenweg voor tijdelijke huur beschikbaar te maken. Mensen die dringend om een dak boven hun hoofd verlegen zaten, konden zo uit de brand geholpen worden. Maar de wettelijke regels voor tijdelijke huur zijn duidelijk, aldus de woningcorporatie: iemand mag niet langer dan vijf jaar tijdelijk in een woning zitten. Die termijn verstreek voor de meeste bewoners in juni van dit jaar.

Jacoline van Duijvenbode, die met drie tienerzonen op de Platanenweg woont, vertelt dat Stadgenoot haar en het merendeel van haar buren deze zomer aanbod om via een antikraakconstructie in hun huis te blijven. „Daar waren we toen blij om, maar nu zie ik dat dit een manier was om ons makkelijker te kunnen uitzetten. We genieten nu veel minder bescherming dan wanneer we nog als reguliere huurders in ons appartement hadden gezeten.”

Van Duijvenbode snapt niet waarom ze haar huis uitmoet. „De tijdelijkheid van ons verblijf was gekoppeld aan de sloop- en nieuwbouwplannen. Nu die zijn uitgesteld, staat Stadgenoot niets in de weg om ons te laten zitten.”

Woordvoerder Michel Slaager van Stadgenoot is het daar niet meen eens. „Wij vinden het erg voor de mensen die straks hun woning uit moeten, maar ze wisten vanaf het begin dat dit een tijdelijke oplossing zou zijn. Ze hebben vijf jaar de kans gehad om iets anders te vinden.”

Volgens Slaager kunnen de huidige huurders echt niet blijven zitten in hun woning. „Nu we hebben besloten deze panden weer in de reguliere verhuur te doen, gelden de gewone wachtlijsten waarmee we in Amsterdam werken. Dat betekent dat ook als we de woningen niet aan studenten zouden gaan verhuren, de huidige bewoners niet voor een plek in aanmerking zouden komen. Zij zouden dan voordringen bij mensen die al jaren op de wachtlijst staan.”

Stadgenoot heeft de opleveringsdatum van de woningen inmiddels verschoven naar april. Wendy Mostaard heeft voor de zekerheid al geïnformeerd of ze bij de daklozenopvang terecht kan, als ze tegen die tijd niets anders gevonden heeft. Van Duijvenbode: „Dan komt ze dus tussen de junks terecht!” Mostaard: „Ja, en omdat ik jonge kinderen heb, krijg ik dan waarschijnlijk ook te maken met de Kinderbescherming. Dat wil ik helemaal niet.”

Slaager van Stadgenoot betreurt het dat bewoners misschien in de problemen komen, maar benadrukt dat slechts tien van de 120 appartementen worden bewoond door gezinnen met kinderen. „Wij hebben die mensen indertijd willen helpen en worden nu in de rol van boeman gedrukt omdat we ze niet laten zitten. Dat is niet eerlijk.”

De afgelopen jaren doet dit soort problemen zich vaker voor bij panden die Stadgenoot tijdelijk verhuurt, zegt Slaager. Als het einde van de huurperiode in zicht komt, beginnen bewoners en bedrijven zich te verzetten tegen hun aanstaande vertrek. „Soms vraag je je weleens af of we de boel in afwachting van sloop niet beter kunnen dichttimmeren, zoals in anders steden gebeurt.”

De Amsterdamse studentenbond ASVA heeft deze week studenten opgeroepen niet te reageren als de panden in het voorjaar vrijkomen. Op deze manier wil de bond het kamertekort in de hoofdstad niet aangepakt zien. „Geen enkele student wil in een woning wonen als hij weet dat er daarom een gezin op straat is gezet”, zegt ASVA-voorzitter Lodewijk Berkhout.

De bewoners van de panden aan de Plantanenweg geven de moed nog niet op. Ze hebben hun hoop gevestigd op de stadsdeelraad, die in januari bijeen komt om over de kwestie te debatteren. De affaire heeft in ieder geval gezorgd voor meer saamhorigheid in de buurt, zegt Mostaard. „Iedereen groet elkaar nu bij de supermarkt.”