Erkenning voor zorgtaken in Hongarije onder druk

De Hongaarse regering probeert, ondanks grote financiële problemen, vroegpensioen voor vrouwen en ouderschaps-verlof te ontzien.

In de omstreden economische politiek van de nieuwe rechtse regering-Orbán in Hongarije speelt herziening van de pensioenen een belangrijke rol. Daarin draait het vooral om verandering van de financiering (nationalisering van het aanvullend pensioen), niet om ingrepen in de pensioenleeftijden.

De vorige Hongaarse regering was nog wel van plan om, net als in Griekenland, de pensioenleeftijd voor vrouwen gelijk te trekken aan die van mannen. Maar de in juni aangetreden regering-Orbán besloot onlangs het verschil van drie jaar te handhaven.

Werkende vrouwen kunnen met pensioen als ze 59 jaar worden, mits ze veertig jaar premie hebben betaald. Jaren waarin ze niet werkten om voor jonge kinderen te zorgen, tellen daarin mee; studietijd, in tegenstelling tot vroeger, niet.

De vorige regering wilde ook het wettelijk recht op zwangerschapsverlof terugbrengen van drie naar twee jaar. De nieuwe regering draaide ook die maatregel onlangs terug. Vrouwen mogen wederom drie jaar thuis blijven na de geboorte van een kind. Wie een baan heeft krijgt in die periode 70 procent van haar loon doorbetaald. Voor wie niet werkte is er een – veel lagere – uitkering.

Toen er in de communistische tijd weinig kinderen werden geboren, werd de staat erg ruimhartig, herinnert Eszter Pásztor (57) zich. Gezinnen konden gemakkelijk een huis krijgen, het ouderschapsverlof duurde lang, en de pensioenleeftijd was laag.

Pásztor is zelf vertaler, leider van een groot vrijwilligersproject en moeder van twee inmiddels volwassen kinderen. „Uit het vroegere pensioen spreekt een erkenning voor zorgtaken. Dat is goed. Vrouwen werken in deze machosamenleving veel harder dan mannen.”

Ze schat dat in zeker tachtig procent van de Hongaarse gezinnen het huishouden volledig door de vrouw wordt gedaan. Een praktijk die in stand wordt gehouden door de ruimere regelingen voor vrouwen en een groot tekort aan plaatsen in de kinderopvang. Werken in deeltijd kan bijna nergens.

In de praktijk doen de meeste vrouwen geen volledig beroep op de regeling, vertelt Pásztor in haar woning in het centrum van Boedapest. „Ze durven niet. Het is moeilijk om weer te gaan werken, nadat je met zwangerschapsverlof bent geweest. Stel dat je twee kinderen hebt en zes jaar niet werkte. Ongeacht je professie, als je terugkomt is je kennis verouderd.”

De voornaamste reden waarom Pásztor vindt dat het pensioenstelsel dringend aan herziening toe is, is financieel. „We kunnen dit gewoon niet betalen. Weinig mensen in Hongarije werken, de belastingontduiking is endemisch. Het is een grote leugen van de Hongaarse politiek dat ze net blijven doen alsof de staat dit kan opbrengen.”

Ze maakt zelf deel uit van wat in Hongarije de ‘Ratko-generatie’ is gaan heten, naar de minister die begin jaren vijftig abortus verbood en een belasting op kinderloosheid invoerde. Het gevolg was een babyboom. „Mijn moeder zegt natuurlijk tegen me dat ik heel gewenst was, niet het resultaat van een verbod op antoconceptie”, lacht ze.

De komende jaren gaat de Ratko-generatie met pensioen. Dat betekent volgens de gangbare schattingen in Hongarije jaarlijks zo’n 100.000 tot 150.000 gepensioneerden extra.