Een snufje een scheutje Zwitserland, New York

Dankzij de moderne mobiele media kun je afspreken met mensen in andere tijdzones. Tijd en plaats zijn een mengelmoes geworden.

Nederland, Dordrecht, 5 februari 2009 Blokker filiaal in winkelcentrum Crabbehof Foto:Ton Poortvliet/Hollandse Hoogte
Nederland, Dordrecht, 5 februari 2009 Blokker filiaal in winkelcentrum Crabbehof Foto:Ton Poortvliet/Hollandse Hoogte Ton Poortvliet/Hollandse Hoogte

In Rusland is op oudejaarsavond altijd dezelfde film op televisie. In deze film uit 1975 wordt een man die in Moskou in een flat in een buitenwijk woont na een dronken nacht wakker in een flat in een buitenwijk in Leningrad. Hij merkt het verschil niet. De man is per ongeluk op het vliegtuig gezet in Moskou, wordt wakker in de aankomsthal in Leningrad en neemt een taxi naar laten we zeggen de Karl Marxstraat en gaat daar zijn flat binnen, dan de slaapkamer, valt op bed en valt in slaap. Het is hem niet opgevallen dat hij in een andere stad is, in een ander huis of in een ander bed. Het ziet er dan ook overal precies hetzelfde uit. Het ís overal precies hetzelfde. De sleutel past zowel in Moskou als in Leningrad in het slot.

Wie hem kent, heeft met deze film hetzelfde als met de Amerikaanse sciencefictionfilm The Matrix: het gevoel dat de werkelijkheid er steeds meer op gaat lijken. Het is net The Matrix! Al die families die samen voor de televisie of de dvd zitten met Kerstmis. Op eerste Kerstdag keken 1,6 miljoen mensen naar Oorlogswinter. We worden leeggezogen door de computer, zei The Matrix. Alles gaat steeds meer op elkaar lijken, zegt Ironiya sudbi, ‘Speling van het lot’, zoals de Russische film heet. De kapitalistische versie van deze Sovjetnachtmerrie zijn de hoofdstraten van Nederlandse stadjes: altijd een Blokker, een Kruidvat, een Bruna, een Bart Smit. Geen dorpscentrum is zonder, of je nu in Noord-Groningen of in Zuid-Limburg bent. Overal finaleknallers, overal bundelvoordeel, overal ijskoud de laagste prijzen. Ironiya sudbi.

„Take me to another place”, zong Arrested Development in een oude hit. Ik neurie het als ik in Zuidlaren – of is het Noordwolde – door het Kruidvat loop. Gelukkig, er fluit opeens een lijster. Dat betekent niet dat ze bij het Kruidvat nu ook vogels verkopen, maar dat de telefoon gaat. Een vriend in New York. Hij is net wakker. Hoe gaat het? Als ik heb opgehangen zie ik dat een vriendin een paar seconden geleden haar wintersportfoto’s op Facebook heeft gezet. Zij is in Zwitserland. Er is ook een filmpje bij.

Hij is net wakker, zij is in Zwitserland. In de drogist in Drenthe – of is het Groningen? – wordt de eenheid van tijd, plaats en handeling doorbroken die tot nu toe het lot van de mens was. Je zou kunnen zeggen dat alle techniek er sinds het begin op gericht is geweest die eenheden te doorbreken. Maar nu is het afscheid echt nabij. Ik kan praten met New York, kijken naar Zwitserland en zelfs in de winkel van het Kruidvat op de site van het Kruidvat een elektrische rolveger bestellen.

De eenheden van tijd, plaats en handeling zijn de zogenaamde aristotelische eenheden. Ze slaan niet op de werkelijkheid, maar op toneelstukken. Ze heten naar de Griekse filosoof Aristoteles, hoewel ze niet alle drie door hem werden voorgeschreven. In de Renaissance werd aan de eenheden van tijd en handeling de eenheid van plaats toegevoegd. Tot in de 20ste eeuw bleven ze voor toneelstukken populair. Vooral de Franse klassieken van Molière en Racine volgen de regels streng. Maar ook kluchten van het theater van de lach volgen de eenheden. Er zijn ook films gemaakt met eenheid van tijd, plaats en handeling. Binnen een film hebben scènes vaak een eenheid van tijd, plaats en handeling.

De aristotelische eenheden slaan op kunstwerken, maar omdat kunst volgens Aristoteles altijd een imitatie is van de werkelijkheid, zou je het ook als een beschrijving van die werkelijkheid zelf kunnen zien. Op het toneel moet je er enige moeite voor doen om eenheid van tijd en plaats te bereiken. Menig toneelstuk dat niet in de Griekse stijl geschreven was, is erom verguisd. Zo werd in de 19de eeuw geschreven over de 16de: „De stukken, die zij vertoonden, behelsden onderwerpen uit den Bijbel, de geschiedenis of de fabelleer, geheel wanschikkelijk samengesteld (-) een misselijk mengelmoes, voorgedragen in een kreupel berijmde bastaardtaal.”

In de werkelijkheid is er geen kunst aan, daar zijn de aristotelische eenheden vanzelfsprekend. Tijd en plaats zijn gegevens waar niet aan te tornen valt. Als je hier bent, ben je niet daar en als het nacht is, is het geen dag. Als je in de 1ste eeuw had gezegd dat je iemand zag in de nacht had hij gedacht dat je een raadseltje opgaf, niet dat je skypete met iemand in Singapore. Je kunt nu allerlei handelingen verrichten met mensen die zich op een andere plek bevinden op een andere tijd. Voor deze Kerst was door het Amsterdamse reclamebureau Wieden + Kennedy zelfs het virtuele kerstdiner uitgevonden; mensen konden zich opgeven om te doen alsof of ze bij elkaar in een kamer zitten te eten en te praten terwijl ze in werkelijkheid op andere locaties in andere tijden zijn. Op poppen die kunnen bewegen zijn beeldschermen gemonteerd waarop Skype draait.

Uit het citaat van P.G. Witsen Geysbeek, toevallig gevonden bij het googelen van de aristotelische eenheden, leen ik het woord wanschikkelijk, een samenstelling die anders dan wanordelijk, wanstaltig en wanhopig in onbruik is gehaald. Witsen Geysbeek gebruikte de term voor het toneel. Ik zou hem nu voor de werkelijkheid willen gebruiken. Plaats en tijd zijn wanschikkelijk geworden. Dingen die ergens anders, in een andere tijd en op een andere plaats gebeuren, kun je aan den lijve ondervinden, live. In 1979 was het ballet Live/Life van Hans van Manen een sensatie: er werd een danseres gefilmd tijdens de voorstelling en toen ze het theater verliet ging de camera mee naar buiten en toonde het publiek binnen wat daar gebeurde. Dertig jaar later is het hele leven Live/Life.

Tijd en plaats zijn een mengelmoes geworden, van een beetje daar en iets meer hier, van een snufje Zwitserland en een scheutje New York, van live en bijna live, van meerdere tijden en meerdere plekken. Op het toneel werd Witsen Geysbeek daar misselijk van, van deze onzin en wansmaak. Ik ben domweg gelukkig in het Kruidvat. Ik herinner me een tekening uit het begin van de vorige eeuw die een boek over uitvindingen moest illustreren. Elk zintuig en elk lichaamsdeel van de mens was op de tekening uitgebreid door menselijke uitvindingen; het oog met bril en verrekijker; de voet met wagens, trein, boot, auto, fiets. Ik zou wel een nieuwe versie van deze tekening willen zien. Zo bezien zijn de moderne mobiele media slechts een klein stapje in een richting die al veel langer geleden was ingezet. De eenheid van tijd en plaats werd als eerste doorbroken door de brief.

Van de drie eenheden is de eenheid die Aristoteles zelf het belangrijkste vond het minst toepasbaar op de werkelijkheid, ook al beweert hij dat ook dit onderdeel de werkelijkheid imiteert. Het gaat om de handeling, de plot, zoals het in films en boeken heet. Het leven heeft geen plot, geeft ook Aristoteles toe. Vandaar dat de voorbeelden die ik gaf zo alledaags mogelijk waren. ‘Hoe gaat het?’ zeggen tegen iemand in New York. Foto’s van iemand die je niet goed kent bekijken.

Je zou kunnen zeggen dat de plot van het leven is dat je geboren wordt en sterft, maar zelfs dat gunde Aristoteles zijn lezers niet. In hoofdstuk 8 van de Poëtica schrijft de filosoof: „Eenheid van handeling is niet hetzelfde als eenheid van held, zoals sommigen denken.” Een heel levensverhaal is geen goed onderwerp van een toneelstuk, zelfs niet de levensverhalen van helden als Heracles of Theseus. Homerus begreep dat volgens Aristoteles goed door in de Ilias niet de hele geschiedenis van de Trojaanse oorlog te vertellen en in de Odyssee niet alles op te slaan dat Odysseus tijdens zijn omzwervingen meemaakte.

Cut to the chase: dat is in het echte leven onmogelijk. Je kunt de vervelende stukjes niet overslaan, je kunt niet vooruitspoelen, niet wissen, niet plakken. Maar wie weet wat de toekomst brengt. „Einstein was right”, kopte de Britse krant The Independent twee weken geleden. „Je kunt wel op twee plaatsen tegelijk zijn.” Het artikel ging over kwantummechanica. De kop blijkt in de laatste alinea misleidend. Je kunt in ieder geval nog lang niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Maar dankzij nieuwe technologie is het wel een beetje mogelijk. Meer dan 3,3 miljoen Nederlanders hebben een smartphone. De iPad is sinds de introductie al 350.000 keer verkocht. Het zijn machines die de eenheid van tijd en plaats voor zover dat nu gaat het best doorbreken. Maar Ironya sudbi. Dan blijkt de ene trend de andere tegen te werken. Wat zou je je verplaatsen als het er in Limburg net zo uitziet als in Groningen? Tegen de tijd dat Einstein gelijk krijgt en je echt op twee plaatsen tegelijk kan zijn, zijn alle lokale verschillen opgeheven. De hele wereld een dorpsstraat. Het Kruidvat in Noordwolde is het Kruidvat in Zuidlaren; New York is Zwitserland.