Doktertje spelen is heus niet schadelijk

Kleine kinderen zijn vaak benieuwd naar de inhoud van hun onderbroek. Een Europese ‘ondergoedregel’ is daarom onzalig, vindt Heleen Crul.

Niets leidt in ons land tot zo veel commotie als kindermisbruik. Te midden van de waarden- en normenvervaging is er over één ding geen discussie: de ‘heiligheid’ van het kind en de noodzaak om het tot bijna elke prijs te beschermen. Die opvatting spruit voort uit een sterke romantisering van het hedendaagse kind, dat eigenschappen krijgt toebedeeld als onschuld, argeloosheid en weerloosheid.

Deze visie wordt ingegeven door het feit dat het krijgen en hebben van kinderen iedere vanzelfsprekendheid kwijt is. Daardoor hebben kinderen – bewust gewenst en verwekt als zij doorgaans zijn – voor hun ouders een bijzondere status gekregen. „Een wonder”, staat soms boven een geboorteaankondiging in deze krant. Door deze romantische beeldvorming worden uitingen van agressie en seksuele belangstelling bij peuters en kleuters ten onrechte ontkend.

Peuters vallen ten prooi aan de ambivalentie van hun ouders, die bij de zindelijkheidstraining de indruk wekken dat het gebied tussen hun beentjes in hoge mate interessant is. Zij staren verwachtingsvol naar dat gebied als hun kind op het potje zit en juichen, applaudisseren zelfs, als daaruit een plasje of poepje tevoorschijn komt.

Diezelfde ouders raken ontsteld als hun kind, eenmaal bevrijd van de luiers, met zijn handjes op verkenning gaat in die zone – friemelt aan een piemeltje, vingers in een spleetje steekt. In die fase doet ook de peuteragressie zijn intrede. Hun lieftallige nazaat deelt opeens petsen uit, schopt, knijpt, trekt aan haren en gooit zich in dolle drift op de grond als hij of zij wordt gecorrigeerd.

Dat alles staat haaks op het beeld van onschuld en argeloosheid dat ouders zo graag koesteren. Op de website van Ouders Online wemelt het van ouders die zich zorgen maken over de „extreme agressiviteit” van hun peuter of zich afvragen of die belangstelling voor seks wel normaal is voor een driejarig kind. Geregeld gefriemel aan een piemeltje leidt zelfs tot de ouderlijke verzuchting: „Wat moet ik doen, ons zoontje masturbeert”. Of tot de vraag: „Kan een peuter al seksverslaafd zijn?”

Kleuterseks is goed voor voortdurende, verhitte discussies. Doktertje spelen, onderlinge verkenningen, handjes in broekjes – alles wat peuters en kleuters op die leeftijd altijd al hebben gedaan en nog steeds doen –, het krijgt thuis, op de crèche of op school steeds vaker het stempel van ‘ongewenst’ seksueel gedrag. De kans is groot dat het ene kind daarbij als dader wordt aangemerkt door geschrokken ouders en hun eigen kind als slachtoffer.

Sommige ouders denken oprecht dat deze spelletjes leiden tot ‘verkrachting’. Het besef dat onderlinge seksspelletjes tussen leeftijdgenootjes niet schadelijk zijn en dus ook niet moeten worden geproblematiseerd, is verdwenen. Het feit dat dit alles hoort bij de natuurlijke ontwikkeling van een kind maakt voorlichting aan ouders dringend noodzakelijk.

Kindermisbruik zoals zich dat op grote schaal in Amsterdamse kinderdagverblijven heeft voorgedaan, is afschuwelijk. Dat Robert M. daar in zijn eentje onbekommerd zijn gang heeft kunnen gaan, maakt het extra onbegrijpelijk. Toch is de ontzetting en paniek van al die ouders, gevoed door verhoren van de politie en onderzoek van psychologen tijdens speciale sessies, niet helemaal los te zien van projecties van hun eigen volwassen seksualiteitsbeleving en ervaringen.

Om die reden is de campagne die de mensenrechtenorganisatie Raad van Europa binnenkort ook in Nederland wil lanceren een onzalig voornemen. Deze raad denkt dat ouders hun kind de zogeheten ‘ondergoedregel’ moeten leren – anderen mogen hem of haar niet aanraken op plekken die normaal met ondergoed zijn bedekt. Kinderen moeten in zo’n geval nee zeggen.

Is nagedacht over de consequenties van die regel? In de praktijk is daar geen beginnen aan. Ondergoed, zeker onderbroekjes, gaan bij kleine kinderen nogal vaak uit en aan, met helpende handen van volwassenen, op wc’s, in het zwembad, bij logeerpartijtjes. Moet je camera’s in je huis aanbrengen om te zien hoe een zeventienjarige buurjongen ’s avonds oppast? Kan een zesjarig meisje van haar opa die haar in bad zet, eisen dat ze haar onderbroek moet aanhouden? Hoe maak je een kind duidelijk dat een dokter wel aan je broekje mag komen?

De ondergoedregel bevordert verwarring en argwaan tussen kinderen en volwassenen en introduceert misplaatste preutsheid. Tegelijkertijd is de regel nogal ambivalent. We leven immers in een maatschappij die sterk gericht is op persoonlijke lustbeleving, waarbij seksualiteit een belangrijke positie inneemt. Het belang van seks en sexy zijn wordt voortdurend benadrukt in de Nederlandse literatuur, films en vrouwen- en mannenbladen en bij uiteenlopende producten die worden geseksualiseerd in tv-reclames. Billboards laten overal vrouwen in verleidelijke poses zien, gekleed in lingerieniemendalletjes. Prostitutie is gelegaliseerd en Nederland is een belangrijke speler in de vrouwenhandel.

Dat alles wacht kinderen als ze eenmaal de ondergoedregel zijn ontgroeid. Dan ontdekken ze wat er op het gebied van seks allemaal ‘moet kunnen’.

Heleen Crul was columnist, onder meer bij Plus Magazine, Libelle en Elsevier.