'Dictatuur' leidt EU

Vanaf zaterdag is Hongarije een half jaar lang voorzitter van de Europese Unie.

Censuur van de pers en andere overheidsbemoeienis leiden tot bezorgdheid.

Kan een autoritaire premier, die de pers aan banden legt en de onafhankelijkheid van de centrale bank ondergraaft, wel een representatieve en geloofwaardige voorzitter zijn van de Europese Unie?

Die vraag speelt nu Hongarije vanaf 1 januari een half jaar voorzitter is van de Europese ministerraad. De regering van premier Viktor Orbán heeft de afgelopen weken een stortvloed aan kritiek over zich heen gekregen. Het is binnen de EU ongebruikelijk dat regeringen zich met elkaars binnenlands beleid bemoeien, maar het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken vond het nodig de aankomend EU-voorzitter aan zijn voorbeeldfunctie te herinneren. De Hongaarse regering gedraagt zich met zijn autoritaire binnenlandse politiek volgens critici eerder dictatoriaal dan ‘Europees’.

De laatste in een reeks omstreden maatregelen is de nieuwe mediawet van vorige week. Als de president die tekent, kan een nieuwe media-autoriteit forse boetes opleggen aan media waarvan ze vindt dat die niet neutraal of politiek ‘evenwichtig’ berichten. De autoriteit bestaat uit mensen loyaal aan regeringspartij Fidesz.

Bondskanselier Angela Merkel en de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken Jean Asselborn herinnerden Hongarije er vorige week aan dat persvrijheid een fundamenteel Europees recht is. „De plannen van de Hongaarse regering zijn een schending van zowel de letter als de geest van Europese verdragen”, zei Asselborn. „Het roept de vraag op of zo’n land de EU wel kan leiden.”

De Hongaarse regering ligt al langer in de clinch met de Europese Centrale Bank, over de onafhankelijkheid van de kritische gouverneur van de Hongaarse centrale bank. De regering heeft diens salaris drastisch verlaagd. Van de ECB mag dat niet, omdat ook dit riekt naar politieke inmenging in een onafhankelijk instituut. Intussen dreigen Hongaren naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te stappen om nationalisering van hun aanvullend pensioen te voorkomen.

„Wat premier Orbán doet druist in tegen Europese waarden, tegen respect voor bezit, tegen marktdenken”, zegt oprichter István Hegedus van de Hungarian Europe Society, dat Europese eenheid wil bevorderen. De suggestie om huidig EU-voorzitter België zes maanden door laten gaan en Hongarije over te slaan, zoals sommige commentatoren suggereren, wijst hij af. „Het is te vroeg om zo ver te gaan. Ik ben zeer bezorgd, maar Hongarije is geen Wit-Rusland. Druk is belangrijk, mogelijk leidt dat bij Orbán nog tot een andere opstelling.”

Tot nu toe toont de conservatieve premier zich immuun voor de kritiek. Hij heeft sinds het aantreden van zijn regering in juni weinig energie gestoken in pogingen beleid internationaal uit te leggen. Hij regeert met een tweederde parlementaire meerderheid, een ijzersterke positie. Subtiele diplomatie is zijn stijl niet. Zijn retoriek is soms nationalistisch of gericht tegen multinationale bedrijven. Bij de Hongaarse bevolking is hij nog altijd relatief populair. Dat is een belangrijk verschil met zijn voorgangers, die de taal van de internationale diplomatie spraken, maar minder die van het volk.

Er is de Hongaarse regering veel aan gelegen haar binnenlands beleid en het EU-voorzitterschap zoveel mogelijk te scheiden. Het is een nachtmerrie voor de bewindslieden dat na iedere Europese ministerraad vragen over Hongarije volgen, in plaats van over EU-beleid voor Roma en een strategie voor de ontwikkeling van de rivier de Donau, onderwerpen die Hongarije op de agenda wil zetten.

De snijdende buitenlandse reacties leiden in Hongarije vooralsnog niet tot een koerswijziging, zegt Csaba Törö van het Hongaars instituut voor internationale zaken. Ook al wordt gesproken over gezamenlijk Europees financieel beleid, zegt hij, de staatsinrichting varieert per land. „Of is er een standaard model EU-democratie?” Ongewild zet Hongarije als voorzitter die vraag op de agenda.