De onvermijdelijke stilstand op het spoor

Aan de ambities ligt het niet. De Nederlandse Spoorwegen willen hun klanten „snelle en betrouwbare vormen van vervoer bieden”. Op tijd rijden behoort tot de hoofddoelstellingen van NS, net als „informatie verstrekken en service verlenen”. Aan goede wil ontbreekt het evenmin bij de beheerder van het spoorwegnet, ProRail. Het doel van dit bedrijf is het bieden van „een betrouwbaar en veilig spoornet met voldoende capaciteit voor personen- en goederenvervoerders”. Tot zover de theorie.

De praktijk is anders, ook al hebben beide bedrijven uiteraard baat bij goed functionerend railvervoer – tevens een belang tot het nut van het algemeen. En hebben ze dezelfde opdrachtgever: de overheid, in beide bedrijven bovendien de enige aandeelhouder.

Ooit was NS als staatsbedrijf verantwoordelijk voor alles wat er op het spoor diende te gebeuren. Dat werd anders toen als gevolg van liberalisering Europese regels voorschreven dat de exploitatie en het beheer van het spoornet van elkaar moesten worden gescheiden. Na enkele tussenstappen kreeg NS in 2003 gezelschap van ProRail, nadat de Tweede Kamer zich via een nieuwe Spoorwegwet voor de verzelfstandiging had uitgesproken.

Heeft dit alles vooruitgang gebracht? Afgaande op het gemopper onder reizigers en in de politiek niet, nu deze winter opnieuw verschijnselen van blijkbaar onvermijdelijke stilstand op de rails en in de stations heeft veroorzaakt. De Tweede Kamer wil er spoedig een hoorzitting over houden en namens de VVD heeft Kamerlid Charlie Aptroot aangedrongen op het vertrek van de top bij zowel ProRail als NS.

Misschien helpt dat. Maar het lijkt van wezenlijker betekenis om nog eens goed de structuur en de taakverdeling op en rond het spoor te bekijken. Of de politiek zelf op deze terreinen wel de juiste beslissingen heeft genomen.

Intussen botert het ook weer niet tussen ProRail en NS. Gaven beide bedrijven eerder in een achteraf ridicuul te noemen propagandafilmpje nog samen hoog op over de prestaties die ze deze winter zouden leveren, nu ruziën ze over de vraag wie het beste de reizigers kan informeren als het misgaat. NS wil dat naar zich toetrekken en dat lijkt ook logisch: het is dit bedrijf waarmee de klant afrekent. Niemand reist met ProRail.

Het zal geen sinecure zijn om dagelijks 1,2 miljoen reizigers en 100.000 ton goederen te vervoeren. En dat er naast NS nog 23 andere vervoerders voor personen en goederen op het spoornet rijden, is een complicatie. Dit jaar is bovendien de Europese richtlijn van kracht geworden die buitenlandse vervoerders zelfstandig toegang tot bepaalde binnenlandse diensten biedt.

Toch moet het beter kunnen. Liever dan het rituele geklaag doet de politiek, minister en grootaandeelhouder Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) voorop, er daarom goed aan om eens secuur te bezien of het spoor adequaat is georganiseerd.