De Kamer doet het goed. Althans, dat vindt de Kamer

Nieuwe Kamerleden

NRC Handelsblad enquêteerde de parlementariërs die dit jaar nieuw in de Tweede Kamer kwamen. Ze zeggen inhoud belangrijker te vinden dan aandacht.

Op tv lijkt het elke dag hommeles in politiek Den Haag. Bovendien weten Kamerleden niet wat er speelt in het land – een ander bekend beeld.

Zelf vinden ze elkaar echter overwegend aardig, zijn ze blij met de hulp van politici uit andere fracties, denken ze meer invloed te hebben op Nederland dan ze vooraf hadden gedacht en ja, ze zijn ervan overtuigd dat ze voldoende aansluiting vinden bij de echte wereld, daar buiten het Binnenhof.

Dit zijn enkele van de conclusies uit een peiling van deze krant onder de 61 nieuwe parlementariërs die de Tweede Kamer telt. De meesten van hen kwamen meteen na de verkiezingen van juni. Een enkeling volgde later, toen zetels vrijkwamen van Kamerleden die naar het kabinet doorschoven en van enkelen die vertrokken.

De reacties leveren een momentopname op, met antwoord op vragen als: wat vinden nieuwe Kamerleden van hun werk, de media, hun primus inter pares en, vooral, hun macht? Ze kregen dertien vragen, eerst per e-mail, later telefonisch. Van hen reageerden er 43: jong, oud, man, vrouw, links, rechts, inclusief de meestal zo gesloten PVV’ers.

Ze weerspreken het overheersende beeld van Den Haag. Al jaren meent zo’n 40 procent van de Nederlanders dat politici „onbehoorlijk” met elkaar omgaan. De nieuwelingen in de Kamer daarentegen vinden de sfeer in politiek Den Haag bijzonder goed. Collegiaal. „Het uitgangspunt is ‘ja, tenzij’, niet ‘nee, mits’.”

Verder blijkt uit de verkiezing van beste nieuweling dat de debutanten elkaar niet beoordelen op zichtbaarheid in de media, maar op vakinhoudelijke kennis. En zeker op hun inzicht in de rijksbegroting: twee kenners daarvan eindigden op de eerste en tweede plaats.

Opvallend was verder dat volksvertegenwoordigers niet altijd zo boordevol meningen blijken te zitten als ze doen voorkomen. Eén van de VVD-Kamerleden reageerde op de vraag ‘wie is volgens u de beste nieuweling?’ met: „Ik heb niet iemand in het bijzonder in gedachten.” We probeerden het nog een keer: en van buiten uw fractie? Opnieuw: „Ik heb niet iemand in het bijzonder in gedachten.”

Dat kan.

Anderen gaven wel uitgebreid antwoord, waardoor het toch mogelijk was conclusies te trekken. Sommige debutanten stuurden zelfs hele essays mee met hun waarnemingen en overwegingen. Om Kamerleden in de gelegenheid te stellen vrijuit hun inzichten te spuien, was iedereen anonimiteit beloofd. Ze staan dus niet met naam in de krant – ook al vroegen sommigen daar wel expliciet om. Als groentje moet je nou eenmaal aan je naamsbekendheid werken.