De een eet graag, de ander leest

Twee leiders keken in 2010 terug op hun beleid. Tony Blair schreef over zijn faalangst, George Bush hield de hakken in het zand. Samen keken ze naar ‘Meet the Parents’, leest Menno de Galan.

British Prime Minister Tony Blair, left, and U.S. President George W. Bush shake hands after a joint news conference in the Rose Garden of the White House, May 17, 2007, in Washington D.C. Bush and Blair said the U.S.-U.K. alliance in Iraq and cooperation on other global issues won't be diminished once Blair leaves office. Photographer: Brendan Smialowski/Bloomberg News
British Prime Minister Tony Blair, left, and U.S. President George W. Bush shake hands after a joint news conference in the Rose Garden of the White House, May 17, 2007, in Washington D.C. Bush and Blair said the U.S.-U.K. alliance in Iraq and cooperation on other global issues won't be diminished once Blair leaves office. Photographer: Brendan Smialowski/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

Tony Blair keek in april 1994 in Parijs met zijn echtgenote Cherie naar Schindler’s List. De film maakte een verpletterende indruk op de politicus die op het punt stond Labourleider te worden: ‘Waarom waren de nazi’s in staat deze dingen te doen? […] Als we het weten en dan toch niets doen, zijn we verantwoordelijk.’ Dit besef stond aan de basis van de interventionistische politiek die Blair later voerde: Kosovo (1999), Sierra Leone (2000), Afghanistan (2002) en Irak (2003).

Net zo belangrijk was de komedie Meet the Parents, die de echtparen Bush en Blair in februari 2001 bekeken in het presidentiële buitenverblijf Camp David. Voor Bush, aanhanger van persoonlijke diplomatie, was de film, uitgekozen door de Blairs, een karaktertest. De gasten slaagden met vlag en wimpel: ‘Laura en ik wisten dat de Bushes en de Blairs het wel met elkaar zouden kunnen vinden.’ (Blair suggereert in A Journey (Boeken 03.09.10) dat niet zij maar de Bushes de film uitzochten: ‘Geloof het of niet, we zagen Meet the Parents.’)

De waarde (en het genot) van het lezen van een autobiografie zit voor een groot deel in de vergelijking: wat de ene aanwezige bij een vergadering, bijeenkomst of gebeurtenis boekstaaft kan worden afgezet tegen datgene wat een andere aanwezige erover heeft opgeschreven.

De conservatieve Amerikaan Bush en progressieve Brit Blair waren in politiek opzicht vanzelfsprekend geen geestverwanten. Maar er waren ook overeenkomsten. Beiden hadden bij hun aantreden een gezin met opgroeiende kinderen. Beiden waren vooral geïnteresseerd in binnenlandse politiek. Zowel Bush als Blair behoorde niet tot het traditionele establishment van zijn partij, waardoor ze met wantrouwen bekeken werden.

Vertrouwen

Bush worstelde zijn hele presidentschap met de reputatie van lichtgewicht. Blair was in dat opzicht gecompliceerder. Was iemand die zo goed sprak, zo zuiver formuleerde, wel te vertrouwen? Ging achter de schittering van woorden niet een ras-opportunist schuil?

Het interessante van beide autobiografieën is dat Bush niet weet af te rekenen met het vooroordeel dat tegen hem bestond, en Blair wel. Decision Points (geschreven met hulp van een voormalige tekstschrijver; NRC 09.11.10)) voelt behalve in het eerste hoofdstuk over drankgebruik nergens geïnspireerd. A Journey overtuigt vooral door de gespierde verdediging door de auteur van zijn binnenlandse agenda. Blair is daarnaast verrassend authentiek in het beschrijven van zijn emoties: twijfel en faalangst strijden herhaaldelijk om voorrang. Op het eind van A Journey schrijft hij meer in religie te zijn geïnteresseerd dan in politiek. Het is geen verrassende conclusie: zijn premierschap ging gepaard met het verwerven van zelfkennis. Het was een bijna mystieke reis.

Of Meet the Parents een rol heeft gespeeld in het smeden van een band met zijn gastheer vermeldt Blair niet. Maar voor de Britse premier was het wennen in Camp David: ‘George had een heel eenvoudige kijk op de wereld (in de Engelse versie staat een immense simplicity, een overtreffende trap van eenvoud). En goed of slecht, het gevolg was een besluitvaardig leiderschap. Je kunt het pertinent oneens zijn met de beslissingen, maar het tegenovergestelde zou ook zo zijn problemen hebben opgeleverd.’

De Britse politicus besefte het destijds niet, maar hij stond in februari 2001 aan het begin van een traject dat hem voerde van populaire politicus naar onbegrepen leider. Het is deze reis die vaart en energie geeft aan de memoires van de zelfverklaarde rebel en revolutionair Blair.

Vanaf het moment dat hij in 2002 zijn onvoorwaardelijke steun aan de inval in Irak uitsprak was Blair geïsoleerd. Later kreeg hij de bijnaam Schoothondje van Bush, maar wie A Journey aandachtig leest weet dat hij die niet verdiende. Blair stond weliswaar ‘schouder aan schouder’ met de Amerikaanse president, maar de analyse die hij na 9/11 maakte van de wereld, was niet door het Witte Huis ingefluisterd. Al-Qaeda sloeg zeven jaar na het cruciale, Parijse bioscoopbezoek aan Schindler’s List toe. Blair was klaar voor de strijd, zowel in theorie als in praktijk. Dat die hem vervreemdde van zijn achterban nam hij op de koop toe.

Vier jaar lang ploegde Blair voort, eenzame Britse strijder in de oorlog tegen terreur. In de zomer van 2006 en tijdens de oorlog van Israël tegen Libanon gooide hij de handdoek in de ring. Hij kon het niet opbrengen zijn standpunten te plooien naar de publieke opinie, die een veroordeling eiste van de Israëlische bombardementen: ‘Ik zag het probleem dat ik daardoor had kristalhelder, maar ik was tot de conclusie gekomen dat ik, vooral op het gebied van veiligheid, moest doen wat ik intuïtief als juist beschouwde, niet wat ik intuïtief meende dat populair zou zijn.’ Bush had het niet beter kunnen formuleren, ware het niet dat het conflict tussen Israël en Libanon voor hem het moment was waarop hij in de oorlog tegen terreur gas terugnam.

Blair wist dat zijn rol na Libanon was uitgespeeld. Bush is laconiek over zijn besluit in Libanon de VN een hoofdrol te gunnen, een organisatie die hij in de aanloop naar de oorlog in Irak met nauw verholen minachting ‘een debatclub’ had genoemd. Koerswijzigingen als deze vielen dan ook in het niet bij de grote verandering in zijn leven. Het is een bekend verhaal: de dag na zijn veertigste verjaardag werd koning alcohol vervangen door ‘filosoof’ Christus. Met diens hulp werd een leider geboren.

Snellezen

Voortaan leidde Bush een gedisciplineerd leven. Tijdens zijn presidentschap, schrijft hij in Decision Points, las hij veertien biografieën over voorganger Abraham Lincoln, ongetwijfeld een record. Een wedstrijdje snellezen tegen campagnestrateeg Karl Rove verloor hij nipt: 115 tegen 95 boeken, 40.347 tegen 37.343 bladzijden en 14.679.306 tegen 13.110.186 gelezen centimeters. Als hij evenveel aandacht had besteed aan de wederopbouw van Irak, was de wereld veel ellende bespaard gebleven. Het contrast met Blair, geen lezer, was groot. De Britse premier ontspande zich met drank, pasta en seks.

De reacties van de president en de premier op de terreuraanslagen lopen opmerkelijk synchroon. Op weg van de basisschool in Florida waar hij op het moment van de aanval was naar het vliegveld heeft Bush het volgende inzicht: ‘Mijn gedachten waren helder: het eerste vliegtuig kon een ongeluk zijn geweest. Het tweede was duidelijk een aanval. Het derde [dat zich in het Pentagon boorde] was een oorlogsverklaring.’

Blair is in Brighton op het moment van de aanslagen. Op weg naar de zaal waar hij vakbondsleden zal toespreken bedenkt hij: ‘Er was geen andere manier, geen andere keuze, geen andere weg. Het was oorlog. We moesten de strijd aangaan en die moesten we winnen. […] Het was me allemaal glashelder.’

Oorlog. Voor beide regeringsleiders, Blair net zo goed als Bush, was het met volle militaire kracht vooruit. Bush aarzelt in Decision Points (vanzelfsprekend) nooit over de juistheid van de ingeslagen koers. Een Democratische politicus die tot voorzichtigheid maande met het gebruik van het woord ‘oorlog’ werd belachelijk gemaakt.

In A Journey is er een moment waarop Blair een alternatief voor militair ingrijpen in Afghanistan overwoog en verwierp: ‘We zouden de Talibaan aan de macht laten, maar moeten kluisteren met sancties en bondgenootschappen. Het zou uitsluitend een soft-power benadering zijn […] en ik wijs haar niet van de hand. […] We zouden op de provocatie tot oorlog hebben gereageerd door ons niet te laten provoceren.’

Was de gekozen koers de juiste? Blair vertrouwde op zijn ‘instinct en overtuiging’. Het alternatief, schrijft hij, was ‘politieke lafheid’ door de ‘confrontatie te ontlopen’.

Tony Blair: Memoires. Vert.: Bep Fontijn, e.a. Bezige Bij, 776 blz. € 29,90.George W. Bush, Cruciale beslissingen. Vertaling: Miebeth van Horn, e.a. Balans, 480 blz. € 22,50