De begeerte uittrekken als een natte jas

Charles Bukowski: Ham on Rye. Rebel inc., 336 blz. Van € 11,50,- naar € 5,- bij Martyrium Amsterdam

Er liggen in de ramsj boeken die zich met zichtbare trots tot aanbieding hebben laten degraderen. Het zijn de zingende bedelaars onder de boeken. De boeken die, ondanks hun status van onaanraakbare, toch blij zijn dat ze er in ieder geval nog zíjn.

Van deze houding verdenk ik de tien Ham on Rye’s die ik op de ramsjafdeling van boekhandel Het Martyrium in Amsterdam aantrof. Liefst 75 procent in waarde gedaald ten opzichte van de oorspronkelijke prijs, maar nog steeds proud as hell.

Het zal de schrijver ervan zijn die ze van dat aura heeft voorzien. Charles Bukowski (1920-1994) is het ramsjmannetje bij uitstek. Zonder de egards en het pluche van de schrijver zoals men die doorgaans graag bij schrijvers ziet, maar desondanks niet klein te krijgen. Ham on Rye laat ons, slechts licht met fictie bepoederd (zo leerde ik uit zijn biografie), zien hoe zo’n houding ontstaat.

Bukowski’s vaste alter ego Henry Chinaski is in de roman tussen de twee en twintig jaar oud. De eerste zin uit Ham on Rye toont zijn positionering. ‘The first thing I remember is being under something.’ Zo begint het voor een pasgeborene: veelal onder de dingen, ver onder de hoogtes waar volwassenen zich bevinden. De kleine Chinaski zit als Günter Grass’ Oskarchen (Die Blechtrommel), onder een tafel en kijkt vanuit zijn bunkertje naar de tafelpoten en de benen van de mensen aan tafel. ‘It was dark under there, I liked being there.’ Zelf niet zichtbaar voor anderen, maar wel in staat om alles op te vangen waar de volwassenen aan tafel het over hebben.

Maar er gaat ook iets onderdrukkends uit van dat ‘being under something’. Het is de rode lijn van Chinaski’s worsteling: er wel willen zijn als observant maar dan zonder dat gevoel van onderdrukking waar het mee gepaard gaat.

Ham on Rye is meer dan het verslag van een miserabele jeugd. De passages waarin Chinaski’s autoritaire vader zijn zoon tot bloedens toe het ‘rechte pad’ op probeert te meppen, zijn weliswaar sterk geschreven, maar veel minder enerverend dan die waarin de opgroeiende Chinaski de boeken, de drank, het vechten en de vrouwen ontdekt. Vrouwen die bij Bukowski fysiek nog het meest weg hebben van het type waar striptekenaar Robert Crumb patent op heeft: langbenig, rondborstig, bolbillig.

Niet dat Chinaski trouwens ooit helemaal naar het pijpen van een vrouw danst. Wanneer hij het als tiener met veel bravoure voor elkaar krijgt dat de moeder van een van zijn vriendjes met hem naar bed wil, blaast hij het plotseling af. Aan de vrouw, die een vorige minnaar tot zelfmoord dreef, blijkt bij nadere inspectie lichamelijk het een en ander niet pluis te zijn. Chinaski herpakt zich en verlaat onmiddellijk het huis, zich van zijn aanvankelijke begeerte ontdoend als van een natte jas. ‘To think, somebody had suicided for that.’

Chinaski weet al vroeg dat er altijd iets op de loer ligt om je voor op te offeren. Soms neemt het de gedaante aan van een schitterende vrouw, soms van een vriendschap, maar meestal van een geslaagde maatschappelijk positie. Chinaski is gezegend met een onverenigbaar temperament. Het zorgt ervoor dat iedereen die op hem afkomt de indruk wekt het op een akkoordje te willen gooien, hem te willen verleiden tot iets waar hij het nut niet van inziet. ‘No wonder men robbed banks’, laat hij zich ontvallen wanneer hij even een vervelend baantje heeft. Wie het wel op een akkoordje gooit, wie wel zwicht, is een grote dwaas en krijgt dat te horen ook.

Groot is de afkeer wanneer een talentvolle, schrijvende vriend zich vanwege gebrek aan inkomsten naar Europa laat verschepen, om daar in WO II mee te vechten. Dat gebeurt in een passage waarin de echo van de beroemde vertrekscène uit Célines Voyage au bout de la nuit doorklinkt.

Chinaski laat zich in Ham on Rye in het geheel niet overreden. ‘As for me, I had no desire to go to war to protect the life I had or what future I might have. I had no Freedom. I had nothing. With Hitler around, maybe I’d even get a piece of ass now and then and more than a dollar a week allowance. As far as I could rationalize, I had nothing to protect.’