Collegiaal, vriendelijk en content

Wat vinden nieuwkomers in de Tweede Kamer van hun werk? Ze ervaren hun werkterrein in elk geval niet als een slagveld. Enquête van deze krant.

Den Haag, 30 dec. - Wat zien de meeste mensen van politiek Den Haag? Het elkaar de maat nemen. Harde oneliners. Het liefst in korte debatfragmenten die de televisie halen. En toch ervaart de jongste generatie Kamerleden de nieuwe werkomgeving niet als slagveld.

Allesbehalve. Deze forse groep – sinds de afgelopen Kamerverkiezingen in juni zijn er 61 aangekomen – vindt de sfeer in politiek Den Haag juist bijzonder goed. „Collegiaal”, „vriendelijk”, zelfs „bijzonder plezierig”. En op zijn slechtst, in de woorden van een PvdA’er: „beter dan verwacht”.

Dit blijkt uit een peiling van NRC Handelsblad onder de debutanten. Uit het algehele, onvoorziene beeld dat de peiling schetst, blijkt dat de groep gezelligheid waardeert, „het lief en leed delen” en het zoeken naar compromissen met fractieleden van andere partijen. De sfeer in politiek Den Haag beoordelen zij positief, net als de omgangsvormen, de eigen wereldwijsheid, maatschappelijke worteling en, belangrijker, de eigen invloed. Voor het merendeel van de nieuwelingen blijkt die groter dan verwacht. Slechts drie van hen noemt die kleiner dan gedacht.

Dat is niet hoe het bij de kiezers overkomt. Die horen vooral dat het politieke bedrijf op de schop moet, dat tegenstanders knettergek zijn, of in ieder geval slecht voor het land. Niet voor niets meent 40 procent van de Nederlanders al jaren – het percentage is opvallend constant – dat politici „onbehoorlijk” met elkaar omgaan. Ook horen ze politici bij herhaling zeggen dat Den Haag ergens „niet over gaat”.

Van de nieuwkomers beantwoordden 43 de dertien gestelde vragen. Ook de anders zo gesloten PVV deed mee. Vooral die partij beloofde de kiezer iets anders dan rust. Het zou gaan stormen in Den Haag, heilige huisjes moesten worden afgebroken, taboes geslecht. Maar net als de andere nieuwkomers, waarderen ook zij in elkaar in eerste instantie vakinhoudelijke kennis. Vooral inzicht in de rijksbegroting wordt gewaardeerd: twee kenners daarvan kregen de meeste stemmen in de verkiezing van de beste nieuweling, volgens de nieuwelingen. Nummer één: Elbert Dijkgraaf (SGP). Nummer twee is Wouter Koolmees (D66), op een gedeelde plaats met Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD).

Het is de vraag of ze met deze waardering in de pas lopen met hun kiezers. Dijkgraaf is allesbehalve een stemmenkanon die de oneliners uit zijn mouw schudt. Hij is een klassieke vakman, iemand die sterk is in de ‘instrumentele politiek’: iets voor elkaar krijgen. Terwijl het grillige electoraat in toenemende mate lijkt te vragen om ‘expressieve politiek’; de achterban laten zien waar je staat.

Lijkt, want politicologen steggelen vooralsnog over de vraag welke politieke stijl dé kiezer verkiest. Het enige dat ze met zekerheid weten is dat burgers zich bij het volgen van politieke ontwikkelingen aangetrokken voelen tot wapengekletter. De best gelezen artikelen over politiek hebben het conflict al in de kop staan, zo blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Politici – en ook de nieuwste onder hen – voeren hun conflicten publiekelijk op het scherp van de snede, en dus ook in de Kamerdebatten. Maar als het nieuwe Kamerlid anoniem vragen beantwoordt over werk en drijfveren, blijkt hij niet zoveel anders dan zijn voorgangers: content. Met zichzelf, met de nieuw opgedane vrienden bij de andere fracties en vooral met de invloed in het land.

De Kamer doet het goed, vindt de Kamer: Drie