Choreograaf Itzik Galili ontslagen

10-12-2010. Amsterdam. Nederland. Dansgroep Amsterdam met " Bullit Proof Mamma". Choreografie: Itzik Galili, Muziek: Simeon ten Holt met een bewerking voor prepared piano " Canto Ostinato" Licht : Yaron Abulafia en Kostuums : Natasja Lansen. Foto : Karel Zwaneveld
10-12-2010. Amsterdam. Nederland. Dansgroep Amsterdam met " Bullit Proof Mamma". Choreografie: Itzik Galili, Muziek: Simeon ten Holt met een bewerking voor prepared piano " Canto Ostinato" Licht : Yaron Abulafia en Kostuums : Natasja Lansen. Foto : Karel Zwaneveld Karel Zwaneveld

Dansgroep Amsterdam zal het dienstverband van Itzik Galili (49) na 31 december 2010 niet verlengen. Galili, de helft van de tweekoppige artistieke leiding van het gezelschap, zal als het aan het bestuur ligt ook niet verder gaan als huischoreograaf.

Dit heeft het bestuur vanochtend per e-mail meegedeeld aan Galili, die momenteel op vakantie is. Per 1 januari 2011 is Krisztina de Châtel de enige artistiek leider van Dansgroep Amsterdam, die in 2009 is gebouwd op de fundamenten van haar eigen Dansgroep Krisztina de Châtel.

Deze stap volgt op Galili’s afwijzing, in tweede instantie, van het voorstel van het bestuur om terug te treden als artistiek leider en zijn engagement bij DGA voort te zetten als huischoreograaf. Hierdoor zou hij niet meer naast De Châtel functioneren, maar onder haar algehele artistieke verantwoordelijkheid vallen.

Eerder, op 16 december liet Galili via zijn advocate Catharina Kat weten hiermee in te stemmen. Op 23 december echter heeft hij het bestuur van Dansgroep Amsterdam in een uitgebreide uiteenzetting laten weten toch niet akkoord te kunnen gaan met het aanbod.

Het bestuur houdt echter voet bij stuk en heeft Galili vanochtend laten weten, aldus bestuursvoorzitter Jikkie van der Giessen, „respect te hebben voor zijn beslissing niet verder te willen werken met Dansgroep Amsterdam.”

Zijn huidige, tijdelijke contract loopt morgen af en wordt niet verlengd. „We hebben al eindeloos rond de tafel gezeten en adviezen ingewonnen”, verklaart Van der Giessen telefonisch. „Dan komt er een moment dat je zegt: ‘Kom op, het is genoeg.’ Je kunt die twee mensen ook niet meer bij elkaar zetten.”

De problemen tussen Galili en De Châtel zijn ten dele een kwestie van haperende communicatie. Het gedeelde leiderschap vergt flexibiliteit en aanpassingsvermogen van beiden, maar hiertoe bleken zij in steeds mindere mate in staat.

Volgens Galili, voormalig leider van Galili Dance in Groningen, blokkeerde De Châtel internationale tournees van Dansgroep Amsterdam, omdat de buitenlandse programmeurs alleen om zijn werk zouden vragen.

De Châtel verweet Galili geen ruimte te gunnen aan jonge choreografen, een van de kerntaken van Dansgroep Amsterdam.

Door ruzies, verwijten over en weer en woedende e-mails bij elke aanleiding (Van der Giessen: „Die hebben echt wonden geslagen”) betrokken beiden steeds meer hun stellingen en werd elke vorm van samenwerking onmogelijk.

De keuze voor de veterane De Châtel (67) als enig leidster van Dansgroep Amsterdam is volgens Van der Giessen gebaseerd op de leiderschapskwaliteiten van de Hongaars-Nederlandse. „Als artistiek leider moet je je ook bezighouden met dagelijkse beslommeringen. Itzik lost geen problemen op, Krisztina kan dat wel. Het was inderdaad oorspronkelijk de bedoeling dat zij, met het oog op haar leeftijd, minder belast zou worden met de dagelijkse sores, nu neemt ze die weer op zich.”

Van de Giessen realiseert zich terdege dat in deze tijden van monsterbezuinigingen het lot van Dansgroep Amsterdam des te onzekerder is geworden door de interne conflicten, iets waarop Galili eerder zinspeelde. „Maar bij het ministerie van OCW doen ze hun ontroerende best om met ons mee te denken over het vervolg.” Bovendien was één van de subsidievoorwaarden dat het stadsdansgezelschap niet op het oeuvre van één choreograaf zou steunen.

Van der Giessen acht het niet onmogelijk dat Galili terugkrabbelt, maar de kans op een verzoening is miniem. „Hij heeft zijn hand overspeeld. Het is jammer, maar in dit proces zijn er alleen maar verliezers.”

De breuk bevestigt de bange vermoedens uit de danswereld voorafgaand aan de vorming van het gezelschap. De twee kapiteins, beiden met een stevige geldingsdrang, zouden waarschijnlijk snel in conflict komen, werd gevreesd. De Kunstraad van Amsterdam zag weinig in de combinatie en gaf een negatief subsidieadvies.