China's onvermoede jager is heel even te zien

China blijkt hard te werken aan een eigen jachttoestel dat radar weet te ontwijken. De Amerikaanse ‘stealth’ krijgt concurrentie. Veel sneller dan het Pentagon had verwacht.

Op Eerste Kerstdag stond het daar opeens, op een vliegbasis bij de Chinese stad Chengdu: een futuristisch ogend gevechtsvliegtuig van een model dat in geen luchtvaartgids voorkomt. De eerste foto’s die op Chinese blogs verschenen, waren vaag, genomen met mobiele telefoontjes van passanten.

Een duidelijk geval van fotoshoppen, luidden de eerste commentaren van westerse militaire analisten. Dat zou niet voor het eerst zijn. Maar beter beeldmateriaal kwam snel beschikbaar en de conclusie is intussen onontkoombaar: de Chinezen ontwikkelen een gevechtsvliegtuig, dat zich kan meten met het modernste vliegende materieel van de Verenigde Staten en Rusland.

Het ontwerp, dat Chengdu J-20 is gedoopt, vertoont grote overeenkomsten met andere gevechtsvliegtuigen van de „vijfde generatie”, zoals de Amerikaanse F-22 Raptor en de Russische T-50 PAK/FA. Net als deze toestellen heeft de J-20 stealth-eigenschappen die het lastig waarneembaar maken voor radar. Zo zijn de staartvlakken schuin geplaatst, wat een kleinere radarecho veroorzaakt dan rechte. Dat effect wordt ook bereikt doordat de J-20 bommen en raketten in een inwendig bommenruim kan meevoeren.

Dat de Chinese luchtvaartindustrie werkte aan een tegenhanger van de Raptor was geen geheim. Maar het tempo waarin dit toestel vorm krijgt, is dat wel. De Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates heeft zijn besluit om het aantal Raptors te beperken tot 187 stuks regelmatig verdedigd met de verzekering dat de Volksrepubliek toch „niet voor 2020” over een concurrent zou beschikken.

Niet alleen moet Gates die woorden nu inslikken, zijn Pentagon zal ook moeten beoordelen wat de plotse komst van de J-20 gaat betekenen voor de machtsbalans in de Stille Oceaan. De grootte van de J-20 suggereert bijvoorbeeld een groot bereik – iets waaraan het de rest van het Chinese vliegende materieel nogal schort. Niet alleen de VS, maar ook Japan, Taiwan, India en Australië zullen daarmee vanaf nu in hun conflictscenario’s rekening moeten houden.

Toch is niet gezegd, dat de militaire machtsverhoudingen in de lucht op slag zijn verstoord. Airpower wordt niet alleen gemeten in gevechtsvliegtuigen, maar ook in trainingsniveau van de vliegers en in zogeheten force multipliers, zoals vliegende commandocentra, radarposten en tankvliegtuigen. De Volksrepubliek heeft op al die fronten een achterstand.

De J-20 is bovendien op zijn best een prototype, dat nog een lang testprogram moet doorlopen. Voor zover bekend zijn ook nog geen testvluchten uitgevoerd. Ter vergelijking: het prototype van de F-22 vloog al in 1990. De Russische plannenmakers zullen zich wat dat betreft harder op hun achterhoofd krabben, aangezien hún T-50 pas begin dít jaar zijn luchtdoop had.