Beursgang van Facebook in 2011 is iets reëler geworden

Facebook zou in 2011 eindelijk een echte in plaats van een virtuele geldmachine kunnen worden. Het sociale netwerk heeft geen kapitaal nodig om te groeien, maar de hoop van geldschieters en werknemers op een beursgang is te groot om zomaar door oprichter Mark Zuckerberg genegeerd te kunnen worden. Er is slechts één probleem: de handel in de niet-beursgenoteerde aandelen van Facebook waardeert de website op meer dan 40 miljard dollar (ruim 30 miljard euro). Om dit bedrag te rechtvaardigen, zijn een paar verbijsterende veronderstellingen over de groei nodig.

Dat wil niet zeggen dat het onmogelijk is voor Facebook om een marktwaarde te bereiken die minstens zo hoog is als de huidige impliciete waarde. Facebook is zeer waardevol en wordt nog steeds waardevoller. De site heeft meer dan 500 miljoen gebruikers en voegt daar iedere minuut nog duizenden aan toe. Zelden heeft een privaat bedrijf heeft zo’n omvangrijke en betrekkelijk liquide financiële status verworven als Facebook.

Hoe kan de op een studentenkamer in Harvard opgerichte firma een waardering van meer dan 40 miljard dollar waarmaken? Facebook moet de omzet dit jaar verdubbelen naar 2 miljard dollar. Als de marges overeenkomen met die van Yahoo, betekent dat dat het bedrijf een winst boekt van ongeveer 300 miljoen dollar. De impliciete waardering ligt dus ergens rond het onvoorstelbare niveau van 133 maal de winst.

Maar je kunt er ook op een andere manier tegenaan kijken. Op basis van een standaardmodel voor de winstgroei kan Facebook zijn waarde op de particuliere markt rechtvaardigen als het bedrijf zijn winst de komende tien jaar met ruim 25 procentpunt sneller kan laten groeien dan het gemiddelde concern. Het aantal bedrijven dat daarin ooit geslaagd is, is zeer klein. Misschien is het Microsoft en Google in hun hoogtijdagen gelukt.

Anders gezegd: ondanks het feit dat consumenten misschien wel een derde van hun mediatijd online doorbrengen, neemt het internet minder dan 15 procent van alle reclamedollars voor zijn rekening. Het simpelweg dichten van deze kloof zou extra advertentie-inkomsten van 50 miljard dollar opleveren, aldus zakenbank Morgan Stanley. Als Facebook daarvan de helft naar zich toe zou kunnen trekken, zou het bedrijf – in het geval van een vergelijkbare winstmarge als die van Yahoo – een jaarlijkse winst boeken van 4 miljard dollar, wat mogelijk voldoende is om zijn waardering te rechtvaardigen.

Toch is dit nog steeds een slag in de lucht. Ook al doet het webpubliek van Facebook slechts onder voor dat van Google, het ontlenen van meer inkomsten aan zijn gebruikers zou wel eens problematisch kunnen zijn en kunnen leiden tot zorgen over de privacy. Gebruikers kunnen wispelturig worden, zoals bij MySpace. En adverteerders zullen wellicht nooit met hetzelfde gemak advertenties online plaatsen als ze dat bij televisiezenders of op reclameborden doen.

Dus ook al is een beursgang van Facebook het komende jaar iets reëler geworden, het is moeilijker in te schatten of hetzelfde verhaal opgaat voor die hoge waardering.

Robert Cyran

Vertaling Menno Grootveld