Bespot, bespuwd en verstoten als een gladiator

Topsporters worden steeds kwetsbaarder, bleek het afgelopen jaar.

Hun stressvolle en geïsoleerde leefstijl kan tot problemen leiden.

Illustraties Ruben L. Oppenheimer
Illustraties Ruben L. Oppenheimer

Elke seconde van hun leven staat in dienst van dat ene doel: winnen. De meeste topsporters hebben niet echt door waarmee ze bezig zijn. Ze gaan maar door, opgezweept door trainers, bestuurders, sponsoren en organisatoren. En door de media die de sporters voorzien in hun behoefte aan aandacht. Ze leven jaar in jaar uit in een tunnel. Dat hun stressvolle, geïsoleerde leefstijl kan leiden tot grensoverschrijdend gedrag, dringt tot weinigen door.

Verslavingsgedrag is een van de uitingsvormen bij mensen die onder voortdurende spanning leven, weet Paul Ruijsenaars, verslavingsdeskundige en eigenaar van een advies- en coachingsbureau voor de sportwereld en het bedrijfsleven. Gebruik van alcohol en drugs zijn gewoon bij high performers. „Ook topsporters vormen een risicogroep omdat hun stress-systemen tot het uiterste worden aangesproken. Het neuropsychologisch effect daarvan is wetenschappelijk bekend, maar wordt in de sportwereld grotendeels genegeerd”, zegt Ruijsenaars, die een sportverleden heeft als basketbalinternational.

Voorbeelden van grensoverschrijdend gedrag zijn er het afgelopen jaar in de Nederlandse sport zeker geweest. Althans de gevallen die bekend zijn geworden. Want er is vast en zeker meer leed dat niet aan de oppervlakte komt, weet Ruijsenaars. Om het drama rond Yuri van Gelder en zijn toevlucht tot cocaïne kan niemand heen; het haalde de wereldpers. Maar ook de cocaïneverslaving van PSV-voetballer Jonathan Reis, de onverwacht ingelaste carrièreonderbreking van schaatser Sven Kramer, het bijtincident van Ajax-voetballer Luis Suarez, de abrupte weigering van de getraumatiseerde bobsleeër Edwin van Calker om tijdens de Winterspelen te starten en het wangedrag van voetballer Nigel de Jong tijdens het WK en later bij zijn club Manchester City, vormen voer voor (sport)psychologen, maar kennelijk niet voor omstanders en betrokkenen, voor trainers, bestuurders, politici, bewindvoerders en media. Zij gaan door met hun jacht op medailles. Wie niet meekan, valt af, voor hem een ander, voelt Ruijsenaars aan. „Net als in de Romeinse tijd. De gladiatoren kregen alles ter voorbereiding. Maar als ze verloren werden ze weggegooid, achter de tralies gezet, bespot en bespuwd.”

„Het gaat er bij Yuri van Gelder niet om dat hij cocaïne heeft gebruikt – waar iedereen op gefixeerd is. Het gaat meer om het waarom”, zegt Ruijsenaars als verslavingsdeskundige. „Hoe hij van zijn verslaving afkomt, maar vooral wat de oorzaak is. Wat is Yuri voor jongen, waar komt hij vandaan, wat drijft hem, waarom liegt hij? Hij is letterlijk een hele kleine jongen uit een zeer eenvoudig gezin, die zichzelf lichamelijk opblaast om bevestiging te krijgen. Obsessief traint hij zijn spieren om zijn kunstje nog beter te kunnen uitvoeren en krijgt nota bene een uniform van sergeant. Man, wat een aanzien heeft die jongen proberen te krijgen. Toen hij dat had, moest hij het blijven waarmaken. Wie heeft hem toen gezegd dat hij er zonder dat turnen, die spierbundels en dat uniform ook toedeed? Niemand.”

Van Gelder was niet langer tegen de druk bestand toen hij werd aangekondigd als de grote trekpleister van de WK in Rotterdam. „Hij wilde er onderuit, loog als een verslaafde dat hij cocaïne had gebruikt, omdat hij niet in Rotterdam wilde en kón turnen. Heeft iemand beseft dat hij in 2009 tijdens de NK turnen nota bene in Rotterdam was betrapt op het gebruik van cocaïne. Daar zou hij een jaar later op het WK worden geconfronteerd met zijn trauma. Vermijdingsgedrag. Je kunt nooit meer naar de plaats waar je een trauma hebt opgelopen. Maar de bestuurders van de turnbond, de organisatoren van de WK, de sponsoren en zijn advocaten zien dat niet in. Van Gelder heeft een team van specialisten om zich heen laten bouwen. In die kooi bevinden zich alleen nog mensen die hem beschermen tegen de buitenwereld. Alleen nog ja-knikkers die puur uit eigen belang hun gouden kalf Van Gelder in stand houden. Geen mensen die hem vertellen dat hij zichzelf moet terugvinden. Ik vrees het ergste. En niemand die deze ontspoorde man echt helpt.”

Van Gelder is verslaafd aan topsport. Hij weet niet beter dan dat alleen het kunstje dat hij zo goed beheerst, hem gelukkig maakt. Om hem heen verzamelen zich mensen die profiteren van zijn kunstje. „Van Gelder is een gebruiker geworden. Hij gebruikt mensen, maar andersom wordt hij gebruikt. Toen hij liet weten niet in staat te zijn op het WK in Rotterdam uit te komen, schreeuwden belanghebbenden dat het toernooi niet zonder hem kon. De media kunnen niet zonder zijn verhaal, het is te pijnlijk. Is het dan gek dat hij in tijden van nood weer naar middelen dreigt te grijpen die hem euforisch maken, zoals cocaïne?”

Luis Suarez was onmisbaar voor Ajax. Hij maakte uit het niets doelpunten, hij voelde zich de verlosser. De club profiteerde van zijn talenten, ook de supporters en zijn manager. Ruijsenaars: „Hij speelde mee op het WK voetbal, waar hij een miljoenentransfer wilde verdienen. Hij keerde terug bij Ajax, zijn vrouw was bevallen van een kind. Hij had een spannende tijd achter de rug. Hij bleek ineens niet meer te scoren. Hij kreeg concurrentie van een inderhaast aangekochte spits, want ja, de coach won niet meer. Ineens was die jongen op en beet hij een tegenstander in zijn nek. Er volgde een schorsing. Alsof een straf het probleem oplost. Is er iemand bij Ajax geweest die met hem therapeutisch heeft gesproken? ‘Hoe gaat het Luis? Thuis alles goed? Ja? Maar toch Luis, heb ik mijn bedenkingen, kom op vertel.’

„Ik vrees dat dat niet gebeurd is, de prestatie wacht, Ajax is in nood, de coach moet winnen. En zonder Suarez winnen Ajax en zijn coach niet. Heb je ergens gehoord of gelezen dat een psycholoog zich met Suarez heeft bezig gehouden? Wie coachte hem? Niemand, want Ajax is al weer bezig met de volgende trainer, met de volgende overwinning. Met de almachtige Cruijff en zijn ledenraad, waar gaat het over? Opportunisme. Niet over mensen die hulp nodig hebben.”

Dat mensen in hun prestatiedrift de weg kwijtraken is begrijpelijk. Wetenschappelijk is aangetoond dat bij stress de hormonen adrenaline en cortisol een belangrijke rol spelen, stoffen waarvan de aanmaak niet vanuit het bewustzijn aangestuurd kan worden, maar die vrijkomen wanneer het organisme zich in een omgeving begeeft die als stresserend wordt ervaren. In levensbedreigende omstandigheden is men dankzij die hormonen in staat tot gedrag dat we amper van onszelf kennen, wat betreft kracht en durf, om te kunnen overleven. Die hormonen kunnen leiden tot de gewenste resultaten, een kampioenschap bijvoorbeeld. Maar ook bekend is dat de stoffen afremmend werken, wat kan leiden tot grensoverschrijdend gedrag: misdragingen tijdens of na de wedstrijd. En soms nemen sporters ook recreational drugs, die op dezelfde synapsen inwerken als de lichaamseigen stoffen, zoals cocaïne, die een soortgelijke werking heeft als adrenaline, om hetzelfde prettige bijverschijnsel te blijven ervaren. Yuri van Gelder, Andre Agassi, Martina Hingis, Amerikaanse honkballers, basketballers en nog vele andere helden namen daartoe hun toevlucht. En wat te denken van alcoholmisbruik onder topsporters?

Wat moet het moeilijk zijn geweest voor Sven Kramer om te besluiten zijn onstuitbare loopbaan te moeten onderbreken? Ruijsenaars: „Blessures zijn signalen van overbelasting, de hersenen blokkeren. Het gaat niet meer zoals het hoort te gaan. De harmonie in zijn leven is verstoord. De coach op wie hij lang vertrouwde, vertrouwde hij na het echec van Vancouver niet langer. Zijn ouders, die hem altijd hebben aangespoord, willen niet meer samenleven. Dan knakt er iets in het vertrouwen. Zijn sponsors en supporters zijn radeloos, de schaatssport kan niet zonder hem, Thialf loopt niet meer vol. Sven voelt wat hij voelt. Daar kan geen bond of organisatie wat tegen doen. Dan maar geen Sven Kramer. Knap, op je 24ste dat besluit te nemen.”

Topsporters moeten zich verenigen, meent Ruijsenaars, bestuurslid van ProProf, vakbond voor profvoetballers. „Wie beschermt de sporters? Medezeggenschap in wat van topsporters wordt verwacht. Sporters worden verdacht gemaakt van doping, zonder bewijs, maar gaan wel door het leven als schuldig. De Tour de France bepaalt welke ploeg wordt toegelaten. Een ploeg met renners die verdacht zijn, wordt niet toegelaten. Organisaties zeggen: ‘jij wel en jij niet’. Wie het feestje zou kunnen verstoren is niet welkom. ‘Jij doet vreemd of zegt vreemde dingen over onze sport, wegwezen.’ Jij voldoet niet aan onze normen, jij beschadigt het imago van onze sport.´