Subsidiestelsel wordt kunstwerk

Tim Curry as King Arthur, foreground, and David Birrell as Patsy, perform in a scene from the London production of "Spamalot" in this undated handout photo. "Spamalot,'' which received its London premiere on Monday, is stuffed full of silly parodies and lavish routines. Photographer: Catherine Ashmore via Bloomberg News
Tim Curry as King Arthur, foreground, and David Birrell as Patsy, perform in a scene from the London production of "Spamalot" in this undated handout photo. "Spamalot,'' which received its London premiere on Monday, is stuffed full of silly parodies and lavish routines. Photographer: Catherine Ashmore via Bloomberg News VIA BLOOMBERG NEWS

Guus Beumer is de curator van de Nederlandse inzending voor de 54ste Biënnale van Venetië. Daar tonen landen vijf maanden lang aan de top van de kunstwereld en honderdduizenden toeristen waartoe ze artistiek in staat zijn. Als directeur van het kunstencentrum Marres in Maastricht bewees Beumer dat hij met exposities over thema´s als ‘de flaneur’ en ‘hygiëne’ een breed publiek kan bereiken. Zijn bijdrage aan Venetië zal gebaseerd zijn op de Nederlandse infrastructuur voor kunst. Beumer (55) is andragoog en was na zijn afstuderen in 1985 modejournalist. In de jaren 90 zette hij met Alexander van Slobbe de modelabels Orson + Bodil en So op.

De Biënnale van Venetië bestaat uit een thematische expositie van de hoofdcurator in de Arsenale, en landenexposities in de Giardini en verspreid door de stad. „Er wordt op een negentiende-eeuws manier een verschil verondersteld tussen de identiteit van de landen”, zegt Beumer. „Dat aspect wil ik niet negeren of wegzetten als anachronisme – ik wil het recht in de ogen kijken. Ik wil via de culturele infrastructuur het idee van natie vertalen in het begrip gemeenschap. Dat kan niet door één kunstenaar te selecteren voor een solopresentatie, dat is te weinig conflictueus. De identiteit van een natie zit in de wijze waarop kunst en cultuur zijn georganiseerd.”

Hoe geldt dat voor Nederland?

„Nederland is met zijn uitgebreide subsidiestelsel redelijk uitzonderlijk en ook het Nederlandse paviljoen in de Giardini wordt gefinancierd door de Mondriaan Stichting met publieke middelen en niet door bijvoorbeeld grote galeries.”

U maakte vorige maand de namen bekend van vijf deelnemers: Johannes Schwartz, Joke Robaard, Barbara Visser, EventArchitectuur en Maureen Mooren.

„De groep van vijf is net aangevuld met een zesde: Yannis Kyriakides, een componist. De opdracht die hij krijgt komt tot stand in samenwerking met het Fonds Podiumkunsten.”

De Biënnale is toch voor beeldende kunsten?

„Het toevoegen van een componist zal geen verwarring opleveren, want de beeldende kunst is constant bereid zijn eigen ruimte te bevragen. Ik wil de unieke Nederlandse infrastructuur benutten en naast de Mondriaan Stichting met meerdere opdrachtgevers werken. Met het Fonds Podiumkunsten zijn we gaan praten over wie in het collectief zou passen en daar kwam Kyriakides uit naar voren.”

Met zes kunstenaars uit diverse disciplines zal het geen traditionele expositie worden.

„Met zo’n collectief krijg je misschien eerder iets volgens het model van een opera. Zo wordt tijd een factor bij de presentatie. We kunnen proberen op verschillende momenten in de dag verschillende ervaringen te bieden.”

Zal de muziek van Kyriakides in Venetië klinken?

„Ik hoop wel dat zijn werk een keer wordt uitgevoerd, maar misschien denkt hij eerder aan soundscape. De zes kunstenaars zijn met elkaar in gesprek. Het idee opera vonden ze meteen interessant omdat begrippen daardoor verschuiven, de curator wordt regisseur of dramaturg. Het Letterenfonds gaat meewerken aan een libretto. Bij het Theaterinstituut gaan we kijken hoe je decors kunt gebruiken.”

De Nederlandse kunstwereld bestaat uit meer dan overheidsfondsen. Speelt de markt geen rol?

„Ik ontken de kunstpraktijk niet, ik probeer alleen maar het bijzondere van de Nederlandse situatie te benutten. Ik praat ook met private fondsen. Galeries zijn er per definitie bij betrokken. Maar vergeet niet dat Nederlandse galeries een kunstkoopregeling hebben die uit publieke middelen wordt gefinancierd.”

Wat zegt de door u gekozen vorm over deze tijd?

„Mijn eerste gesprekken met de Mondriaan Stichting gingen over het klassieke idee van ‘natie’ ten opzichte van het meer actuele idee van netwerk en het definiëren van gemeenschap via de culturele infrastructuur. Een half jaar later blijkt die infrastructuur zwaar onder druk te staan. Het lijkt nu alsof ik cultuurpolitiek bedrijf, maar dat doe ik niet. Toch heeft de gemeenschap behoefte aan een gezamenlijk visie. Ik zou het leuk vinden als ons paviljoen daar een bijdrage aan levert, internationaal maar ook in Nederland.”

Hoe?

„Misschien kan ik met de groep de culturele infrastructuur opnieuw valideren. Museale instellingen willen het project naar Nederlandhalen. Over het eindresultaat kan ik nu enkel in abstractie denken, ik zit nog in de buitenste schil van de tulpenbol.”

Zes culturele gebeurtenissen om het komende jaar naar uit te kijken